Lloyd's moet kiezen: zwemmen of verzuipen

LONDEN, 30 APRIL. Voor het eerst in haar 305-jarig bestaan wordt Lloyd's of London geconfronteerd met een beleidsplan dat overleving van het instituut moet garanderen. Zo groot is de desillusie van de Names, de rijke particulieren die persoonlijk garant staan voor de verliezen op de verzekeringsmarkt, over dit instituut van veronderstelde gentlemen, dat ze Lloyd's de afgelopen twee jaar massaal de rug hebben toegekeerd. Gisteren presenteerde een tweespan van redders-in-de-nood, voorzitter David Rowland en directeur Peter Middelton, een plan dat een eind maakt aan drie eeuwen traditie. Het laat de deelnemers in Lloyd's twee opties: zwemmen, dat wil zeggen verregaande veranderingen accepteren en daarmee nieuw kapitaal aantrekken, of verzuipen.

Het zegt iets over het karakter van Lloyd's dat één van de voorgestelde veranderingen voorschrijft dat er voortaan met behulp van computers - en niet met handgeschreven garanties - zaken worden gedaan. David Rowland, ex-topman van de Sedgwick Group en reiniger van de Augiasstal bij Lloyd's, windt er geen doekjes om: het feit dat Lloyd's al meer dan 300 jaar op eigen wijze zaken doet is geen rechtvaardiging voor de voortzetting-op-oude-voet. Lloyd's was “een incestueuze markt” waarin underwriters misschien niet corrupt, maar in de periode 1988-1992 in elk geval “als dwazen tekeer zijn gegaan” en voor risico van hun Names verliezen hebben geriskeerd die “schandelijk” heten en die “elke normale verwachting ver te boven gaan.” Rowland kan het weten: hij wist als professionele verzekeraar precies waar hij aan begon toen hij Name bij Lloyd's werd en desondanks had hij persoonlijk al “tussen 75.000 en 90.000 pond” verloren voordat gisteren de desastreuze verliescijfers over het jaar 1990 werden geraamd op 2,8 miljard pond.

Niet dat Rowland zich beklaagt. Dat wordt overgelaten aan de duizenden Names die in de economische opgang van het midden van de jaren tachtig dachten er handig aan te doen 100.000 pond neer te tellen om Name bij Lloyd's te worden. Wie het geld niet contant op tafel kon leggen, nam een hypotheek op zijn huis. Toetreden tot het leger van 33.000 leden van Lloyd's bracht status en had al tientallen jaren voor een prettige aanvulling op het salaris van politici, acteurs en vooraanstaande leden van de Britse samenleving gezorgd, met het jaar 1986 als absoluut hoogtepunt. “Rijke dwazen” noemde The Times de domoren die zich niet hadden gerealiseerd dat ze met hun volledig vermogen garant zouden staan, als winst in verlies zou verkeren. Duizenden van hen hebben inmiddels hun huizen verkocht, hun kinderen van kostschool gehaald en hun bezit ingeleverd. Een aantal van hen heeft een geweer opgezocht en zich een kogel door het lijf gejaagd. Rowland zei vorige maand dat hij “diep, diep medeleven” voelde voor de categorie getroffenen, maar de eindconclusie bleef gisteren dezelfde: geld kun je niet tevoorschijn toveren, hoe graag je mensen ook zou willen helpen. Lloyd's moet, wil ze haar reputatie van betrouwbaarheid niet verliezen, aangegane verzekeringsrisico's uitbetalen en dus moeten de Names met hun laatste cent over de brug komen.

Het is wel zeker dat er een stortvloed van gerechtelijke procedures na deze uitspraak op gang komt. Een aantal Names wil weten waarom de underwriter aan het hoofd van hun syndicaat de verliezen niet goed heeft ingeschat. De leken-Names vermoeden dat de beroeps-Names (underwriters die zelf op persoonlijke titel in de markt deelnemen) hen hebben opgezadeld met de grootste verliezen, door de riskantste projecten aan hen of aan zogenaamde dumpsyndicaten af te schuiven. De opstandige Lloyd's-leden zijn niet de geringsten: ten minste 15 Hogerhuisleden en de actrice Susan Hampshire en de Gravin van Mountbatten onder anderen, zien zich vrijwel geruneerd door al opgelopen en nog komende verliezen. Opstappen kan pas, zodra de jaarrekeningen over de verliesgevende jaren, drie jaar na dato, zijn afgewikkeld.

Het is geen wonder dat zo'n 13.000 risiconemers Lloyd's inmiddels de rug hebben toegekeerd. Het aantal syndicaten is geslonken van 400 tot 230. Lloyd's moet dringend kapitaal aantrekken, wil het niet in de nevelen van de Britse folkore verdwijnen, maar wie stort zich in een avontuur dat zo'n catastrofale nasleep blijkt te kunnen hebben?

Rowland en Middelton hebben als eersten voorgesteld dat behalve individuen nu ook bedrijven in het garanderen van verzekeringsrisico's kunnen deelnemen, maar voortaan met beperkte aansprakelijkheid. Het tweetal ziet dat als de enige mogelijkheid om Lloyd's te laten voortbestaan. Het duo voorspelt dat 1992 het jaar wordt waarin het tij keert: een geraamd verlies van 6,1 miljard pond over de jaren 1988-91 verkeert dan in een “bescheiden winst”, terwijl 1993 “zeer substantiële winst” te zien zal geven. Binnen Lloyd's zelf zal drastisch worden bezuinigd: met 190 miljoen pond tot een budget van 665 miljoen pond in 1995. Van de 12.000 man die in de markt actief zijn zullen er 2.500 worden gedwongen te vertrekken. Rowland en Middleton nemen zich bovendien voor een eind te maken aan de sfeer van vriendjes-onder-elkaar die samen een verzekeringsmarkt runnen zonder inmenging van buitenaf, en een meer actieve management-rol te vervullen. Rowland waarschuwde: als deze plannen tot niets blijken te leiden, dan is het met Lloyd's - en mogelijk ook met de positie van Londen als internationaal hoofdkwartier voor de verzekeringsmarkt - definitief gedaan.