Kamer steeds leger, Plein voller

De Tweede Kamer vergadert sinds begin dit jaar wekelijks nog maar anderhalve dag in de plenaire zaal: op dinsdagmiddag en woensdag. De rest van de week kunnen Kamerleden besteden aan contact met de kiezer of aan "reflexie'. Het experiment dreigt te mislukken.

DEN HAAG, 30 APRIL. “Je loopt hier op donderdag maar wat rond te lummelen, het is echt verloren tijd”, zegt Robin Linschoten in de werkkamer van de VVD-fractievoorlichter. Hij hangt wat in een stoel, leest een krant en rookt een pijp. “Het nieuwe vergaderschema werkt gewoon niet”, zegt Linschoten, uitkijkend op een zonovergoten Binnenhof. Collega's van hem verruilen de werkkamer voor het terras op het Plein en zwaaien naar elkaar. De Kamer raakt steeds leger, het Plein steeds voller. “Ga jij maar aan het werk”, grapt CDA-Kamerlid T. de Kok, zittend achter een groot glas bier, tegen partijgenoot P.J. Biesheuvel die net voorbij komt wandelen. Anderen houden het voor gezien en lopen 's middags naar het station. Ze gaan maar naar huis: donderdag zit vol met verloren uren.

De donderdag was aanvankelijk voorbestemd voor het contact met de kiezer, maar in de praktijk komt daar erg weinig van terecht. Kamerleden laten die dag weer vollopen met korte vergaderingen die ze op het laatste moment plannen. “Dan moet je de kiezer weer afzeggen om enkele uren in Den Haag te zijn”, moppert Linschoten.

De onvrede onder Kamerleden over het vergader-experiment groeit. De agenda's lopen in het honderd en de pretentie meer contact met de kiezer te onderhouden wordt niet waargemaakt. Voor fractieleiders en vooraanstaande Kamerleden die vaak bij de achterban in de zaaltjes moeten verschijnen verandert het experiment weinig. Maar voor de vele "backbenchers' onder de 150 Kamerleden - die niet vaak worden gevraagd voor spreekbeurten of televisieoptredens - levert minder vergaderen vooral meer vrije tijd op. “Het is de dood in de pot”, zegt een medewerker in de Kamer. In het Kamergebouw hangt door de week al een serene rust: veel bureaus zijn leeg en wandelgangen uitgestorven. “Het lijkt wel alsof het zomerreces al is begonnen”, zo klinkt het onder medewerkers.

Pag.7: Tweede Kamer leeg, contact met kiezer bloeit niet op

Het experiment kwam tot stand op aandrang van PvdA-fractieleider Wöltgens die vond dat de Kamerleden meer tijd zouden moeten krijgen voor "reflexie' en voor het contact met de burger. Hij wilde daarom minder en korter vergaderen, een voorstel dat steun kreeg van CDA-fractieleider Brinkman. Kamervoorzitter W. Deetman stelde daarom vorig jaar voor het vergaderritme begin dit jaar te veranderen. Het voorjaar is vaak de “rustige periode” omdat Prinsjesdag, de algemene politieke en financiële beschouwingen en begrotingen van ministeries in het najaar worden afgehandeld. De rustige periode kent bovendien veel vrije dagen: met het krokusreces (1 week), het paasreces (twee weken) en het zomerreces, dat dit jaar van 2 juli tot 30 augustus loopt.

Het "vergaderschema' werd aangepast: de maandag werd volledig vrijgeroosterd. De uitgebreide commissievergaderingen (UCV) werden naar donderdag geschoven. Dinsdag en woensdag zouden de Kamerleden dan in Den Haag moeten zijn voor hun fractievergadering, de plenaire vergadering en overige commissievergaderingen. In theorie zou een Kamerlid dan donderdag ter beschikking hebben voor de kiezer omdat hij doorgaans slechts af en toe een UCV heeft.

Maar het ging al snel mis. De eerste weken van het experiment moest er toch op donderdag worden vergaderd vanwege de WAO-crisis. Maar de daaropvolgende donderdagen die wel "vrij' waren gehouden, liepen ook al snel vol met vergaderingen omdat deze niet in de anderhalve dag (dinsdagmiddag en woensdag) konden worden gepropt.

