Initiatief ligt weer in handen van Boris Jeltsin

Het referendumfeest is voorbij. De uitslag is nog niet eens officieel bekend, maar de vierde en de tiende mei zijn al weer tot gewone werkdagen verklaard. De regering van Rusland heeft eergisteren besloten dat er volgende week weer wat geproduceerd moet worden. Het is dus gedaan met de traditie dat de Russische arbeiders door de week vrij krijgen als een feestdag (de dag van de arbeid en de dag van de overwinning op 9 mei) in een weekeinde valt.

Dat de burgers zich al hebben voorbereid op een week van zaaien en drinken op hun datsja, is hun probleem. De rijen bij de benzinepompen zwellen sinds gisteren dan ook weer aan. De verlaging van de olieprijzen, die de regering aan de vooravond van het referendum had verordonneerd om de bevolking mild te stemmen, zal binnenkort aan de beurt zijn, weten de autorijders.

Maar komt er nog meer? Zal Jeltsin het economische hervormingsbeleid, waarop hij in het openbaar tamboereert, nu ook verder doorzetten? Of zal hij zijn gematigd conservatieve premier Viktor Tsjernomyrdin de vrije hand blijven geven? Dat is de vraag. Op het politieke "center court' zijn de rollen ogenschijnlijk weer eens omgedraaid. Nu president Boris Jeltsin zijn referendum op punten heeft gewonnen en de volksvertegenwoordiging even is uitgeteld, weet Jeltsin zich weer opgezadeld met het initiatief. Dat is echter niet alleen een prettig resultaat maar ook een duister vooruitzicht. Jeltsin moet iets doen. Het morele mandaat van de kiezers noopt hem daartoe. Hij mag tegelijkertijd niet teveel willen doen. Op een echte knock out is het plebisciet immers niet uitgedraaid.

Het is een van de vele dilemma's waarvoor de Russische politiek zich sinds afgelopen zondag geplaatst ziet, of beter, een van de dilemma's waarvoor Rusland sinds de perestrojka van ex-partijleider Michail Gorbatsjov staat: het dilemma of het land zich zonder of juist met behulp van het voormalige Sovjet-apparaat moet moderniseren. Gorbatsjov heeft in zijn zes jaren aan de macht op de kritieke momenten steeds voor het collaboratiemodel gekozen. Hij heeft nimmer een stap te ver willen gaan, niet alleen omdat hij communist was maar ook omdat hij geen roulette wilde spelen met de structuren waarop de staat nu eenmaal was gebaseerd. Jeltsin heeft dat na de mislukte staatsgreep van augustus 1991, toen het ancien regime op apegapen leek te liggen, ook niet gedurfd. Een jaar na dato mag hij dan wel hebben uitgelegd dat hij in het najaar van 1991 bewust geen "revolutie' heeft willen ontketenen omdat Rusland dat fenomeen maar al te goed kent, ook hij heeft de kansen die hij in zijn gloriedagen had toen bewust laten lopen.

Met het referendum lijkt hem nu wederom een offensieve positie in de schoot geworpen. Maar het dilemma is er niet mee verdwenen. Net als in de herfst van 1991 is de keuze weer ondragelijk: behoedzaam manoeuvreren óf, op de golven van de gekunstelde overwinningsroes, eindelijk eens doorrammen?

De radicale reformisten in zijn naaste omgeving, die Jeltsins oudste bondgenoten zijn, hebben hun eisen al op tafel gelegd. Zij wensen dat de president voor de ultieme aanval kiest. Er moet nog deze herfst een constituante bijeen worden geroepen, zoals een aantal leden van de overigens nogal vrijblijvende presidentiële adviesraad het gisteren heeft geformuleerd. Aan een enigszins doorwrochte analyse van de uitslagen van het plebisciet heeft deze vleugel zich dan ook niet gezet. Nu dient men in een democratie een verkiezingsuitslag uiteraard te nemen voor wat die is. Het gaat niet aan om Komsomolsk-na-Amoere (het Staphorst van Rusland) tot nationaal niveau te extrapoleren. Maar de paradox dat de opkomst in veel plaatsen en regio, waar Jeltsin heeft verloren, gelijk of hoger was dan in zijn bolwerken in het Westen en de industriecentra is toch relevant en desondanks niet aan de fundamentele hervormers besteed. Om nog maar te zwijgen van een voorzichtige beschouwing over de psychologische betekenis van een enquete waarin voormalige Sovjet-burgers wordt gevraagd om een uitspraak over dé leider. Voor dergelijke muizenissen hebben ze nu geen tijd. Er moet geoogst worden, ook al is er structureel nog zo weinig ingezaaid. En dat is dat.

Jeltsin zelf heeft vóór het referendum ook “stevige en ferme maatregelen” aangekondigd. Gisteren heeft hij een eerste stap gezet. Hij heeft de lokale presidenten en gouverneurs opgeroepen om, buiten het parlement om, zijn nieuwe grondwet aan te nemen. Maar hoe zo'n regionale constitutionele vergadering zich gaat verhouden tot het Congres van Volksafgevaardigden heeft hij er niet bij gezegd. Hij hoopt op een reactie waarmee het Volkscongres zich weer een beetje verder in diskrediet brengt. Zo niet, dan kan hij met zijn constituante nog alle kanten op.

