Ton boete geëist voor heling van beschermde landschildpadden

DEN BOSCH, 30 APRIL. Voor heling van een grote partij beschermde landschildpadden eiste de officier van justitie mr. M.M. Beukers voor de rechtbank in Den Bosch gisteren honderdduizend gulden boete en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een halfjaar. Hij verweet de 40-jarige makelaar in dieren A. van R. dat zij enige honderden schildpadden zonder vergunning had ingevoerd, danwel wist dat het om van misdrijf afkomstige dieren ging. Volgens de officier was de dieren door Van R. de nodige zorg onthouden. Subsidiair legde hij haar daarom opzettelijke dierenmishandeling ten laste.

Vorig jaar juni deed de veldpolitie van Boxtel een inval bij "Squamata Animal Brokers' in Eindhoven, waarbij een partij van 359 levende en 154 dode dieren in beslag werd genomen. Het ging om zeldzame panter-, pannekoek- en sterreschildpadden. De dieren werden ondergebracht bij het reptielenopvangcentrum in Vlissingen, Iguana.

Van R. eiste onmiddellijke teruggave van de inbeslaggenomen dieren. Volgens Van R., ging het om een "kweekgroep' die de afgelopen vier jaar was samengesteld. Het waren volgens haar dieren waarvoor de benodigde documenten aanwezig waren. De raadkamer van de rechtbank honoreerde begin februari 1993 haar eis. Gelet op het bewijsmateriaal achtte de raadkamer het “hoogst onwaarschijnlijk” dat de strafrechter tot verbeurdverklaring zou overgaan. Toen de dieren weer bij Squamata werden afgeleverd bleken er nog slechts 63 in leven. Van R. wijt de dood van de landschildpadden aan de slechte behandeling die ze bij Iguana zouden hebben gekregen. Volgens de beheerder van Iguana waren de schildpadden echter ernstig besmet met een vrijwel onbehandelbare amoebe-infectie.

De stelling van zowel Iguana als de getuige van de officier, emeritus hoogleraar diergeneeskunde P. Zwart, dat de dieren in het wild gevangen waren, werd niet door de verdediging betwist. Volgens de advocaat van Van R. waren de deskundigen echter niet eensluidend in hun oordeel wanneer de dieren gevangen waren. Het hoofd van de Nederlandse afdeling van CITES (Convention on International Trade in Endangered Species) wees er tijdens de zitting op dat wel de invoer van een aantal van de onderhavige schildpadden is verboden, maar dat het bezit van dergelijke beschermde dieren niet strafbaar is.

Van R. vroeg de officier waarom zij haar dieren de nodige zorg zou onthouden en mishandelen wanneer de dieren, zoals de officier had berekend, tussen de anderhalve à tweeëneenhalve ton waard waren. De advocaat van Van R., mr. G. Reinartz, kondigde eerder aan dat hij, als niet tot vervolging van zijn cliënte zou worden overgegegaan, namens haar een schadeclaim zou indienen bij de staat der Nederlanden.

Van R. en haar partner W.J. zijn vorig jaar door de rechtbank in Den Bosch tot vrijheidsstraffen en geldboetes veroordeeld wegens handel in beschermde dieren en valsheid in geschrifte.