De VVD - vanaf het begin fel tegenstander van het experiment - wil er zo snel mogelijk van af. “Het loopt gewoon niet, de agenda's worden wisselvalliger en de kiezer schiet er niets mee op”, zegt S. van Heemskerck Pillis-Duvekot. Ook bij het CDA groeit de twijfel. “Je moet de donderdag hier gewoon zijn”, zegt CDA-Kamerlid H. Huibers. Een Kamerlid dat toch afspraken maakt “in de regio” loopt het risico deze op het laatste moment weer te moeten afzeggen. “Ik plan mijn afspraken donderdags dus ook in de Kamer.” Officieel wil de PvdA met een reactie wachten tot het experiment in juni wordt beëindigd maar zij geeft al toe “dat het niet lekker loopt”. De D66-fractie was verdeeld over het nieuwe vergaderschema. D66-Kamerlid J. Kohnstamm ziet het als “een zegening” dat de maandag nu vrij is voor andere activiteiten maar hij betwijfelt of het contact met de kiezer nu veel inniger wordt. “Dat punt werd ontzettend opgeblazen”, zegt Kohnstamm. Hij wijst er op dat Kamerleden doorgaans toch al meer contacten hebben met maatschappelijke organisaties en kaderleden van hun partij dan met “mensen op de markt”. De "doelgroep' van de doorsnee backbencher is immers niet zozeer de kiezer maar het trouwe partijkader dat de lijst opstelt voor de Kamerverkiezingen. Bij werkbezoeken van vaste Kamercommissies is het opvallend hoeveel Kamerleden op het laatste moment afzeggen of er na korte tijd al weer vandoor gaan. “Het is bijna schofterig”, zo luidt het onder ambtenaren van de Kamer. “Maar bij werkbezoeken van hun fracties durven ze dat niet: daar gaat de zweep over. Wie niet komt, riskeert zijn zetel”. Veel backbenchers gebruiken het experiment dan ook om harder aan hun "herverkiezing' te werken. Bij Groen Links valt het experiment in de smaak. “Ik vind het wel prettig”, zegt I. Brouwer. Ze meent dat er op het Binnenhof te veel "vergaderdwang' is. “Ik heb nu tijd om meer te lezen en stukken te schrijven. In Den Haag komt daar gewoon niets van terecht”.

Bij de meesten overwegen toch de nadelen: het is moeilijk om de tijdstippen te vinden voor het politieke debat en wetgevingsarbeid loopt grote vertraging op. “Zo kun je niet werken”, zegt een VVD-woordvoerder. “Het momentum is weg, de Kamer geeft zelf een instrument uit handen voor politiek debat”. Volgens de VVD is dit schema onhoudbaar.

Kamervoorzitter Deetman hoopte dat korte plenaire vergaderingen zouden leiden tot een vollere vergaderzaal. Maar daarvan is geen sprake omdat Kamerfracties het plenaire debat overlaten aan specialisten. Bezoekersgroepen op de publieke tribune blijven massaal bij Kamermedewerkers klagen over het feit dat zoveel blauwe bankjes leeg zijn. “We zijn vooral bezig uit te leggen waarom de zaal zo leeg is”, zegt een medewerker van de stafdienst communicatie. “We hebben inmiddels een filmpje om bezoekers duidelijk te maken wat Kamerleden dan wél doen”.

Het grootste bezwaar van het vergaderschema is echter dat de wetgeving in de knel komt. Minder vergaderen betekent dat er minder kan worden afgehandeld, zo viel GPV-fractievoorzitter G. Schutte op. Hij stelde vragen over de vertraging bij de wetgeving. Premier Lubbers liet de Kamer vorige maand weten dat er een grote achterstand dreigt. “Het valt op dat enkele tientallen wetsontwerpen inmiddels op plenaire behandeling wachten. Bovendien kan uit deze lijst worden vastgesteld dat ook bij een hoog tempo van behandeling zoveel in de pijplijn zit, dat een verder oplopen van achterstanden dreigt”. Er zijn, zo blijkt uit een overzicht, 81 wetsvoorstellen bij de Kamer in behandeling. Lubbers wijst erop dat “zonder versnelling van het tempo van wetgeving ook door uw Kamer, de realisering van het wetgevingsprogramma gevaar loopt”. Volgens Schutte is het “niet verstandig” met het experiment door te gaan. “Er staat nog veel te wachten en er zijn elk voorjaar al veel vrije dagen. Als dit het oogstjaar van het kabinet is, moet er wel tijd zijn om de oogst binnen te halen”.