Het meisje uit de provincie en Rosa von Praunheim

Cucumber Salad, Ned. 3, 23.04-00.04u.

Patrizia Tuerlings, artistiek leidster van dansgezelschap Reflex, houdt van een frisse aanpak. Buiten de eigen kunstdiscipline zoekt zij naar creatieve geesten en bombardeert die tot gelegenheidschoreografen. Bovenaan haar lijstje stond de Duitse cineast, schilder en schrijver Rosa von Praunheim (ofwel Holger Mischwitzky, 1942). Tot haar verbeelding sprak vooral het naëve, onverbloemde element in zijn provocerende speelfilms over ouderdom, seks en aids. Het project werd een mislukking. Von Praunheims choreografie Cucumber Salad werd voortijdig afgelast.

In opdracht van de NOS volgden Peter Gielissen en Piet Hurkmans - die onlangs de Prix Futura ontvingen voor hun documentaire De Streep - de maandenlange repetities in Berlijn en Groningen. Hun boeiende film maakt vanaf de eerste beelden de onverenigbaarheid duidelijk van de omstreden filmmaker en de dansers. Genadeloos registreert de camera bij beide partijen de groeiende frustratie.

Von Praunheim, de 'hofnar van de Schwulen', denkt vooral in extremen. De dans is volgens hem 'fascistisch' en de verhouding tussen choreograaf en danser is die van meester/slaaf. In zijn met requisieten volgestouwde woonkamer en in een SM-studio laat hij Tuerlings en Dietmar Janeck - de dansers die hij tijdens een workshop bij Reflex in 1991 uitkoos - spelletjes doen om hun persoonlijkheid open te breken. Wanneer zij hierin echter niet meegaan, is hij zo teleurgesteld dat hij het karwei overdraagt aan zijn assistent Valentin Passoni. Zelf concentreert hij zich op het afmaken van zijn autobiografie 50 Jahre Pervers.

Uit de documentaire Cucumber Salad blijkt dat zowel Tuerlings als Von Praunheim de consequentie van hun keuze niet hebben voorzien. Achteraf bekeken had de eerste er beter aan gedaan om aan de filmmaker slechts een concept te vragen en dat zelf choreografisch vorm te geven. De cineast verwachtte een vrouw van de wereld die openstond voor zijn ideeën, maar kreeg een gegeneerd giechelend meisje uit de provincie. Een van de laatste scènes is kenmerkend voor hun verhouding. Vol onbehagen improviseert Tuerlings met fallussymbolen: een komkommer, winterpeen en banaan. Het fruit hangt zij in haar oor, ver weg van de plek waar het volgens Von Praunheim allemaal om draait.