Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Arbeidsmarkt

Strijd om salaris ambtenaren is nog niet gestreden

Onderhandelaar gemeenten: 'We zijn er voor de burger'

Het was een week vol acties van ambtenaren die strijden voor 2,5 procent loonsverhoging. Twee voormannen in de onderhandelingen lichten hun posities toe. H. van der Walle, voorzitter van het College van Arbeidszaken en onderhandelaar namens de werkgevers, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten: 'De acties zijn fatsoenlijk'. G. van Huygevoort (AbvaKabo), namens het gemeente-personeel: 'Wij zullen niet in de dolk van een kort geding lopen.' Een dubbel-interview.

DEN HAAG — De Franse actrice Jeanne Moreau heeft gisteren het nieuwe onderkomen van het Haagse Filmhuis, aan het Spui, geopend. Ter gelegenheid van haar komst naar Nederland wordt in het Filmhuis een overzicht van haar werk getoond, waaronder beroemde films als 'Jules et Jim' en 'Querelle'. Moreau (65) is nog actief als regisseur en als voorzitter van het Franse filmfonds, dat subsidies toekent aan veelbelovende filmprodukties. (Foto NRC Handelsblad/ Leo van Velzen)

Door onze redacteur JOHN KROON den haag, 29 mei. „Natuurlijk moeten wij een fatsoenlijke werkgever zijn. Maar wij zitten er ook voor het algemeen belang." Volgens H. van der Walle, die namens 647 gemeenten met de vakbonden over een nieuwe CAO voor gemeente-ambtenaren onderhandelt, is de lokale overheid niet zo maar een werkgever. Hogere lonen zullen altijd op kosten gaan van de burgers. „En we zitten er toch voor de burgers." Dat is volgens hem het dilemma van de lokale overheid als werkgever. „Kijk, in theorie kunnen wij wel 5 procent loonsverhoging betalen. Wij kunnen onze kosten afwentelen. Dat betekent gewoon: hogere belastingen en ontslagen. Maar daar zitten we toch niet voor? Wij willen toch geen hogere collectieve lastendruk? Als ik in de krant lees over een mogelijke recessie, dan zeg ik: daar moet je rekening mee houden als je bij de overheid werkt." De bonden vragen 2,5 procent salarisverhoging, als vergoeding voor de gestegen prijzen en om in de pas te lopen met de gemiddelde loonsverbetering in het bedrijfsleven. De overheid is de onderhandelingen ingegaan onder het in werkgeverskringen welbekende

motto: nul is nodig, nul is ook genoeg. De gevolgen van dit aanbod zijn op straat zichtbaar: de ene keer staakt het lokale openbaar vervoer, dan weer weigert de reinigingsdienst een deel van het huisvuil op te halen, ergens anders spuit de brandweer pleinen vol met schuim of weigeren parkeerwachters nog langer met hun nijvere activiteiten de gemeentekas te spekken. Van der Walle beziet de acties mild. „Ik vind ze fatsoenlijk. Ze zijn nog niet erg verstorend, behalve natuurlijk als het vuil lang blijft staan. Maar ontwrichtend, nee, dat zijn ze niet. Of ze ook helpen, dat zou ik niet durven zeggen." Het bod dat de gemeentelijke werkgevers op tafel hebben gelegd — en vervolgens door de vakbonden naar de prullenbak is verwezen — betekent voor de meeste gemeente-ambtenaren behoud van koopkracht. Maar Van

der Walle geeft toe dat de werknemers grotendeels hun eigen sigarendoos moeten aanspreken. Het bod moet voornamelijk worden betaald, valt uit de brief van de werkgevers op te maken, door

op het ouderenbeleid, het ouderschapsverlof, de wachtgeldregelingen en andere dergelijke 'verworven rechten' te beknibbelen. „Wat niet in onze brief staat", zegt Van der Walle, „is dat we ook uit eigen middelen nog willen bijdragen." In welk exact percentage het bod van de gemeentelijke werkgevers uitmondt, wil de eerste onderhandelaar niet kwijt. „Koopkrachtbehoud betekent in het duurste geval dat een ambtenaar er 1,3 procent bij moet krijgen. Maar voor anderen volstaat een half procent." Ergens daartussenin moet het bod van de werkgevers liggen. De bonden hebben het dus afgewezen en willen er ook eigenlijk niet over praten. Maar Van der Walle hoopt in het 'technisch beraad' waartoe de vakbonden wel bereid zijn, hun te overtuigen van de redelijkheid van het bod. „De bonden moeten niet vergeten

dat de gemeenten door het rijk al met allerlei bezuinigingen worden opgezadeld." Ingaan op de eis van 2,5 procent acht Van der Walle uitgesloten, ook al vertoont het werkgeversfront inmiddels scheuren doordat ten minste 30 gemeenten per brief op een royalere opstelling van hun onderhandelaars hebben aangedrongen. „Kennelijk beseffen niet alle gemeenten dat er een College van Arbeidszaken is gekozen dat namens hen opereert. De bonden meten dit bij de onderhandelingen natuurlijk breed uit. Maar, ach, ik spreek ook wel vakbondsleden die de zowel de acties als de salariseisen onredelijk vinden." Hij becijfert dat 2,5 procent loonsverhoging de gemeenten samen zo'n 250 miljoen gulden zou kosten, of, anders gezegd, de werkgelegenheid van 4.000 è 5.000 van de 220.000 gemeenteambtenaren op het spel zou zetten. „De bonden kunnen toch niet

zeggen: daar hebben we niets mee te maken? Ze kunnen toch moeilijk volhouden dat dat redelijk is als ze luisteren naar onze argumenten. Dan doe je ons als werkgever onrecht aan. Dat steekt mij wel." De vergelijking met de loonstijgingen in het bedrijfsleven die de bonden maken, gaat volgens Van der Walle niet op. „Als zij zeggen: we willen ongeveer hetzelfde percentage, dan zeg ik: dat lijkt wel geleide loonpolitiek. Dat wilden ze toch niet meer? De bonden zeggen toch: we stellen alleen looneisen in sectoren waar het kan? Nou, gemeenten zijn een sector waar dat niet kan. Ze hebben de grootste moeite om de touwtjes aan elkaar te knopen." Het is voor het eerst dat de CAO-onderhandelingen bij de overheid in acht verschillende sectoren worden gevoerd, waarvan de gemeenten er een zijn. Wel overleggen diverse overheidswerkgevers met elkaar om grote onderlinge afwijkingen te voorkomen. Van der Walle denkt dat deze decentralisatie, die nieuwe onderhandelaars rond de tafel heeft gebracht voorzover het om de salarisverbeteringen gaat, de opstelling van de vakbonden mede verklaart. „Ze zijn bezig de trend te zetten voor de onderhandelingen van de komende jaren."

H. van der Walle (VNG)