De ontdekking van een dubbelganger; Verstikkende ironie in Philip Roth's nieuwe roman

Philip Roth: Operation Shylock, a confession. Uitg. Jonathan Cape, 389 blz. Prijs ƒ 42,75

Als er één schrijver is die zich graag vermomt en dwaalsporen uitzet, dan is het Philip Roth. Van die voorliefde was in zijn vroege, romantisch gekleurde maar in wezen realistische boeken als Goodbye Columbus en Letting go nog niets te merken, maar na de komisch overdreven autobiografische roman Portnoy's complaint is het begonnen. In die jaren werd Roth vaak en heftig beschuldigd van joodse zelfhaat en antisemitisme, en in het ene boek na het andere heeft hij zich tegen die aantijgingen teweergesteld, soms heel serieus, soms ironisch, soms in eigen gedaante maar vaker als een vermomde die met zijn verhulde identiteit de lezer meer dan gewone aandacht wilde afdwingen. Ook als hij in zijn werk optrad als Roth de schrijver maakte hij van zichzelf een romanfiguur waardoor alles wat hij over zijn eigen leven meedeelde op losse schroeven bleef staan. Het meest sprekende voorbeeld daarvan is The facts, zijn zogenaamde autobiografie uit 1989, waarin hij zegt eens en vooral af te rekenen met alle verdraaiingen en leugens, alle maskers en vermommingen waarmee hij zijn leven tot fictie had gemaakt. Ook in een boek als dit bleef de fictie een grote rol spelen. Het boek verscheen twee jaar na The counterlife waarin Roth, de uiterst behendige jongleur met fictie en feit, zichzelf overtrof en zich door middel van een vernuftige persoonsverwisseling de gelegenheid schiep om het zionisme, het joodse bewustzijn in Amerika en Israel, en de verhouding tussen Israel en de Arabische landen vanuit verschillende standpunten te bezien.

De nieuwe roman houdt zich bezig met dezelfde onderwerpen, al is de verhouding van Israel tot de Arabische landen nu toegespitst op het conflict met de Palestijnen en is de complexe persoonsverwisseling teruggebracht tot het optreden van een dubbelganger die niet alleen uiterlijk op Roth lijkt maar ook dezelfde voor- en achternaam draagt. In politiek opzicht zijn die twee elkaars tegenpolen. Roth de schrijver tekent zich als vurig zionist terwijl Roth de dubbelganger de theorie heeft ontwikkeld dat als de joden een nieuwe vernietiging willen voorkomen, ze de diaspora opnieuw moeten organiseren, vooral naar Oost-Europa. De mensen zullen juichen, predikt hij, als de eerste treinen met joden in Warschau aankomen. “"Onze joden zijn terug! Onze joden zijn terug!' zullen ze roepen.” Dat staat al op bladzijde 45 en na dergelijke onzin is het onmogelijk om de redeneringen over die nieuwe diaspora - en dat zijn er nogal wat - serieus te nemen. De ironie ligt er zo dik op dat het antizionistische argument, dat van de Palestijnen, erdoor bedolven wordt. Het debat dat de splitsing van de schrijver in een zionistische en antizionistische Roth had kunnen opleveren is daarmee van het begin af aan tot nul gereduceerd.

Het is moeilijk te begrijpen waarom Roth helemaal aan het begin van zijn roman de argumentatie zo willens en wetens ondergraaft. Misschien heeft hij met het botte ridiculiseren van het antizionistische standpunt zijn trouw aan Israel willen demonstreren. Vreemd blijft dan nog dat Roth de schrijver in een gesprek met een Palestijnse vriend ineens het diaspora-argument van Roth de dubbelganger overneemt. Moeten we aannemen dat de schrijver zichzelf als zo'n draaitol ziet dat hij met zijn woorden alle kanten op kan? Er wordt in het boek nog een andere mogelijkheid opengelaten. Roth beschrijft zichzelf als herstellende van een diepe depressie die veroorzaakt was door het slikken van Halcionpillen na een pijnlijke operatie aan zijn knie. Wie weet, zo wordt er gesuggereerd, is Roth de schrijver geestelijk nog erg kwetsbaar en laat hij zich gemakkelijk omver praten. Sterker, wie weet verkeert hij nog steeds onder de invloed van die pillen en vormen de dubbelganger en alles wat er geredeneerd en beleefd wordt met elkaar deel van een grandioze hallucinatie. En ook als dat zo zou zijn, wordt de roman er in geen enkel opzicht beter van.

Zijsprongen

Er wordt in Operation Shylock veel meer overhoop gehaald dan de tegenstelling tussen het zionistische en het Palestijnse standpunt. Roth de schrijver ziet zijn dubbelganger voor het eerst tijdens het proces tegen Demjanjuk in Jeruzalem, en al speelt het proces geen rol van betekenis in het boek, toch zijn er flinke stukken van het proces-verbaal opgenomen. Ook een interview met de Israelische schrijver Aharon Appelfeld dat Roth een tijd geleden heeft gemaakt, is in de roman terechtgekomen, evenals een dagboek van Klinghoffer, de man die bij de kaping van de Achille Lauro in 1985 werd doodgeschoten en die met het onderwerp van het boek evenveel van doen heeft als het recept voor sla met fijngesneden haring. Een rare zijsprong zonder enig effect is ook het steeds weer opduikende plan van de dubbelganger om de zoon van Demjanjuk te ontvoeren en in stukjes te snijden om de vader tot een bekentenis te dwingen. Door al die zijsprongen verloopt het verhaal met horten en stoten zonder ooit vaart te krijgen. Dan wordt Roth de schrijver zelf ontvoerd en gerecruteerd door de Mossad, de Israelische geheime dienst. Het boek zoals het nu gepubliceerd is, heet het verslag te zijn van Mossads Operatie Shylock. Omdat het laatste hoofdstuk teveel geheimen zou verraden, is het gesupprimeerd, zegt Roth met een laatste ironische dreun.

Het boeiendste deel van het boek is de ontdekking van de schrijver dat hij een dubbelganger heeft, dat er een man bestaat die met gebruikmaking van zijn roem de wereld afreist, op bezoek gaat bij Lech Walesa en de paus, en geld inzamelt voor een project dat ingaat tegen alles wat de schrijver zelf voorstaat. Voor iemand die net een maandenlange depressie heeft overwonnen en geestelijk nog niet sterk staat, zal die aanval op zijn identiteit zo bedreigend zijn als Roth het heeft beschreven. Daarna wordt alles afgeschermd en ontkracht door de verstikkende ironie. Als alles ironie wordt, valt er geen verstandig gesprek meer te voeren.