De doofpot van de familie

Op de rol van de meervoudige kamer van de Arnhemse rechtbank staat vanmorgen een geval van een poging tot verkrachting of tot aanranding.

Dat is, hoe cynisch het ook klinkt, voor de pers in de meeste gevallen minder interessant. Het komt zó vaak voor dat niemand er meer van opkijkt - behalve het slachtoffer. De doorgewinterde rechtbankverslaggever steekt een sigaretje op en maakt een ommetje. Zoals één van hen het eens formuleerde: “Mijn hoofdredacteur zei: de lezers willen niet te vaak een verkrachting aan het ontbijt.”

Een moordje meer of minder, dat maakt niet zoveel uit, maar zedendelicten schijn je als journalist te moeten doseren. Waarom eigenlijk? Neem de geschiedenis van Mieke Verbeek, een 29-jarige vrouw die vandaag met haar therapeut, een zus, en een vriendin naar de rechtbank is gekomen om de berechting te volgen van haar 44-jarige zwager, Gerard Zenden.

De beschuldiging tegen Zenden luidt dat hij op 23 februari 1981 geprobeerd heeft Mieke te verkrachten of aan te randen. Voor de officier van justitie is die datum van groot gewicht, omdat het feit daarmee nog net niet verjaard is. (De verjaringstermijn is in dergelijke zaken twaalf jaar.) Zenden blijkt nog veel meer wandaden tegen Mieke op zijn geweten te hebben, maar die zijn wèl verjaard. Omstreeks 1976 - toen Mieke twaalf was - heeft hij haar gedurende anderhalf jaar seksueel misbruikt. Uit de beschrijving van de rechter blijkt dat Zenden toen zo ongeveer alle seksuele variaties op zijn schoonzusje heeft toegepast.

Uiterlijk onbewogen luistert Zenden toe terwijl de voorzittende rechter, mr. G. Bracht, voorleest.

“Klopt dit?” vraagt de rechter.

Zenden knikt. “Dat het gebeurd is, ja, maar verder kan ik me niks meer herinneren.”

“U was gek op Mieke.”

“Ja.”

“U kon er geen weerstand aan bieden. Vlak na de geboorte van uw dochtertje Caroline is het begonnen. U wist dat het verkeerd was, maar u heeft het verdrongen. Dat heeft u later verklaard.”

Nadat Mieke pas in 1991 aangifte had aangedaan - dus tien jaar na Zendens laatste poging - bekende Zenden bij de politie meteen alle oude feiten. Die waren inmiddels verjaard, maar dat wist Zenden toen nog niet, volgens zijn advocaat, mr. A. Robustella. Hij vond dat hij straf verdiende, aldus de advocaat.

Waarom was het seksuele misbruik uit 1976 niet eerder aan de kaak gesteld? Aan Mieke heeft het niet gelegen. Ze begon er in die periode over te praten tegen een schoonzus die vragen stelde omdat Mieke zo stilletjes was geworden. Mieke vertelde haar alles. Ze kwam in die jaren veel bij Zenden en diens vrouw, haar oudere zuster Joke, die als een tweede moeder voor haar was. Zonder dat Joke er iets van wist of merkte, begon Zenden zijn schoonzusje te misbruiken.

De schoonzus die door Mieke in vertrouwen werd genomen, deponeerde het verhaal in de boezem van de familie. Daar volgde in 1978 een uitgebreid beraad. Iedereen was erbij betrokken, behalve Joke die nog jaren onkundig zou blijven van de daden van haar man. Haast was geboden, want twee broers van Mieke dreigden met wraak op Zenden. De zaak werd gesust. Zenden moest voortaan zijn handen thuishouden, en de rest van de familie - Mieke incluis - zou er verder het zwijgen toedoen.

“Hoe ging dat op verjaardagen?” vraagt de rechter aan Mieke. Hij heeft haar gevraagd te getuigen, hoewel ze alleen als toeschouwer naar de rechtszaal is gekomen. Na enige aarzeling stemde ze toe. De rechter beloofde haar geen gedetailleerde vragen over seksuele kwesties te zullen stellen.

“Toen de familie het nog niet wist, gaf ik hem gewoon een kus”, zegt Mieke. “Maar op een gegeven moment dacht ik: ik doe het niet meer. Mijn zus begreep mijn houding niet.”

Mieke lichtte haar zus pas in nadat ze op 23 februari 1981 opnieuw door Zenden was lastig gevallen. Ze was op die dag bezig het jongste kind van Zenden te verschonen. Zenden kwam binnen, trok haar broek omlaag en probeerde - volgens Mieke - gemeenschap met haar te hebben. Mieke rukte zich los en liep naar beneden, roepend: “Nu ga ik het Joke vertellen”. Ook Joke heeft de zaak daarna jarenlang in de familiale doofpot proberen te stoppen. Pas toen ze merkte hoezeer Mieke bleef lijden onder het verzwegene, liet ze zich scheiden van Zenden.

Zenden ontkent dat hij Mieke in februari 1981 heeft willen verkrachten. Hij geeft toe dat hij haar borsten heeft betast, maar van geweld kan hij zich niets herinneren. Kortom, zijn bekentenisdrang stokt na de verjaarde feiten.

“U zegt niet: ze liegt”, constateert de rechter.

“Ik zou het niet weten.”

De advocaat van Zenden vraagt Mieke waarom ze in 1991 alsnog aangifte heeft gedaan.

“Ik heb jaren niet geleefd”, zegt ze. “Tien jaar van mijn leven zijn verwoest. Twee jaar geleden besefte ik dat ik de zaak moest openbreken. Hij moet een stukje straf krijgen voor wat hij me heeft aangedaan. Hij leefde maar gewoon door, hij zei eens tegen me: het is verleden tijd. Maar hij heeft geen pakje sigaretten van me afgepakt, het is een heel stuk van mijn leven. Ik wil niet altijd achterom kijken, ik wil gelukkig leven en daarom zal ik nu de zaak afsluiten - dankzij deze aangifte.”

Ze loopt terug naar de publieke tribune terwijl ze Zenden nog even doordringend aankijkt.

“U heeft gezegd dat u het onplezierig vond wat u haar heeft aangedaan”, zegt de rechter tegen Zenden. “Die woordkeus vind ik onder de maat.”

“Ik heb er gewoon spijt van”, zegt Zenden stug.

De officier van justitie, mr. J. Wiarda, eist acht maanden gevangenisstraf waarvan vier maanden voorwaardelijk. “Het is weerzin- en deerniswekkend wat hij een jong meisje en later jonge vrouw heeft aangedaan. Er zijn te veel van dit soort mannen die zich niet kunnen inhouden.” Hij acht de poging tot aanranding - niet tot verkrachting - op 23 februari 1981 bewezen.

Opmerkelijk is de houding van mr. Robustella die als advocaat zijn cliënt niet spaart. Dat gebeurt zelden. Eerst hekelt hij de familie Zenden: “Deze zaken horen bij de rechtbank te komen, niet in de doofpot.” Hij noemt het onbegrijpelijk dat Zenden drie jaar na het befaamde familieberaad opnieuw de kans kreeg zich aan Mieke te vergrijpen. “Mijn cliënt moet duidelijk gemaakt worden dat dit alles na twaalf jaar niet zomaar vergeten kan worden.” Maar hij acht niet bewezen dat Zenden bij het voorval in 1981 geweld heeft gebruikt en vraagt om een voorwaardelijke straf.

(Het vonnis, twee weken later: 120 uur onbetaalde arbeid en een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden.)

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.

    • Frits Abrahams