Rauwe blues en stampvolle kroegen op KoninginneNach

DEN HAAG, 30 APRIL. Terwijl de rauwe klanken van Jimmy Dawkins over het Kerkplein schallen wringt de stampvolle tram naar Loosduinen zich tussen de menigte door. Tegen half twee, als de grote buitenpodia worden afgebroken en de Hofvijver en het Tweede-Kamergebouw als openbaar urinoir worden gebruikt, valt hier en daar een wanklank over de Haagse KoninginneNach.

“Dit festival is eigenlijk nu al te groot geworden”, zegt een jonge vrouw met een lichtgevende haarband om haar hoofd. “Het begint een beetje te lijken op Amsterdam met Koninginnedag. In die smalle straatjes hier kun je nauwelijks meer zien wanneer je over een bierglas struikelt.”

De Haagse KoninginneNach geniet na vier jaar landelijke bekendheid en begint daardoor uit zijn voegen te barsten. De organiserende stichting van de nacht, die gisteren voor de vierde keer werd gehouden, vindt dat het oorspronkelijke rhythm & blues-festival moet blijven groeien om het toenemende aantal bezoekers genoeg afwisseling te kunnen voorschotelen.

Inmiddels claimt de organisatie dat de Nach met ongeveer honderd optredens het grootste eendaagse muziekfestival van Europa is. “Je kunt het ook omdraaien”, zegt een bezoekster. “Drie jaar geleden was het nog een gezellig en overzichtelijk bluesfestival. Misschien hadden ze het juist klein moeten houden.” Kwamen er in 1990 nog 40.000 mensen naar de vooravond van Koninginnedag, vorig jaar waren het er 150.000, gisteren zo'n 200.000.

De KoninginneNach in de Haagse binnenstad begon in 1990 met één buitenpodium waarop de hele avond rhythm & blues-muziek was te horen. De nacht ontstond op initiatief van het cultureel centrum het Paard en Doen Promoties, de uitgever van het plaatselijke uitgaansblad. De indruk bestond dat de oranjedag bitter weinig vertier bood voor de inwoners van de Hofstad - afgezien van de traditionele geraniummarkt en de grote kermis op het Lange Voorhout. De vrije avond ervoor lag braak voor een kleinschalig muziekfeest, zo redeneerde de organisatie.

Gisternacht was er van kleinschaligheid geen sprake. De grote bands krijgen als de winkels dicht zijn veel aandacht, tegen middernacht, als de temperatuur zakt en de grote bluesbands er een eind aan breien, wordt het dringen, zweten en zwoegen in de cafés rond het Plein. De buitenbars doen van vroeg tot laat goede zaken.

Op het Binnenhof zijn commerciële marskramers voor het eerst uitgenodigd hun waren aan de man te brengen op de Nachmarkt. Vier paar witte sportsokken kosten een tientje. Van een vrijmarkt voor particulieren is niets te bespeuren rondom de muziekcentra in de binnenstad.