Jeltsin kan ook moeilijk anders. Een deel van zijn overwinning is immers juist te danken aan de heimelijke ruk naar rechts die hij het laatste half jaar heeft gemaakt en hem, in de persoon van premier Viktor Tsjernomyrdin, een los-vaste coalitie heeft opgeleverd met een deel van de staatsondernemers die een jaar geleden nog tegen de oppositie aanschurkten. Dit bondgenootschap heeft de wonden, die voormalig premier Jegor Gaidar met zijn "shock-therapie' had geslagen, met zachte zalf dichtgesmeerd en Jeltsin mede daarom de steun van de bevolking voor hem zelf en in mindere mate voor zijn beleid opgeleverd. Niet voor niets heeft de regering van premier Viktor Tsjernomyrdin deze week weer eens uitdrukkijk laten weten dat ze zich nu niet meer met de politiek wil inlaten en zich alleen nog maar om de economie wil bekommeren. Tsjernomyrdin wil zijn handen vrij houden.

Wellicht gaat er ook een dieper inzicht achter Jeltsins voorzichtigheid schuil. Hoewel de president als barricade-bestormer, die van mooie grote woorden houdt, niet voor een kleintje vervaard is, kent hij zijn land natuurlijk goed. Ook hij beseft misschien dat het aantal thuisblijvers zondag nog geen 2,5 procent lager was dan het aantal Russen dat hem expliciet heeft gesteund. Hij realiseert zich dus vermoedelijk evenzeer dat zijn aanhang hem niet alleen uit echte liefde een vertrouwensvotum heeft verschaft maar ook uit gevoelsmatige afkeer jegens hen die tegen hem zijn opgestaan.

Dit relatief luxueuze dilemma, waarmee Jeltsin nu moet worstelen, verklaart waarom de oppositie in het parlement de laatste dagen zo kalm is. Ze ziet zich namelijk eveneens geconfronteerd met een dilemma: moet ze vasthouden aan haar zogenaamde legalistische koers of liggen haar kansen juist in de openlijke provocaties. De Opperste Sovjet onder leiding van voorzitter Roeslan Chasboelatov wil aan de eerste lijn vasthouden. Nu Jeltsin via het plebisciet van zondag geen constitutionele middelen heeft gekregen om de volksvertegenwoordiging te ontbinden, kan het parlement gaan traineren. Actie is niet geboden - daartoe moet de president overgaan - reactie is voldoende. Als de volksvertegenwoordigers zich nu als lemmingen naar beneden zouden storten, is de kans groot dat ze het niet overleven. Opereren ze daarentegen tactisch, dan zouden ze bij eventuele vervroegde parlementsverkiezingen dit najaar wel eens de meerderheid kunnen halen. De tussentijdse verkiezingen van afgelopen jaar voor enkele vacante zetels in het Congres van Volksafgevaardigden en regionale raden hebben in ieder geval aangetoond dat het presidentiële kamp ter plaatse niet over voldoende kandidaten beschikt om een meerderheid in een nieuw parlement te halen.

Voor het vuile werk, noodzakelijk om de druk op de ketel te houden, kunnen tegelijkertijd heimelijk de waterdragers van de nationaal-communistische coalitie gebruikt worden. Radikalinski's als Ilja Konstantinov en Nikolaj Pavlov (leiders van het Front van Nationale Redding) opteren namelijk steeds meer voor de bolsjewistische methode, dat wil zeggen, voor de confrontatie op straat in de hoop dat de zittende macht zich vergaloppeert. “Het moederland of de dood”, is hun leuze sinds zondag.

Morgen, op de Dag van de Arbeid, moeten de eerste provocaties gelanceerd worden. Het demonstratieverbod dat Jeltsin in het centrum heeft uitgevaardigd zou hen daarbij van dienst kunnen zijn. “Fase paraatheid drie is verstreken. Paraatheid twee komt nu. En daarna zijn we gereed voor paraatheid één”, aldus de radicaal-conservatieve Unie van Officieren.

Deze tactiek van de oppositie vormt nu dan ook het grootste gevaar voor Jeltsin. Hij moet zijn tegenstanders uit de tent zien te lokken. Maar wel binnen de “constitutionele kaders”. Want die heeft hij zelf beloofd te zullen respecteren. Hoe langer hij dit fatsoen echter hoog houdt, hoe meer hij de euforie van afgelopen zondag laat verzanden, hoe minder kans hij heeft tegen de volkswil in te gaan. Hoe sneller hij het doet, hoe meer koren op de oppositionele molen hij verzorgt.

Een toepik heet dat in het Russisch: een doodlopende straat. Daarvan zijn er in Rusland zeer veel te vinden. Maar we weten inmiddels dat er altijd wel een gaatje in de blinde muur gevonden wordt. Escalatie is daarbij het toverwoord.