Sancties; De buren krijgen de rekening

De buurlanden van Joegoslavië - Hongarije, Roemenië en Bulgarije - hebben de noodklok geluid over de verliezen als gevolg van de nieuwe, dinsdag ingegane sancties tegen de federatie van Servië en Montenegro. Ook Griekenland, dat niet aan Joegoslavië grenst maar wel afhankelijk is van de transitroute door dat land, heeft zich beklaagd.

Griekenland acht zich van alle buren het ergst getroffen: sinds vorig jaar de eerste sancties tegen Joegoslavië werden afgekondigd hebben de Grieken een verlies van - naar eigen zeggen - 2,6 miljard dollar geregistreerd. Niet alleen is de Joegoslavische markt weggevallen, ook de transportkosten zijn drastisch gestegen, omdat Griekse exportprodukten met een Europese bestemming òf langs de omweg door Bulgarije, Roemenië en Hongarije moeten worden getransporteerd òf per schip naar Italië moeten worden vervoerd; beide omwegen zijn omslachtig. En aangezien Griekenland tweederde van zijn export met de elf ver weg gelegen EG-partners afwikkelt, loopt de schade in de papieren.

De Grieken zijn er het afgelopen jaar van beschuldigd op grote schaal de hand te hebben gelicht met de naleving van de boycot. Dat, zo beweert Athene, waren echter maar incidentele, “extreem minimale gevallen”, zoals een Griekse woordvoerder het deze week uitdrukte: dat schendingen van het embargo oogluikend zijn toegestaan is “kwaadsprekerij”. Sterker: in Thessaloniki liggen de pakhuizen vol “twijfelachtige” goederen die, op weg naar een verboden Joegoslavische bestemming, aan de grens in beslag zijn genomen. De toepassing van resolutie 820, waarmee vanaf dinsdag de sancties zijn aangescherpt, gaat Griekenland volgens minister van buitenlandse zaken Papaconstantinou zoveel kosten, dat het zich als “belangrijkste slachtoffer” kan beschouwen en voor compensatie door de VN in aanmerking wil komen.

De Hongaren, Bulgaren en Roemenen hebben soortgelijke problemen, die echter, in relatie tot hun veel zwakkere economie, navenant harder aankomen. Dinsdag al klaagde een Hongaarse woordvoerder over de “ernstige hoofdpijn” waaraan zijn economie als gevolg van de sancties lijdt. De schade die door toepassing van resolutie 820 wordt toegebracht wordt in Boedapest becijferd op een half miljard dollar. De vrijwel volledige stillegging van het transport van en naar Joegoslavië komt de Hongaarse spoorwegen op een verlies van honderd miljoen dollar te staan, de transportonderneming Hungarocamion verwacht per maand 160.000 dollar te verliezen.

Nog groter is het verlies door de stillegging van het scheepvaartverkeer op de Donau, de levensader van zuidoost-Europa. Daar komt bij dat de Joegoslaven wraak nemen. Hongaarse (en Roemeense, en Bulgaarse) schepen worden binnen de Joegoslavische sector van de rivier aangehouden en moeten dan een soort tolgeld betalen dat per schip kan oplopen tot 15.000 dollar - een bedrag dat vrijwel geen Oosteuropese transporteur kan opbrengen en dat het vervoer per schip hoe dan ook verliesgevend maakt. Als de (volgens de Donau Commissie) “volstrekt illegale belasting” niet wordt voldaan, wordt het schip aan de ketting gelegd. Op het ogenblik worden twee Hongaarse schepen vastgehouden, een daarvan al langer dan een week.

Ook voor de Roemenen en de Bulgaren, voor wie de Joegoslavische markt in het verleden van groot belang was, is de rol van de Donau als levenslijn even verleden tijd. Roemenië heeft het afgelopen jaar twee miljard dollar schade geleden; door resolutie 820 komt daar twee tot drie miljard dollar bij. De nieuwe sancties kosten bovendien 20.000 Roemenen hun baan. Sinds premier Vacaroiu deze week per decreet alle transport, met uitzondering van humanitaire goederen, naar Joegoslavië verbood zijn op twee na alle grensovergangen met Joegoslavië gesloten, zijn alle Joegoslavische tegoeden bevroren en is het verkeer op de Donau zo goed als stilgelegd. Het scheepstransportbedrijf Navrom Galati heeft de helft van zijn vloot uit de vaart moeten nemen.

Vacaroiu wil zich, net als de Grieken, om compensatie tot de VN wenden - zonder overigens de hoop te koesteren dat de VN over de brug komen: om compensatie is al eerder gevraagd, zonder resultaat. Het leidde deze week tot bittere klachten. “We hebben lang geprobeerd aan te tonen dat we meer dan anderen betalen om de internationale orde overeind te houden. We hebben een miljardenschade geleden, maar helaas zijn die op geen enkele wijze goedgemaakt”, aldus Adrian Nastase, oud-minister van buitenlandse zaken en nu voorzitter van de Senaat. De enige vorm van "compensatie' bestond uit drie snelle Amerikaanse patrouilleboten, bedoeld om op de Donau Joegoslavische overtreders van het embargo in de kraag te kunnen vatten. Voorlopig zijn die schepen overigens mog niet inzetbaar: eerst moeten er bemanningen worden opgeleid.

Ook de Bulgaren tenslotte hebben reden zich te beklagen: dit jaar moet Sofia volgens vice-premier Valentin Karabasjev rekenen op een schade van 2,5 miljard dollar als gevolg van de sancties: “een catastrofe”, zoals de Bulgaarse premier Berov het deze week uitdrukte.

De Joegoslaven nemen de buurlanden hun internationaal-politiek fatsoen wel kwalijk, maar zien de misère, hoe lastig ook, slechts als tijdelijk: “Vriendschap gaat voorbij, belangen blijven”, zei de Joegoslavische ambassadeur in Boekarest deze week. Het klonk de Roemenen ondanks de lakonieke bijklank toch wat dreigend in de oren.