Aantal moslims in Afrika groeit snel

NAIROBI, 11 MEI. De Tanzaniaanse moslim-fundamentalistische organisatie Balukta begon vorige maand een jihad (heilige oorlog) tegen varkensvlees. Aanhangers van Balukta trokken een spoor van vernieling door de hoofdstad toen zij slagerijen aanvielen die varkensvlees verkopen. Balukta-leider sjeik Yahya Hussein en 38 aanhangers verdwenen achter de tralies en de regering verklaarde de organisatie illegaal. Een hoge Tanzaniaanse ambtenaar zei vorige maand: “We hebben altijd al geweten dat Iran slechte intenties had met de fundamentalisten. Met hulp van de topleiding zijn miljoenen in organisaties als Balukta gestoken.”

“Mensen die varkensvlees eten raken onder de invloed van de aan het vlees inherente sensualiteit. Wanneer deze trend zich voortzet en de geest benvloedt, dan wordt schaamteloosheid de norm (..) Daar in de wereld waar varkensvlees wordt gegeten, zoals in Europa en Amerika, vind je vrij geslachtelijk verkeer, daar heerst de schaamteloosheid. Varkensvlees etende sociologen, artsen en psychologen praten er overspel goed, evenals seksuele perversiteit. Zo niet in de werelddelen waar geen varkensvlees wordt genuttigd.” Het boekje tegen varkensvlees, waaruit dit citaat, behoort tot de islamitische propaganda die al jarenlang wordt verspreid in Tanzania. Het boekje is geschreven en verspreid door een organisatie in Iran.

Een geschatte 350 miljoen Afrikanen - ruim de helft van de bevolking van het continent - is islamitisch. Van alle godsdiensten groeit de islam het snelst op het continent. Jarenlange onvrede onder islamieten komt steeds meer aan de oppervlakte, vooral in landen waar ze een aanzienlijke minderheid vormen of waar ze werden achtergesteld zoals in Ethiopië, hoewel ze daar een (heel kleine) meerderheid uitmaken. Goed, meestal in het Westen opgeleide en welbespraakte islamitische predikers slagen er in toenemende mate in hun aanhangers te mobiliseren. Een lang geleden begonnen propagandacampagne, gefinancierd vanuit het Midden-Oosten, schiep hiervoor een vruchtbare voedingsbodem.

Meer dan eenderde van de Tanzanianen is islamiet, de anderen hangen het christendom of traditionele godsdiensten aan. De islamieten leven vooral aan de kust en op het eiland Zanzibar, een vroegere kolonie van het sultanaat Oman die vrijwel honderd procent islamitisch is. Onder de Zanzibari bestaat grote onvrede over de fusie in 1964 van het eiland met het vasteland Tanganyika. Als om hun eigen Zanzibari-identiteit te onderstrepen, gingen de eilandbewoners hun religie inzetten in hun conflict met het goeddeels christelijke vasteland. Diplomaten uit Saoedi-Arabië, Iran en andere staten uit het Midden-Oosten openden missies op het kleine eiland en begonnen hun islamitische propaganda, soms verpakt in de vorm van ontwikkelingsprojecten. Zanzibar werd, in de ogen van verontruste christelijke leiders, de springplank voor de islam in zuidelijk Afrika.

Ook in buurland Zambia geldt Iran als de boosdoener. Tachtig procent van de Zambianen zijn christen en president Chiluba is zelfs een "wedergeboren' christen. Hij riep Zambia vorig jaar uit tot een “christelijk land”. In februari wees zijn regering Iraanse diplomaten uit omdat zij religieus fanatisme zouden aanwakkeren. Kerkelijke leiders beschuldigden gisteren Iran ervan verantwoordelijk te zijn voor de oprichting vorige week van een radicale islamitische partij in Zambia. De regering heeft deze partij verboden.

