Clinton wil politieke midden terugwinnen

WASHINGTON, 1 JUNI. De afdeling woordvoering van het Witte Huis telt sinds afgelopen weekeinde één jong gezicht minder. Het 32-jarige wonderkind George Stephanopoulos is van zijn baan als directeur communicatie ontheven en krijgt een minder zichtbare functie als politiek adviseur. In zijn plaats komt het bekende Washingtonse televisiepraathoofd en voormalig woordvoerder van president Reagan, David Gergen (51).

President Clinton heeft Gergen te hulp geroepen om het van hem vervreemde politieke midden weer terug te winnen. “Ik maakte me zorgen dat het cumulatieve effect van sommige dingen die nu erg in het nieuws zijn, onze regering een tikje te partijdig heeft gemaakt”, zei Clinton. Gergen zei te verwachten dat Clinton het advies gaat volgen, dat hij in zijn column in US News & World Report gaf: verlaag de belastingen en de uitgaven in het begrotingspakket voor het de Senaat bereikt.

Gergen is volgens zijn zeggen partijloos en een oudgediende van drie Republikeinse presidenten, Ronald Reagan, Gerald Ford en Richard Nixon. Voor Reagan en Ford was hij directeur communicatie, voor Nixon onder andere tekstschrijver. Hoewel Clinton het als zijn missie ziet om het beleid van Reagan ongedaan te maken, heeft hij zich wel laten inspireren door de succesvolle politieke strategie van Reagan in diens eerste jaar, geregisseerd door Gergen. Vóór zijn inauguratie had Clinton zich voorgenomen om de geconcentreerde werkwijze van Reagan te volgen.

Maar op de dag na zijn inauguratie raakte hij al verstrikt in problemen die niets met zijn economische hervormingsplannen te maken hadden, zoals de illegale kinderoppas voor zijn kandidaat-minister van justitie en zijn plan voor toelating van homoseksuelen tot de krijgsmacht. De bijna voortdurende struikelpartij werd afgesloten met een haarknipbeurt van 200 dollar, politiek misbruik van de FBI en vriendjespolitiek bij het in dienst nemen van een nieuw reisbureau van het Witte Huis.

Om de aandacht niet af te leiden heeft Clinton de veranderingen aan zijn staf uitgesteld tot de stemming in het Huis van Afgevaardigden vorige week over zijn begrotingsplannen. Afgelopen zaterdagmorgen stapte hij met Gergen op het spreekgestoelte. Hij prees Stephanopoulos die met gebogen hoofd toeluisterde. Zijn oude vriend, de aardige maar weinig geharde chef staf Thomas McLarty, heeft hij voorlopig gespaard.

Stephanopoulos die nu volgens een oud Washingtons ritueel aan de oppositie wordt geofferd, is een typisch voorbeeld van iemand die de overgang van de campagne naar het Witte Huis niet snel heeft kunnen maken. Het winnen van verkiezingen vergt andere kwaliteiten dan het werk in het Witte Huis. Voor zijn opkomst als zegsman voor de presidentiële campagne van Clinton was Stephanopoulos als assistent van de Democratische leider Richard Gephardt een van de sterren in het Huis van Afgevaardigden. De meest begeerde yuppie van Washington beheerste het parlementaire spel en hij had het bij de Democratische presidentskandidaten voor het kiezen. Hij werd een vertrouweling van Clinton. Maar na de verkiezingsoverwinning merkte hij dat het in het Witte Huis veel moeilijker is dan bij een campagne of bij een Congreslid om de politieke agenda van de dag te beheersen.

Gergen brengt ervaring in een staf waar pas afgestudeerden overheersen. Hij behoort tot het Washingtonse establishment. Hij is ondanks zijn driejarige bondgenootschap met Reagan altijd nauwkeurig in het politieke midden gebleven. Een conservatieve Democraat die totnogtoe erg zuur deed tegen Clinton, senator Sam Nunn, had veel lof voor de benoeming van Gergen.

De benoeming van een persoon met een geslaagd verleden is geen wondermiddel. James Baker, een ideale chef staf voor de ideologisch klaarheldere president Ronald Reagan, heeft in die functie weinig kunnen uitrichten voor de besluiteloze president Bush. Clintons probleem is er niet alleen een van communicatie maar ook een van overvol beleid, omdat hij geen duidelijke keuzen maakt. Clinton zal zich meer zelfdiscipline moeten opleggen. De Republikeinen zien al watertandend uit naar de hoorzitting over de benoeming van een door Clinton voorgedragen radicale zwarte kandidaat voor onderminister van justitie, Lani Guinier. Zij heeft geschreven dat zwarten in wetgevende vergaderingen een vetorecht zouden moeten krijgen op voorstellen die hun speciaal zouden aangaan. Sommige conservatieve zwarten zouden volgens haar ook niet “authentiek” zwart zijn. Veel Democraten adviseren Clinton nu om zijn benoemingsvoorstel terug te trekken.

Een hardere noot wordt het onder leiding van Hillary Rodham Clinton ontwikkelde plan tot hervorming van de gezondheidszorg. Te vroege presentatie van dit plan kan de begrotingsplannen verstoren. Clinton zal dit tamelijk vage plan ook goed moeten uitleggen aan wantrouwige Amerikanen die na de belastingverhogingen nieuwe heffingen schuwen.

Goed nieuws was wel dat Clintons onwillige partijgenoot, senator David Boren, meer bereidheid heeft getoond tot een compromis, zodat Clintons begrotingsplan grotere kans maakt bij de Senaat. Afgelopen weekeinde heeft hij met enig succes geprobeerd zich populairder te maken bij de krijgsmacht. Clinton sprak zaterdag met enige zelfspot de afstuderende kadetten aan de militaire academie in West Point toe. “Ik ben onder de indruk van jullie kapsels”, zei hij onder applaus. Hij verdedigde de bezuinigingen op defensie.

Gisteren, op Memorial Day, herdacht Amerika de gevallenen op de slagvelden en Clinton sprak als eerste president voor het Vietnam-monument, de zwarte granieten muur met namen in Washington. Een kleine groep riep “lafaard” en “boe”, maar de meeste aanwezige Vietnam-veteranen applaudiseerden. “Sommigen hebben gesuggereerd dat het fout van me is om hier met u te zijn omdat ik het een kwart eeuw geleden niet met de beslissing eens was om jonge mannen en vrouwen naar de strijd in Vietnam te sturen”, zei hij. “Maar zoals oorlogen de kosten van de vrijheid zijn, zo is onenigheid het voorrecht van de vrijheid en dat eren we hier vandaag.”