Duizenden krijgen de helden nooit te zien

ROTTERDAM, 1 JUNI. Hij is erbij gaan zitten, op een stoeprand schuin voor het stadhuis. Zijn oude ogen zijn nog vochtig, het oogwit is rood geworden. De benauwende, hossende menigte die de 74-jarige supporter de afgelopen drie uur heeft omsloten heeft veel van zijn krachten geëist. Bedankt Hans, staat op het veel te strakke T-shirt waarin zijn kleindochter hem vlak voor de huldiging heeft gehesen. “Rotterdamse jongens”, stamelt hij als de KNVB-schaal van hand tot hand gaat boven een swingende Coolsingel. “Kleine Wimpie en Kromme Willem, geen Gullit, geen Cruijff. Feyenoord is weer thuis.”

De binnenstad van Rotterdam kolkt. Het losliggende vuil dat de stipt werkende reinigingsdienst al dagen weigert mee te nemen wordt hoog opgeblazen door de wind. Dronken van geluk, drank en vermoeidheid boksen groepjes supporters er tegenin op de Lijnbaan, op zoek naar hamburgers, afhaalpizza's en bier.

Voor de gesloten modehuizen houden particuliere bewakers de eigendommen van hun werkgever in de gaten. Een sjaaltje over het zwarte pak, een honderd centimeter lange opblaashamer in de hand of een lippenstift-F op wang of voorhoofd. De Feyenoord-distinctieven waarin veiligheidspersoneel, mobiele eenheid en politie te paard zich hebben getooid moeten de eindeloze stoet Rotterdammers van het wij-gevoel overtuigen. “Jullie zijn het beste publiek van Nederland!”, schreeuwt ceremoniemeester Gerard Cox keer op keer door de microfoon.

Lange tijd valt geen onvertogen woord in de stad. Terwijl op een verlaten Coolsingel spandoeken worden opgehangen met "Felicitaties aan de Kuipkanjers' zitten het Feyenoord-vak in Groningen en het eigen stadion, 251 kilometer zuidwestelijk van het Oosterpark, al bomvol.

Zo'n vierduizend supporters blijven zitten tussen het NS-station Feyenoord en de hekken van het stadion. De laatste van de 35.000 kaarten van een tientje gaan om tien over half drie voor 175 gulden van de hand, voor een lange-afstandsregistratie van het duel op twee videoschermen van 48 vierkante meter. De Kuip is een grote openlucht-bioscoop, waar het publiek het "Joszèf, Joszèf' van de 7.000 gelukkigen in Groningen eendrachtig overneemt en overstemt.

Na de wedstrijd groeit de Rotterdamse voetbalfuif uit tot een volksfeest. Duizenden roodwitte vlaggen worden lopend via de straten van Rotterdam-Zuid naar de noordelijke Maasoever gebracht, begeleid door een concert van toeterende auto's. Voor het stadhuis is er om vijf uur al geen doorkomen meer aan. Op een grijze personenauto die per ongeluk recht voor het bordes moet zijn geparkeerd zingen en dansen elf fans dat ze binnenkort Europa ingaan.

“Minstens een half miljoen”, schat iemand de menigte op de Coolsingel en de aangrenzende straten. De politie weet het niet. Wat maakt het uit? Het vliegtuig van burgemeester Peper landt bijna gelijktijdig met het toestel dat de spelers van Feyenoord naar Zestienhoven brengt. Peper heeft zijn vakantie in Noorwegen onderbroken om getuige te kunnen zijn van "zijn' tweede Feyenoord-titel, maar zijn toespraak tot de spelers komt niet buiten de muren van de Burgerzaal. Dat de spelersbus driekwartier te vroeg bij van het stadhuis is gearriveerd ontgaat de massa onder het bordes. Duizenden toeschouwers, tot in de verste hoeken van de Coolsingel weggestopt, krijgen de Feyenoorders nauwelijks te zien.

Laat op de avond, als het merendeel van de feestvierders allang is verdwenen, slaat de stemming om, net als een jaar geleden. Terwijl de vertrapte blikjes, gebroken bekers en losse papieren zich in hoog tempo opstapelen sneuvelen op de Lijnbaan tientallen ruiten van winkels en kantoren, ondanks het verscherpte toezicht en een groter aantal politiemensen. Met enkele charges jaagt de ME de groepjes groepen stenen gooiende supporters uiteen en wordt het Stadhuisplein afgesloten. Een aantal café-eigenaren dat deze avond geen hinder ondervindt van de sluitingswet besluit zelf de deuren te vergrendelen om de inboedel te beschermen.

    • Rob Schoof