Naoorlogse wijken

Op het interessante artikel van Max van Rooy over naoorlogse woonwijken in Rotterdam (CS 23 april) kan ik nog enkele aanvullingen geven op grond van, deels door mijzelf, verricht onderzoek.

Tevredenheid van bewoners is niet het enige criterium voor het al dan niet geslaagd zijn van een wijk. Want de meeste mensen passen zich wel aan bij een situatie die ze toch niet kunnen veranderen, en het wonen vormt daar geen uitzondering op.

Een ander criterium is de mate waarin de intenties van de ontwerpers verwezenlijkt zijn. Er is goede grond aan te nemen dat dit bij wijken als Zuidwijk en Pendrecht op belangrijke punten niet het geval is. De ideeën waarop de ruimtelijke structuur van zulke woongebieden werd gebaseerd, waren direct al achtergehaald. Dat geldt in de eerste plaats voor de zogeheten wijkgedachte. Een onderzoek in de vroege jaren vijftig (dat niet gepubliceerd mocht worden van de opdrachtgever) wees uit dat de bewoners er niet warm voor liepen. Op een congres in 1954 toonde de socioloog J.A.A. van Doorn overtuigend aan dat de wijkgedachte niet aansluit bij het sociale leven in de moderne stad.

In Pendrecht is een belangrijk motief de opbouw uit zogenaamde wooneenheden, gespiegelde stempeltjes van etagewoningen en eengezinshuizen. Bij een bewonersonderzoek bleek mij dat deze "wooneenheden' geen relevantie hebben voor de sociale contacten en de ruimtebeleving van de huurders. Wel kan de laagbouw hinder ondervinden van de aangrenzende etagebouw (inkijk, vooral in de tuinen).

Het is duidelijk dat de ontwerpers onvoldoende inzicht hebben gehad in het gedrag van de toekomstige bewoners, en vooral zijn uitgegaan van hun eigen vooropgezette ideeën. Zij hebben als het ware een decor gemaakt voor een toneelstuk dat nooit zal worden opgevoerd.

Daarbij komt nog de geringe esthetische kwaliteit van deze eenvormige wijken, een eigenschap die zij delen met veel andere modernistische architectuur en stedebouw. Treffend is de karakteristiek die Donald Olsen hieraan heeft gegeven in zijn boek "De stad als kunstwerk' (Ned. editie 1991, p. 346): “een permanent dieet van gekookte aardappels en mineraalwater.”