Springdance Festival toont grof werk van Newyorkse regisseur Rezah Abdoh; Een achtbaan van lelijkheid en slechte smaak

The law of remains door Dar A Luz. Springdance Festival. Sporthal De Veiling. 4 t/m 7/5. Res. 030-332032 / credit card tel. 030-317517.

NEW YORK, 30 APRIL. Tot het moment van de verlate aanvang van de voorstelling hebben medewerkers van de theaterproduktiemaatschappij Dar A Luz nerveus de zaal doorkruist, maar als het publiek eindelijk ongemakkelijk op de grond zit, wordt het uiterst zakelijk en bondig genstrueerd. Zodra het teken gegeven wordt, dienen de toeschouwers zo snel mogelijk en ordelijk voor een ander podium plaats te nemen, elders op de tot theater omgebouwde zolder van 440 Lafayette street, recht tegenover het Public Theater. Tijdens de voorstelling, luidt de waarschuwing verder, worden pistoolschoten gelost en vuurtjes gestookt - negeren van de aanwijzingen levert gevaar op. Nog voor Tight White Right van start gaat, zit de schrik er al in.

Door wat volgt, neemt de spanning alleen maar toe. Vanaf de eerste scène - een door mist en rood licht omgeven lynchpartij door Ku Klux Klan-leden - tot de laatste waarin de machteloosheid en de woede van een door de blanke acteur Tom Pearl Simon gespeelde zwarte de toon bepalen, bevindt de toeschouwer zich in een achtbaan. Een achtbaan van lelijkheid en slechte smaak, van grove clichés over minderheden, van demagogisch gepresenteerd racisme, maar desondanks is, afgezien van het oorverdovende geluid dat de spelers gezamenlijk weten te produceren, vaart het opvallendste kenmerk van Tight White Right. De dynamiek en de vitaliteit van het niet zozeer uit tekst maar vooral uit clipachtige beelden opgetrokken spektakel zijn verbijsterend. Het tempo lijkt zelfs per scène toe te nemen - maar is, te oordelen naar de kleine man die regelmatig driftig gebarend achter de techniektafel vandaan komt stormen, nooit hoog genoeg. Voor iemand die in Iran geboren werd en daar en in Engeland opgroeide, past regisseur Rezah Abdoh de principes van de grote flitsende Amerikaanse Broadwayshow opmerkelijk bedreven toe.

En dat op Off-Off-Broadway: voorhoedekunstenaar maar ook routinier. Hoewel Abdoh pas 29 is, heeft hij een onwaarschijnlijk lange staat van dienst. Op zijn veertiende, toen hij het welgestelde in Londen gevestigde ouderlijk huis al verlaten had regisseerde hij voor het Engels National Youth Theatre Ibsens Peer Gynt; sindsdien maakte hij 27 voorstellingen, van dikwijls door hemzelf geschreven stukken en een speelfilm, The Blind Owl. Bogeyman (1991), uitgevoerd door het Los Angeles Theater Center (LATC), bracht Abdoh volop in de belangstelling. De voorstelling, luidruchtig handelend over aids, nichten, incest en geweld, joeg veel argeloze toeschouwers de zaal uit. Het uit 1992 stammende The law of Remains (uitgevoerd door de nieuwe Newyorkse groep Dar A Luz, omdat LATC failliet gegaan was) toonde wederom geweld: stromen bloed, moord en kannibalisme illustreerden het relaas over Jeff Dahmer, de toen zojuist ontmaskerde seriemoordenaar die er een gewoonte van maakte met lijken te slapen, hun hoofd uit te koken en ledematen in zijn koelkast te bewaren. Deze voorstelling, laatste van een met Bogeyman begonnen trilogie, zal volgende week te zien zijn tijdens het Springdance Festival in Utrecht, dat met deze theatershow een nieuwe impuls wil geven aan het tot nu toe alleen met dans geprogrammeerde festival.

“Mensen die mijn werk te grof vinden, moeten dat niet mij verwijten maar de samenleving en uiteindelijk zichzelf. Ik toon, sterk uitvergroot want anders kun je het net zo goed laten, de realiteit en beelden die deel uitmaken van onze geschiedenis of van de ontwikkeling van bepaalde groepen. Ik toon hun pogingen om macht te verwerven.” Macht verwerven: het is het sleutelbegrip van Abdhohs theater. Daags na de voorstelling benadrukt hij ten huize van zijn producente Diane White keer op keer dat het hem daarom begonnen is. Zwarten, joden, latino's, aidspatiënten, vrouwen en alle anderen die in zijn ogen verder nog onderdrukt en verschopt worden moeten macht verwerven. Hij is niet tegen de gemiddelde Amerikaanse blanke, heteroseksuele man, hij is alleen voorstander van het delen van de macht.

