Zak patat

Volgens "onze correspondent' had hij in het dorp over de grens een zak patat gehaald. Omdat zijn vrouw hem had gezegd dat de frieten nog warm moesten zijn als hij thuiskwam, was hij met een noodvaart naar huis gereden. Bij de grens stond een verlaten douanehuisje in de weg. Hij ramde het douanehuisje, dat in elkaar zakte, sloeg drie keer over de kop en kroop toen verbaasd met zijn patat uit de wrakstukken. Omdat hij verder niets had, maar toch even op zijn verhaal moest komen, nam hij een frietje.

Dat frietje had hij net op toen met veel gehuil van sirenes vier brandweerwagens, twee ambulances en drie politieauto's naderden. Van weerszijden van de grens kwamen ze. Verlegen vroeg hij de agenten de rest van de patat naar zijn vrouw te brengen maar dat deden zij niet. Samen met de verenigde brandweerkorpsen, de EHBO'ers uit de ambulances en de inmiddels ook gearriveerde burgemeester keken ze mistroostig naar het verpieterde douanehuisje en de overblijfselen van de auto. Ten slotte werd hij pro forma in een van de ambulances gehesen en afgevoerd voor nader onderzoek.

Alles bij elkaar genomen was het toch nog goed afgelopen, zou je kunnen zeggen, en het rampenplan had goed gewerkt. Maar het had wel geld gekost. Tenslotte moesten de politiemannen en brandweerlieden ook worden betaald en het waren allemaal overuren. Komt dat voor rekening van de betrokken gemeenten of kunnen die de kosten op de veroorzaker van het onheil verhalen? Over vragen die in dit verband rijzen wordt de laatste jaren druk gediscussieerd. Gemeenten zien met groeiend onbehagen de kosten van de hulpverlening toenemen. Dat die kosten hoog zijn steekt vooral wanneer het gaat om ongeregeldheden die het voorspelbaar gevolg zijn van geprogrammeerde activiteiten (voetbalwedstrijden, demonstraties), of om calamiteiten die door opzet of grove schuld van bepaalde personen worden veroorzaakt.

Af en toe komt het voor dat een gemeente in een civiele procedure verhaal voor gemaakte kosten tracht te vinden. Het is niet zo makkelijk om voor een dergelijke vordering een juridische grondslag aan te wijzen. Men probeert het wel met de stelling dat de veroorzaker van de hulpverlening tegenover de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld. Een andere, meer belovende grondslag is dat de gemeente, door zich op goede gronden in te laten met het belang van de ander, als "zaakwaarnemer' heeft gehandeld en als zodanig recht heeft op vergoeding van de gemaakte kosten. Ons privaatrecht bevat inderdaad zo'n bepaling. Maar het is de vraag of die in gevallen als deze kan worden toegepast.

Een paar jaar geleden was brand uitgebroken in de lading katoen van een schip, dat afgemeerd lag in de haven van Vlissingen. De brandweer was snel ter plaatse en gaf al na enkele uren het sein "brand meester'. Maar omdat de boel bleef smeulen, bleef de brandweer nog de hele nacht nablussen. Daarvoor moest eerst de smeulende lading worden gelost.

De gemeente Vlissingen wou dat blussen nog wel betalen, maar vond dat de kosten van het nablussen - het ging om 428.000 gulden - voor rekening van de ladingbelanghebbende moesten komen. De gemeente beriep zich op onrechtmatige daad en op zaakwaarneming. Daarnaast kon de gemeente zich nog beroepen op een artikel uit het Wetboek van Koophandel dat speciaal voor hulp aan schepen een regeling geeft voor de vergoeding van hulploon.

Over deze zaak is in drie instanties geprocedeerd en ten slotte heeft de Hoge raad in december 1992 uitspraak gedaan. Net als de rechtbank en het hof vond de Hoge Raad dat de gemeente geen aanspraak op vergoeding kon maken. De brandweer heeft nu eenmaal de publiekrechtelijke taak branden te bestrijden en daar hoort nablussen ook bij. De Brandweerwet voorziet niet in de mogelijkheid om kosten te verhalen en dat is maar goed ook, want anders zou bij de burger een drempel ontstaan om tot alarmering over te gaan "hetgeen uit het oogpunt van openbaar belang onwenselijk is'. En als verhaal op grond van het publiekrecht onmogelijk is, moet het ook niet langs privaatrechtelijke weg kunnen. Dan zou immers de publiekrechtelijke regeling op onaanvaardbare wijze worden doorkruist.

De zaak was hiermee beslist. Maar nu ging het gewoon over brand. Daarmee is nog niets gezegd over gevallen waarin de brandweer op goede gronden uitrukt om andere vormen van onheil te bestrijden. Ook niet over manifestaties die zo worden georganiseerd dat massaal optreden van politie of brandweer onvermijdelijk is.

Het zal me trouwens benieuwen hoe het nou gaat met die haastige patatkoper.