Competitie van de plaatsvervangende schaamte voorbij

ROTTERDAM, 1 JUNI. Voetbal is weer even van het volk. De kapitalistische inslag van de grootverdieners en de arrogantie van de kunstenaars hebben het moeten afleggen tegen de eenvoud van de handwerkers. Hand in hand kameraden, het heeft altijd iets aanstekelijks gehad. Feyenoord, de kampioen zonder geld en tierlantijnen. Soms valt het succes in de schoot van de aanhouders. Soms winnen ze. Al hebben ze nog zoveel tekortkomingen.

Nauwelijks glinstering, nauwelijks licht. Feyenoord heeft geen sterren. Blinker heeft nog de naam en de mogelijkheden, Metgod alleen de naam. Feyenoord steunt op de brutaliteit van De Wolf en Fräser, op de degelijkheid van De Goey, Heus, Bosz en Van Gobbel, op de speelsheid van Taument en Witschge, de ondoorgrondelijke magie van Obiku en het eeuwig sluimerende talent van Kiprich, de Hongaarse melancholie ten voeten uit.

De aanhang van Feyenoord is groter dan je in slechte tijden verwacht. Toen het slecht ging, nog niet zo lang geleden, zelfs toen het faillissement dreigde besefte menigeen dat op basis van traditie en uitstraling Feyenoord zou terugkeren aan de top. Zelfs zonder sterren als Romario en Bergkamp. Want zonder uitzonderlijk ras gedijt Feyenoord het best.

Ajax kan het mooiste voetbal spelen, PSV zou het beste voetbal moeten spelen, maar Feyenoord wordt kampioen. Ajax zou zich moeten schamen met zoveel kunstzinnigheid andermaal niet te triomferen, PSV zou zich moet schamen met zoveel bijeengekocht talent niet nog eens kampioen te worden, Feyenoord zou zich moeten schamen driemaal met schrikbarend hoge cijfers van Ajax te verliezen. Eigenlijk is het de competitie van de plaatsvervangende schaamte geworden.

Armoe wordt niet afgemeten aan de reputatie van de competitie, maar aan het spel van de kampioen. En eigenlijk heeft Feyenoord zich nooit aan de indruk kunnen onttrekken dat het vrij arm is, arm aan creatief voetbal. Ze kunnen goed overspelen, zou een vader tegen zijn jongste zoon zeggen. De recente prestaties in Europees verband strekken allerminst tot aanbeveling. Gevreesd moet worden dat Europees succes volgend seizoen in het toernooi der landskampioenen kort en klein zal zijn.

Verwonderlijk is daarom de populariteit van Feyenoord. Zo'n ongelooflijke grote aanhang en zulk saai voetbal. Olympique Marseille heeft Pelé, Boksic en Sauzée, Milan heeft Van Basten en Lentini, Barcelona heeft Stoitsjkov en Laudrup, Juventus heeft Baggio en Möller, Anderlecht heeft Nilis en Degryse, Ajax heeft Bergkamp en Jonk en volgend jaar nog Petersen en Overmars, en PSV heeft Romario, Popescu en Vanenburg. Feyenoord heeft alleen degelijkheid, collectiviteit en een enkele bevlieging van Blinker.

Feyenoord is Willem van Hanegem. Zonder de ideale vader en zijn "gastjes' zou Feyenoord minder op het gemoed van de voetbalnatie werken. Een tragikomiek. De tegenpool van Louis van Gaal, de conscentieuze mathematicus, en Hans Westerhof, de te empathische welzijnswerker. Feyenoord is ook Ed de Goey. Zonder een degelijke, betrouwbare doelman speelt een elftal labiel. Vergelijk maar met Ajax met Menzo en Van der Sar. Kijk naar PSV met Van Breukelen en De Ron. Afwisseling in het doel is vaak de oorzaak van onzekerheid in het elftal.

Met Romario in goeden doen, was PSV nu kampioen. Zijn leven buiten het veld heeft hem en PSV tot slachtoffer gemaakt. Genspireerd door media die zochten naar meer dan sport. Wat een sportman buiten de wedstrijd doet, is voor een toeschouwer niet van belang. Als hij maar goed voetbalt, scoort en de liefhebber behaagt. Als een fascinerende filmacteur, aan wie je nooit en te nimmer zult vragen of hij wel elke keer op tijd bij de opnamen aanwezig is geweest. Romario is als een gitarist van een rockband. Het enige wat telt is zijn solo. Samenspelend op weg naar een climax, naar de hoogste toon van de gitaar. Daarvan raak je in hoge sferen, weg van de waanzin van de gewone wereld.

Solisten worden niet meer gewaardeerd in het voetbal. Ze worden onderworpen aan systemen, automatismen en het collectief, aan dictatoriale trainers, voorzitters en zakenlieden. Ze worden verstoten omdat ze alleen aan zichzelf denken, omdat ze alleen hun eigen acties vertrouwen. Idolen zijn solisten. Alleen solisten zijn identificatiefiguren. Feyenoord heeft ze nauwelijks. Misschien is Willem van Hanegem een solist. Of Regi Blinker, nog wel. Of John de Wolf, op zijn manier, door zijn uiterlijk. Ze zijn althans de persoonlijkheden waaraan de Feyenoord-supporter zich dient vast te klampen.