Nederlandse visverwerker doet goede zaken in Siberië

Acht jaar lang zocht visverwerker J. Kalkman naar visrijke gronden. Siberië bood de oplossing. Per boot bracht Kalkman een complete fabriek over. Voor zijn opmerkelijke project ontving hij gisteren uit handen van staatssecretaris Van Rooy de Oost-Europaprijs, een initiatief van bedrijven en het weekblad FEM.

DEN HELDER, 30 APRIL. Op een vroege maandagochtend begin februari vertrekt een groot schip uit Den Helder. De laadruimten van de boot zijn overvol. Aan alle kanten puilen hijskranen, dozen hagelslag, schroevedraaiers, een wasmachine, een vrachtwagen en koffielepeltjes uit het ruim. De kapitein en zijn bemanning maken zich op voor een lange reis naar Ozernovski in Siberië.

In Ozernovski zelf meert de boot nooit aan, want deze aan een riviermonding gelegen kustplaats blijkt geen haven te bezitten. Bovendien maken de enorme ijsschotsen een tocht naar de wal onmogelijk. De inwoners van Ozernovski kijken hun ogen uit. Voor het eerst vaart een niet-Russisch schip hun wateren binnen.

Het uitladen duurt twee weken. De staalconstructies, hijskranen en betonmolens worden op pontons geladen en vervolgens door Russische sleepboten naar de wal gebracht. De boten laveren tussen de ijsschotsen door. Twee keer steekt een zware storm op en moet het schip naar open zee varen. Bij windkracht veertien laten de sneeuwvlokken rode striemen op de gezichten van de bemanning na. Bij het uitladen houden vier matrozen de zwabberende betonblokken van 1,5 ton per stuk in bedwang.

Acht jaar lang zocht de Nederlandse visverwerker J. Kalkman naar visrijke gronden. De visquotering in Nederland deed hem naar eigen zeggen de das om. Bij Ozernovski vond hij uiteindelijk een zee vol zalm, forel, kabeljouw en schol. Maar de vissers in de nabijgelegen kolchoze "De Rode Werker' konden de vis niet fatsoenlijk verwerken. “Ze hakten de vis in grote stukken. De verpakking was erbarmelijk en de prijs bleef dus ver onder de maat”, zegt Kalkman.

De 52-jarige visverwerker besloot tot een bijzondere oplossing. Op de uitgestrekte vlakte in de provincie Kamchatka wilde hij een eigen fabriek opzetten. Daartoe sloot hij twee jaar geleden een joint-venture met de kolchoze in Ozernovski. Het totale project zou uiteindelijk 21,5 miljoen gulden kosten. “Zestig procent kon ik met eigen geld betalen, de overige veertig procent moest van de banken komen.”

De Oost Europabank van Attali leek hem de aangewezen financier. “Maar daar hoorde ik dat het project te klein was, dat Kamchatka te ver weg was en bovendien geen prioriteit genoot. Het marmer van Attali's kantoor kennelijk wel.” Kalkman toog vervolgens naar de Nationale Investeringsbank. “Na enkele maanden kreeg ik daar krediet. Maar toen de bank hoorde dat ik al met de bouw van het project was begonnen, trokken ze het krediet weer in.” Alleen de Financierings Maatschappij voor Ontwikkelingslanden vertrouwde de plannen van Kalkman en schonk hem een half miljoen gulden.

De verwachting is dat de nieuwe fabriek voor 50 miljoen dollar per jaar zal produceren. Dagelijks kunnen de ongeveer 150 medewerkers 300 ton verse vis verwerken tot diepgevroren levenloze pakketten. Daarvan is de helft bestemd voor de Japanse markt. De Verenigde Staten en Europa nemen de andere helft af.

In Ozernovski is het schip inmiddels van zijn lading ontdaan. Ook de 17.600 blikken met Struik-maaltijden en de medicijnen ter waarde van dertigduizend gulden zijn aan land gebracht. De bouw van de visfabriek verloopt - naar Russische begrippen - voorspoedig. Het leggen van de fundering leverde nog even problemen op. De grond bleek bevroren en moest worden ontdooid door er zeewater op te laten lopen.

Eind juli rolt de eerste vis van de lopende band. Pas als de fabriek draait, mogen de Nederlanders aan de bouw van een aantal appartementen beginnen. Tot juli verblijven ze in een Russisch "hotel'. “Op iedere kamer staan vier doorgezakte bedden. Een toilet beschouwen onze Russische collega's als een luxe. Gelukkig hebben we een grote tuin.”

Ondanks het gebrek aan luxe heeft Kalkman zijn hart aan Siberië verpand. Ook de Russische manier van zakendoen heeft hij aardig onder de knie. Zo vliegt de commandant van de plaatselijke brandweer volgende week op kosten van de Russisch/Nederlandse joint-venture naar Nederland. Hier wordt de man vier dagen in de watten gelegd. Geen hond die dan nog naar de veiligheidsvoorschriften van de nieuwe fabriek vraagt.