Heleen Pott over emoties; Vaag en daarom zo bruikbaar

Heleen Pott: De liefde van Alcibiades: over de rationaliteit van emoties. Uitg. Boom, 207 blz. Prijs ƒ 39,50.

”Er zijn ogenblikken in het leven, gevoelens.... waar men alleen op wijzen kan en dan voorbijgaan.' Zo luidt de slotzin van Het Adelsnest van Toergenjew. Hij vindt Heleen Pott op zijn weg. In haar onlangs verschenen boek De Liefde van Alcibiades stelt zij dat emoties rationeel zijn. We kunnen niet alleen wijzen op emoties, we kunnen ze ook kennen.

De westerse wijsbegeerte wordt volgens Heleen Pott gekenmerkt door de tegenstelling tussen de zuivere rede aan de ene kant en de tomeloze hartstochten aan de andere kant. Ware kennis behoort tot het domein van de rede, impulsieve opwellingen tot het schimmenrijk van de emoties. Sinds Socrates heeft de filosofie zich vrijwel uitsluitend beziggehouden met de rede en emoties behandeld als een ondergeschoven kindje. Filosofen hebben zich gedragen als de gasten aan tafel in de Platoonse dialoog Symposion. Zij gniffelden over de redevoering van de knappe, veelbelovende en licht aangeschoten Alcibiades, omdat hij daarin openhartig zijn liefde verklaarde voor Socrates. Dit verklaart de titel van het boek. Door zijn verliefdheid wordt de redevoering van Alcibiades niet serieus genomen.

Volgens Heleen Pott heeft zich in de twintigste eeuw ”een cognitieve wending in het denken over emotionaliteit voltrokken'. De traditionele tegenstelling tussen rede en gevoel heeft plaatsgemaakt voor een toenadering. In De liefde van Alcibiades beschrijft zij deze toenadering aan de hand van het werk van een aantal filosofen. Wittgenstein heeft aangetoond dat emoties geen privé-gebeurtenissen in iemands binnenste zijn, maar regelgeleid gedrag dat publiekelijk waarneembaar is. Zijn volgelingen hebben er op gewezen dat emoties altijd op objecten gericht zijn en dienovereenkomstig in verschillende soorten ingedeeld kunnen worden. Sartre ging nog een stap verder door te stellen dat het hebben van een emotie een keuze van de mens is, waarmee hij zich conformeert aan de werkelijkheid.

Emoties zijn niet voor één gat te vangen, aldus Pott, en zij pleit daarom voor een zogenaamd ”methoden-pluralisme'. We moeten emoties niet alleen binnen de filosofie, maar ook in de fysiologie en de psychologie bestuderen. In het slothoofdstuk onthult zij dat het opheffen van de tegenstelling tussen gevoel en verstand een gevolg is van de crisis waarin de rede zich zou bevinden.

Het teleurstellende aan dit boek is dat het geen redenering bevat voor de stelling waar het om draait. Wat is precies de betekenisinhoud van de bewering dat emoties rationeel zijn? Om die vraag te kunnen beantwoorden moeten we eerst weten wat emoties zijn, en ten tweede wat rationaliteit is.

Voor Heleen Pott zijn emoties een heterogene groep, een ”emotie-familie', die onderling een zogenaamde familie-gelijkenis vertonen en die daarom bij elkaar horen, maar waarvan geen eensluidende definitie gegeven kan worden. Zij beroept zich hierbij op Wittgenstein, die het begrip familie-gelijkenis gentroduceerd heeft. Nu is Wittgenstein een groot filosoof maar niet alles wat hij schreef is van onschatbare waarde. Zo wordt zijn begrip 'familie-gelijkenis' vaak gebruikt als excuus, wanneer het formuleren van een definitie moeilijk is. Een excuus mag men echter niet verwarren met een reden. Heleen Pott geeft wel een omschrijving: ”emoties zijn cognitieve processen, die ons informeren over de specifieke waarde en betekenis van iets'. De vraag wordt dan wat zij onder ”cognitief' verstaat. Haar antwoord is kenmerkend voor dit boek. Het begrip ”cognitie' is ”vaag en algemeen en daarom zo bruikbaar'.

