Stadsherstel in Utrecht krijgt 60 miljoen erbij

UTRECHT, 30 APRIL. Utrecht krijgt tot 2005 zestig miljoen gulden extra voor de stadsvernieuwing. Staatssecretaris Heerma (volkshuisvesting) heeft dit bekend gemaakt. Het college van B en W noemt het bod "onacceptabel".

In de "verdeelsleutel stadsvernieuwingsgelden', die Heerma gisteren naar de Tweede Kamer zond, houdt de staatssecretaris grotendeels vast aan de verdeling die hij in januari aan de adviesraden had voorgelegd. Daarin werd prioriteit gegeven aan de vier grote steden. Van de 7,2 miljard gulden die landelijk tot 2005 beschikbaar is, zou Amsterdam 1,8 miljard gulden ontvangen, Rotterdam 943 miljoen, Den Haag één miljard en Utrecht 170 miljoen gulden. In het huidige voorstel gaat Heerma akkoord met een overgangsregeling voor de middelgrote steden om grote veranderingen in de bijdrage op te vangen.

Met het bod van Heerma komt het totale bedrag dat Utrecht tot 2005 voor de stadsvernieuwing krijgt op 231 miljoen gulden ofwel 23 miljoen per jaar. Dat is beduidend minder dan de 43 miljoen gulden die de stad tot nu toe ontvangt. Het gemeentebestuur meent dat jaarlijks zeventig miljoen gulden nodig is om de stadsvernieuwing voor 2005 af te ronden.

De staatssecretaris blijft er bij dat Utrecht slechts vierduizend slechte woningen telt, terwijl het gemeentebestuur uitgaat van zevenduizend. Heerma wijst er op dat de vier bureaus die het onderzoek naar de woningkwaliteit hebben verricht, hun eigen gegevens betrouwbaar noemen.

Een extra bijdrage voor Utrecht is volgens Heerma toch op zijn plaats wegens de speciale positie van de stad: Utrecht heeft met veel eengezinswoningen de bouw van een middelgrote stad, maar de problemen van een grote stad. Een ander argument van Heerma voor een extra bijdrage is de artikel 12-status van Utrecht, op grond waarvan een armlastigde gemeente onder voorwaarden meer geld kan krijgen.

Wethouder J. Zwart van volkshuisvesting concludeert dat “Den Haag naar Utrecht heeft geluisterd. Al onze argumenten zijn benoemd en min of meer gehonoreerd”. De uitkomst noemt hij echter “teleurstellend”. Zwart vestigt zijn hoop op de onderhandelingen die nog gaande zijn over een rijksbijdrage ten behoeve van de nieuwbouw van woningen in de stad.

Volgens het gemeentebestuur vormen de hoge huizenprijzen in Utrecht een extra obstakel voor de stadsvernieuwing. De aankoop van een slooppand kost al gauw zeventigduizend gulden. Heerma opperde gisteren voor de radio dat de gemeente in een dergelijk geval beter nog een paar jaar kan wachten met de aankoop. Zwart verzet zich tegen zo'n aanpak. “Je kunt wel wachten tot die huizen in elkaar vallen, maar het gaat om wijken met variëteit, waarbij delen wel verbeterbaar zijn. Een niet-integrale aanpak leidt tot meer kosten op termijn. Als je in je gebit een paar slechte kiezen hebt, kun je die beter nu aanpakken; dan bespaar je jezelf een nieuw gebit.”