Uiterste poging in Oost-Duitsland om acties te vermijden

BONN, 30 APRIL. Hoewel maandag stakingen beginnen in de Oostduitse staal- en metaalsector om de werkgevers te dwingen hun opzegging van een al in '91 afgesproken CAO-verhoging met 26 procent in te trekken, wordt er achter de schermen hard gewerkt om alsnog tot een akkoord te komen. In Saksen zouden dit weekeinde al geheime onderhandelingen beginnen.

De IG Metall, de grootste Europese vakbond (ruim 4 miljoen leden), wil de stakingen de eerste twee weken op vrij kleine schaal houden. Dat gebeurt mede omdat het voor Oostduitse werknemers (in deze sector: een klein half miljoen bij een organisatiegraad van zo'n 90 procent) de eerste keer in zestig jaar is dat wordt gestaakt. IG-Metall-chef Franz Steinkühler, die maandag met andere leden van zijn bestuur zelf ook gaat posten in Saksen, zei gisteren dat zijn bond de werkgevers met het bescheiden begin van de stakingen “nog een kans wil geven”. Dat er nog snel een akkoord komt noemde hij “onwaarschijnlijk”. Steinkühler waarschuwde dat een eventueel akkoord op de valreep in elk geval eerst nog ter goedkeuring per stemming aan de leden zou moeten worden voorgelegd.

Gisteren kwamen er echter berichten uit Saksen dat IG-Metallonderhandelaar Hasso Düvel en werkgevers dit weekeinde geheim overleg voeren. In het openbaar heeft Düvel de eis dat de werkgevers éérst terug moeten komen van hun opzegging van de meerjarige CAO-afspraken iets afgezwakt. Hij is daarover niet aangevallen door de leiding van zijn bond. In het hoofdkantoor van de werkgevers in Keulen werd er rekening mee gehouden dat ook in Mecklenburg-Voorpommeren dit weekeinde zulk geheim overleg op gang komt. Steinkühler zelf had vorige week al eens gezegd dat er “over nadere CAO-modaliteiten” met hem wel te praten is.

Dat laatste heeft al tot speculaties geleid dat de vakbond wellicht bereid zal blijken om uitvoering van de afspraken dat de lonen in Oost- en West-Duitsland eind 1994 gelijkgetrokken te hebben (voor '94 was nog een verhoging van 30 procent afgesproken) over een langere tijd te spreiden. Van betekenis daarvoor is ook dat de IG Metall erkent dat de situatie in de Oostduitse metaal en staal wegens de economische recessie zeer slecht is en dat vroegere orders uit Oost-Europa geheel zijn weggevallen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de nog in de loop van 1991 door Gorbatsjov aangekondigde export-orders van 35 miljard mark naar de intussen verdwenen Sovjet-Unie. Uit vandaag verschenen enquêtecijfers blijkt trouwens dat een meerderheid (64 procent) van de Oostduitse werknemers bereid zou zijn met kleinere loonsverhogingen genoegen te nemen als daardoor het behoud van hun baan verzekerd wordt.

De onervarenheid in Oost-Duitsland met het technisch moeilijke stakingswerk en de wankele economische toestand van de meeste metaal- en staalbedrijven houden de IG Metall zeer bezig. Steinkühler herinnerde er uitdrukkelijk aan dat de Oostduitsers tijdens Hitlers Derde Rijk (1933-1945) en in de DDR niet mochten staken. “Na tientallen jaren van onvrijheid en onderdrukking en de talloze niet nagekomen beloftes van regering en bedrijven na de Duitse eenwording van 1990, hebben de werknemers nu een moeilijk maar eerlijk besluit genomen”, zei hij. Hoeveel geld er in de stakingskassen zit, wilde hij niet zeggen, “maar wel genoeg om het zonodig lang vol te houden”. Wel staat vast dat zijn bond omstreeks 250 mark per week aan zijn stakende leden uitkeert, wat minder dan 50 procent van hun huidige loon is.

Maandag gaan zes staal- en 20 metaalbedrijven in de deelstaat Saksen plat, heeft de IG Metall-top gisteren in Frankfurt besloten. Dinsdag komen 24 metaalbedrijven in de noordelijke deelstaat Mecklenburg-Voorpommeren aan de beurt. In totaal zijn ruim 28.000 leden voor maandag en dinsdag opgeroepen om te staken. Daarna worden de stakingen geleidelijk uitgebreid, al zijn daarvoor in de metaal in de drie andere Oostduitse deelstaten - Brandenburg, Saksen-Anhalt en Thüringen - eerst nog zogenoemde "Urabstimmungen' onder de leden nodig. Voor 12 mei is in heel Duitsland een actiedag gepland.

De IG Metall richt de stakingen vooral op sterkere, zelfstandige bedrijven, liefst op dochters van Westduitse moeders, tenzij die - zoals bijvoorbeeld Volkswagen - de afgesproken verhoging met 26 procent (ten opzichte van de lonen in '91) al betalen. Vroegere DDR-staatsbedrijven die nog onder het regime van het Treuhand-instituut functioneren worden zoveel mogelijk ontzien. Stakingen daar zouden trouwens in feite "tegen' de Duitse belastingbetalers zijn, want die nog niet geprivatiseerde bedrijven worden uiteindelijk geheel of gedeeltelijk in leven gehouden door de overheid.