Spectaculaire actie van politie zelden effectief

Sinds kort huren twee Rotterdamse bewonersorganisaties politiemensen om in hun vrije tijd in de buurt te surveilleren. Het is een veeg teken dat de reguliere politie-inzet kennelijk niet voldoende is. Deze week deed de Rotterdamse politie een spectaculaire tegenzet: twintig invallen door 175 man in drugspanden, eethuisjes en cafés in twee wijken. Dit was het visitekaartje van het nieuwe Team Geweldscriminaliteit in de Maasstad. De netto buit was niet overweldigend. Maar daar ging het ook niet om. “We willen even laten zien wie hier de baas is en de mensen een gevoel van veiligheid geven”, verklaarde een politie-officier. De media waren dan ook speciaal uitgenodigd en kregen alle ruimte.

Zou het werkelijk helpen? Amsterdam heeft reeds het voorbeeld gegeven met de inzet van een Roofteam, compleet met helikopter om de inzet van manschappen beter te kunnen dirigeren. Aanleiding vormde een golf van overvallen die naarmate de grotere geldinstellingen zich beter beveiligen de kleine middenstand treft. Het Roofteam heet inmiddels aardige resultaten te boeken, niet door eenmalige actie doch door bij de les te blijven. Met regelmaat dreunt de roof-helikopter dreigend over keurige Amsterdamse achtertuinen.

Een projectmatige aanpak is in de moderne politiepraktijk onvermijdelijk, al was het alleen omdat het totale werkaanbod eenvoudigweg niet te behappen valt. Er dient echter te worden gewaakt tegen het wekken van overspannen verwachtingen. In de Verenigde Staten heeft men al langer ervaring met de inzet van speciale afdelingen. “Die verrichten dan wat arrestaties”, vertelde mij jaren geleden een politieman in Kansas City, “maar ze verplaatsen voornamelijk de misdaad naar een ander district”.

De ervaringen in de VS vormden in 1985 een belangrijke inspiratiebron van een alarmerend rapport van het WODC, het onderzoekscentrum van het ministerie van justitie, over de nu ook hier zo populaire politiële misdaadbestrijding. Zeker voor spectaculaire campagnes geldt dat ze over het beoogde doel - herstel van vertrouwen - kunnen heenschieten doordat ze door de bevolking juist worden uitgelegd als een aanwijzing dat misdaad en onveiligheid toenemen. Op z'n minst is er een bijeffect van scepsis. De inzet van de media als extra wapen is dan ook rijkelijk naief. Al was het alleen omdat het nieuwtje al gauw ervan af is. We hebben het bewust bespelen van de media in dit land al eerder meegemaakt toen een Gideonsbende van bevlogen officieren van justitie zich in de jaren tachtig op de fraude stortte. Televisiecamera's bij de inval in de Slavenburgs Bank werden het symbool van een justitieel publiciteitsoffensief dat in de vakpers spottend werd aangeduid als MOM (Marketing Openbaar Ministerie). Het werd ten slotte in de rechtszaal op ware - niet te verwaarlozen, doch bescheidener - maat gesneden.

Het gevaar is ook niet denkbeeldig dat spectaculaire acties meer verstoren in de verhouding met probleemgroepen (jongeren, minderheden) dan ze opleveren. Een Amsterdamse politie-officier leverde jaren geleden reeds, ongetwijfeld onbedoeld, een illustratie toen hij in kleine kring vertelde over het toezicht in de omgeving van het Rembrandtsplein door de “burgerpot” (politie in burger). “Omkeren” noemde hij zijn methode: een verdachte gelegenheid binnengaan, de aanwezigen zonder aanziens des persoons tegen de muur draaien en dan controleren op papieren en zo. Dat dit niet spoorde met het Wetboek van strafvordering gaf hij grif toe. Leverde het ook veel op? Eigenlijk niet, maar ook toen al: “dan weten ze tenminste dat we er zijn”. Hoe schatte de politie-officier de kans dat zijn rechercheurs ooit nog een getuige uit dergelijke kringen zou krijgen? Miniem. Tel uit je winst.

Trouwens ook binnen het korps zelf kunnen speciale acties de verhoudingen verslechteren. De essentie van het politiewerk is wel omschreven als “het mobiliseren van de sociale controlemechanismen in de samenleving zelf”. Dat vergt nabijheid en die wordt om het schematisch uit te drukken eerder geleverd door de wijksurveillant dan door de krachtpatsers van het speciale team die zo prominent in de beelden van de Rotterdamse actie aanwezig waren. De trend in de Nederlandse politie is echter juist schaalvergroting, zoals blijkt uit de grootscheepse reorganisatie in regionale politiekorpsen waartoe is besloten. Daardoor komt de korpsleiding op grotere afstand van de burger te staan. De greep naar speciale eenheden wordt dan verleidelijker dan het moeizame werk in de wijken. Zeker nu een verkiezingsjaar met criminaliteit als hoofdpunt in aantocht is.

Behalve een voorbeeld voor Rotterdam leverde Amsterdam onlangs ook een waarschuwing in de vorm van een veegactie onder de koffieshops. Ook hier een machtsvertoon dat weinig concrete resultaten opleverde behalve een kortstondig publiciteitseffect. Koffieshops hebben ongetwijfeld de neiging uit de hand te lopen, zoals premier Lubbers in zijn befaamde toespraak in Almere signaleerde, maar worden met goede redenen in dit land wèl gedoogd. De oplossing is ingewikkelder dan het incidenteel dichtspijkeren van enkele gelegenheden, zoals blijkt uit het gedegen rapport Drugs en overlast van een werkgroep onder leiding van de Arnhemse advocaat-generaal mr. P.H.A.J. Cremers. Een combinatie van bestuurlijke, civiele en strafrechtelijke maatregelen - variërend van het gemeentelijk toezicht op de horeca tot huurrechtprocedures - is gewenst om een subtiel doch produktief evenwicht in het gedoogbeleid te bewaren.

Dat is andere kost dan een publicitair goedogende veegactie.