“De samenleving is gebaseerd op het mechanisme van schuld en boete, niet op onderzoek naar de oorzaken van misstanden. Men wijst beschuldigend naar bevolkingsgroepen of naar duivelse individuen, zonder een analyse te willen plegen. In dit land waar zoveel mensen buiten de boot gevallen zijn, looft men het principe van de gelijkheid - en verwart men die gelijkheid ook nog eens met assimilatie. Iedereen moet worden zoals de dominante cultuur het graag ziet. Daar verzet ik me tegen, uit lijfsbehoud, maar ook omdat de kracht van Amerika juist erin schuilt dat het geen monoliet is. Het is een optelsom van culturen die gezamenlijk de meest invloedrijke samenleving ter wereld vormen. Tussen het ene en het andere zie ik een duidelijk verband.”

In het op de black and white minstrel show gebaseerde Tight Right White zijn de twee hoofdpersonen een jood en een zwarte. Op een gegeven moment verkracht de met nazi-symbolen getooide zwarte de jood; de scène verwijst volgens Abdoh naar de zelfhaat en de historische onderwerping aan de slachtbank van de jood en de mythologische potentie van de zwarte man. “Ik maak bewust gebruik van clichés en stereotyperingen, alleen al dat ze herkend worden is winst. Misschien lijkt het alsof ik leed annexeer - ik behoor inderdaad niet tot de zwarte cultuur en ook niet tot de joodse, maar ik ben slachtoffer van dezelfde soort vooroordelen als tegen hen gekoesterd wordt. Ik ben een uit een islamitische vader en katholieke moeder voortgekomen Iraniër, die in Amerika leeft, homoseksueel is en seropositief.”

Dat Abdoh voortdurend melding maakt van die laatste twee kwaliteiten heeft volgens hem niets met koketterie te maken en alles met duidelijkheid. “Ik geloof in activisme en dat laat ik in mijn werk zien. En mensen begrijpen mijn voorstellingen beter als zij weten door wie zij gemaakt zijn. Zowel in mijn werk als in mijn leven wil ik alles tonen om ook de eventueel negatieve effecten te leren kennen. Dan pas kun je ze overwinnen. Ik demystificeer mijn HIV-status - om er aan voorbij te kunnen gaan. In Amerika kan dat ook: hier ben je niet gedoemd alleen nog maar een seropositieve te zijn.

“Ik ben pessimistisch noch optimistisch over de samenleving. Als ik geweld toon is dat niet omdat ik er alleen maar tegen ben. Zeker, ik wens niemand toe er slachtoffer van te worden, maar tegelijkertijd aanvaard ik het en laat ik het ook zien als een onuitroeibaar fenomeen. Het is er en tot op zekere hoogte geloof ik in de kracht ervan. Geweld, armoede, wreedheid hebben altijd bestaan en maken deel uit van onze psyche. Dat ontkennen is nog erger dan alleen de symptomen ervan bestrijden.”

Hoewel Abdoh denkt dat het vertoon van geweld in met name speelfilms wel degelijk geweld kan genereren, ziet hij daarin voor de cineast of voor de theatermaker geen reden om aan zelfcensuur te doen. “Een figuur als Jeff Dahmer is een typisch produkt van een Angelsaksische cultuur. Men onderdrukt driften die zich uiteindelijk zeer gewelddadig kunnen manifesteren. Die gevolgen niet tonen heeft vergelijkbare stinkende doofpotten tot gevolg. Bovendien lijkt mij een samenleving die dergelijke kunstuitingen verbiedt gevaarlijker dan een die ze toelaat en er de gevolgen van aanvaardt.”

In The Law of Remains gebeurt dat laatste op niet mis te verstane wijze. “I'm Jeffrey Dahmer”, zegt de acteur: “Andy Warhol is making a movie of my life”. “In Amerika”, zegt Abdoh, “kan een seriemoordenaar uitgroeien tot een ster, die navolging verdient.”