Wordt over emoties tenminste nog iets gezegd, wat in dit boek onder ”rationaliteit' verstaan moet worden blijft in het duister gehuld. De stelling dat emoties rationeel zijn blijft zodoende onduidelijk. Zij kan bovendien op twee manieren genterpreteerd worden. De interessantste interpretatie is dat emoties een onontbeerlijke rol vervullen in ons denken. Zonder emoties zouden we bepaalde gedachten eenvoudigweg niet kunnen hebben. Deze interpretatie heeft Heleen Pott niet op het oog. Voor haar betekent de bewering dat emoties rationeel zijn, dat emoties voor rede vatbaar zijn. Wij kunnen onze emoties met redenen rechtvaardigen.

Zijn emoties werkelijk objectieve redenen? Ook deze vraag werd reeds door Plato gesteld in de dialoog de Euthyphro. Houdt God van Mozes, omdat hij vroom is? Of is Mozes vroom, omdat God van hem houdt? Is Zusje bang voor spinnen, omdat spinnen eng zijn? Of zijn spinnen eng, omdat Zusje bang voor ze is? Houdt Pyramus van Thisbe, omdat zij lief is? Of is Thisbe lief, omdat Pyramus van haar houdt? Vinden wij het een aangename temperatuur, omdat het mooi weer is? Of is het mooi weer, omdat wij de temperatuur aangenaam vinden? Het probleem is: bestaan de oorzaken van onze emoties echt in de werkelijkheid, of ”zit het allemaal in onze eigen kop'? Is angstaanjagend een objectieve eigenschap van tijgers in India, of is dat slechts de reactie die de tijger in ons teweeg brengt, de subjectieve manier waarop wij hem waarnemen?

Iemand die stelt dat emoties rationeel zijn moet hierop een antwoord geven, maar Heleen Pott stelt de vraag niet eens. In plaats daarvan biedt zij ter illustratie van het thema van de cognitiviteit van emoties ”een case-study van de liefde'. Filosofen spreken doorgaans niet over de liefde. De zeldzame uitzonderingen staan nog steeds onder invloed van Plato, die de ware liefde zag als een zuiver geestelijke daad die uitgaat van ons diepste wezen. In het dagelijks leven en in de literatuur verschijnt de liefde daarentegen als een een passie van lichaam en geest. Wie gehoopt had dat Heleen Pott in dit hoofdstuk haar eigen ideeën zou ontvouwen komt bedrogen uit. Opnieuw beschrijft zij slechts wat een aantal willekeurige filosofen ooit dachten. De lezer mist in dit boek niet alleen David Hume, die een heel boek over emoties geschreven heeft; de lezer mist vooral de stem van Heleen Pott zelf. Als hij vraagt wat zij zelf nu over de liefde vindt, blijft het stil.

Het is echter een bedrieglijke stilte voor de storm, want het slothoofdstuk bevat de meest wilde kreten uit het boek. De toenadering van het verstand tot het gevoel wordt veroorzaakt door de crisis van de rede. De filosofische rede is niet langer op zoek naar waarheid, niet langer een ”logo-centrisch geconcipieerde, theoretische instantie'. Voor het hedendaagse denken is ”onze primaire verbinding tot de realiteit een emotionele afgestemdheid'. Zij vraagt zich niet af of dit een goede ontwikkeling is. Zij lijkt het voetstoots aan te nemen, zoals er veel in dit boek wordt aangenomen zonder dat er kritisch over is nagedacht. De liefde van Alcibiades is een uittreksel van een boekenlijst zonder samenhang, waarin zinnen voorkomen als: ”Zo is het streven van de filosofie, van Plato tot Husserl, in drie punten samen te vatten.' Wie denkt dat het streven van de wijsbegeerte in drie punten samengevat kan worden heeft misschien wel veel gelezen, maar zelf niet met wijsgerige problemen geworsteld.