"Er moeten altijd mensen zijn die niet opgeven'

Veel jonge mensen zijn het materialisme voorbij. Ze zijn redelijk geslaagd, studeren, hebben werk, een huis, een auto, kunnen kopen wat ze willen. Maar er ontbreekt iets. Een leidraad, betrokkenheid. En dus zijn ze op zoek naar meer. Vandaag de tweede aflevering van een serie. De milieu- denktank van de Jonge Socialisten.

“Op mijn veertiende besefte ik dat politiek beslissend is. Ook over mij worden allerlei besluiten genomen. Ik wilde meepraten, meedoen. In 1985, ik zat toen in de tweede, ging ik het gevecht met de rector aan om leerlingen de gelegenheid te geven naar de grote demonstratie tegen de kernwapens te gaan. Ik won dat gevecht: we kregen vrij. Toen ben ik lid geworden van de Jonge Socialisten.”

Sharon Dijksma (21) is inmiddels voorzitter van de JS. “Ik wil vechten, dingen bereiken. Mijn vader overleed toen ik elf was. Als er iets was op school, moest ik alles zelf regelen. Mijn moeder had het veel te druk. Ik ontdekte ook hoe hypocriet de samenleving vaak is, want na mijn vaders dood - hij was directeur van een bedrijf - keerden allerlei mensen onze familie de rug toe. We waren blijkbaar niet interessant meer. De linkse politiek staat voor solidariteit, voor iets opbouwen. Rechts is niet solidair, die breken meer af. Vooral extreem-rechts.”

Samen met drie andere JS'ers vormt Sharon de "denktank' die het officiële milieustandpunt van de JS moet voorbereiden. Aan expertise geen gebrek: Edwin (21) is derdejaars milieukunde in Utrecht, Walfred (29) is gemeenteraadslid in Groningen (commissie milieu) en Guus (25) is milieuadviseur van een kleine gemeente in het oosten des lands. Sharon zelf moet nog beginnen aan haar studie (bestuurskunde in Enschede) maar heeft de leiding stevig in handen. Ze spreekt als de rencarnatie van Den Uyl en Malcolm X tegelijk. “JS'ers mogen niet meestemmen bij de bepaling van het partijstandpunt, maar we hebben wel spreekrecht op het congres. Zo kunnen we toch invloed hebben. Wij hebben de PvdA ook ooit zo ver gekregen dat ze het budget voor ontwikkelingssamenwerking verdubbelde.”

De denktank is buitengewoon negatief over de toekomst. Walfred: “In 2000 is de toestand van het milieu vele malen slechter dan nu. Het autogebruik gaat zich nog wel verdubbelen. Bij de huidige generatie politici ontbreekt de wil om echt wat aan het milieu te doen te enen male. Er gebeurt pas wat als Lubbers kanker krijgt en als wetenschappelijk kan worden aangetoond dat dat komt door de aantasting van de ozonlaag.” Waarom dan toch vergaderen, op zondagmiddag nog wel? Sharon: “Er moeten altijd mensen zijn die niet opgeven, die het niet pikken zoals het nu gaat. We blijven proberen grip te houden op de gang van zaken. Wie opgeeft, is de grootste verliezer.”

De Jonge Socialisten zijn vooral gefrustreerd over de omstandigheid dat het milieubeleid naar hun mening wordt verpest door conservatieve bejaarden als Andriessen. Volgens de denktank lijdt de huidige generatie politici aan een “eenzijdig welvaartsbegrip”. Walfred: “Ze meten welvaart slechts in termen van economie en geld, maar beseffen niet dat welzijn en een schoon milieu ook een belangrijke bijdrage leveren.” Met afgrijzen wordt een ontmoeting met staatssecretaris Ter Veld beschreven. Sharon: “Ze presteerde het om te zeggen: "het leuke van jong zijn is dat het overgaat'. Dat is de houding van de huidige generatie politici: jong moet zich aanpassen aan oud.”

Sharon: “Ik wil een topprioriteit voor het milieu. Het ministerie van VROM moet een beslissende stem krijgen en Alders een super-status. Economische groei is alleen acceptabel als het niet ten koste gaat van het milieu.”

“Ik zit hier echt niet om te mikken op een politieke carrière of om me in te likken bij Rottenberg. Als ik dat zou willen, zou ik een heel ander verhaal moeten vertellen. Net zo'n vaag verhaal als Rottenberg zelf. Bij ons pleit hij voor een selectieve krimp-economie, maar tegen ondernemers zegt hij het tegenovergestelde. De man praat iedereen naar de mond. De verpakking is aardig, maar de inhoud ontbreekt.” De rest van de denktank is het roerend met haar eens.

De nota die de fundamenten moet leggen voor het JS-milieustandpunt mag maar twee A4-tjes beslaan: één voor de oorzaken van het huidige falen van het milieubeleid en een waarin het beleid van de toekomst wordt beschreven. De denktank opereert als een geoliede vergadermachine. Iedereen krijgt de ruimte zijn mening te geven, maar niemand is eindeloos aan het woord. Er wordt op effectieve wijze gewerkt aan een schone wereld.

Walfred wil een duidelijke uitspraak over het spanningsveld tussen natuurbeleid en milieubeleid: “Natuurbeleid zorgt voor recreatie, recreatie voor vervuiling. Dit dilemma krijgt te weinig aandacht.” Guus, militant: “Gooi er een aantal ambtenaren van VROM uit en laat die werken in het veld!”

Edwin mist de doorberekening van milieukosten naar de consument, “De consument moet gaan betalen voor vervuilende produkten. Het is toch belachelijk dat biologisch-dynamische aardappelen veel duurder zijn dan gewone?” Sharon trekt het pleidooi van Edwin in een breder kader. “In feite is het heel liberaal om de consument te laten betalen voor wat schaars is, het milieu in dit geval. Kwestie van marktmechanisme. Andriessen hebben we dus sowieso aan onze kant.” Vervolgens bespreekt de denktank de wet van de "stimulerende achterstand': de bedrijven die je nu al laat betalen voor het milieu zullen er later - als alle bedrijven zullen moeten betalen - sterker uitkomen. Walfred: “Clinton doet dat ook. Hij laat het bedrijfsleven nu dokken. Niet uit milieu-idealisme, maar vanuit zuiver economische motieven. Dit moet voor ons een stimulans zijn.”

Sharon wijst op de problemen rond de handhaving van de milieuwetgeving. “Waarom is het wel mogelijk om op zoek te gaan naar tandenborstels bij bijstandsmoeders, maar niet om een adequate controle op te zetten voor bedrijven?” Ze speelt duidelijk de rol van gangmaakster. “We zitten nu in een recessie. De drang om van milieu een topprioriteit te maken neemt dan af. Iedereen denkt namelijk alleen maar aan zijn portemonnee. Ook bij de PvdA zie je dat het milieu op de achtergrond raakt. Daarom moet de JS zich juist nu krachtig uitspreken.”

Tenslotte zegt Sharon peinzend: “Of wij idealisten zijn? Misschien. Ik vind ons eerder realisten. Wat is er realistischer dan het pleiten voor een zo krachtig mogelijk milieubeleid? Maar ik offer wel veel tijd op, studietijd en vrije tijd. En door mijn controversiële opstelling werk ik niet bepaald aan mijn carrière. Maar ik wil iets doen voor de wereld, niet voor mezelf.”