In Kenia maken de moslims ongeveer een kwart van de bevolking uit. Deze Kenianen met Arabisch bloed in hun aderen vormen een culturele erfenis van de eeuwenoude handelsrelatie tussen de Oostafrikaanse kust en het Midden-Oosten. Zij voelen zich achtergesteld bij de “zwarten in het binnenland”. Ze ergeren zich aan de soms openlijke christelijk-fundamentalistische uitspraken van president Moi. Enkele islamitische predikers noemden Moi een “ketter”, toen de president Arabieren “de slavendrijvers van de zwarte Afrikanen” noemde. De illegale Islamitische Partij kan op groeiende steun rekenen langs de kust. Arabische landen steunen ontwikkelingsprojecten langs de Keniase kust en moslim-predikers zouden steun ontvangen van het fundamentalistische regime in Soedan. De populaire straatprediker sjeik Khalid Balala dreigde onlangs met een jihad tegen het regime van Moi.

Een volgende vermeende “springplank voor de verspreiding van Arabische invloed en de islam” betreft Soedan. De Oegandese president Yoweri Museveni vroeg het Westen onlangs hulp om pogingen tegen te gaan van “Arabische moslim-fundamentalisten om geheel zwart oostelijk Afrika te veroveren.” Museveni's opposanten krijgen onderdak in Soedan. Museveni helpt de Zuidsoedanese rebellenbeweging, het SPLA, dat strijdt tegen de moslim-fundamentalistische regering in Khartoum. Ook andere Afrikaanse leiders, zoals Robert Mugabe (Zimbabwe) en Mobutu (Zare), steunen het SPLA. Vroeger gold Libië als de boosdoener achter het “Arabisch/islamitisch imperialisme”, volgens menig zwart Afrikaans leider zijn dat nu Soedan en Iran. Dergelijke beschuldigingen blijven overigens doorgaans onbewezen.

Het Westen vreest op korte termijn destabiliserende moslim-fundamentalistische invloed in Eritrea en Ethiopië. In beide landen houden islamieten en christenen elkaar min of meer in evenwicht, maar onder de Ethiopische machthebbers domineren al eeuwenlang de christenen. De opkomenende invloed van moslim-fundamentalistische groepen in Somalië, die hulp van onder andere Soedan ontvangen, vormde een van de motieven voor de Verenigde Staten om er in december militair in te grijpen.

In West-Afrika maken in de meeste landen de moslims de meerderheid uit. Iran verspreidt op grote schaal propagandamateriaal in Senegal, Sierra Leone, Ivoorkust en Nigeria. Iraanse steun gaat naar islamitische scholen, culturele centra en moskeeën in deze regio en Westafrikanen krijgen in Iran islamitische opleidingen.

Centrum van Iraanse invloed in Afrika is Soedan. Behalve een zeer hechte militaire en economische samenwerking heeft er veel "culturele' uitwisseling plaats tussen de twee landen. Het Iraanse ministerie van islamitische leiding heeft in Soedan culturele centra gesticht, islamitische scholen en bibliotheken gebouwd en het personeel van deze instituten opgeleid. De Soedanese radio en televisie worden deels gefinancierd door Iran. Iraniërs leiden Soedanese rechters en advocaten op.

Of al deze inspanningen van zowel individuele groepen als regeringen in het Midden-Oosten zal leiden tot een islamitische revolutie in Afrika, zoals Iran en Soedan wensen, blijft twijfelachtig. Afrikaanse moslims zijn doorgaans tolerant en niet doctrinair. Veel Afrikaanse moslims hangen de mystieke sufi-bewegingen van de islam aan. En zij prefereren de islam boven het christendom omdat de Koran Afrikaanse tradities zoals polygamie tolereert.

Christelijke kerken voeren missiecampagnes om hun leer te verspreiden en de opmars van de islam te keren. Eind vorige eeuw ontstond er onder buitenlandse machten een wedloop op Afrika om grondgebied te veroveren. De nieuwe wedloop betreft de ziel van de Afrikanen. Irans verklaarde intenties met Afrika zal deze wedloop nog heviger maken.