Groen label geeft zekerheid

Een veehouder die een oude stal grondig wil vernieuwen zit met een probleem. Hij kan wel fors renoveren of zelfs nieuwbouw plegen, maar wie zegt hem dat zijn nieuwe stal over een paar jaar nog aan de milieu-eisen voldoet. Het is zeker dat de overheid de normen verder aanscherpt. In het Nationaal Milieubeleidsplan staat dat de landbouw de ammoniakuitstoot in het jaar 2000 met 70 procent ten opzichte van 1980 moet hebben teruggedrongen. Uit die richtlijn kwamen al regels voort ten aanzien van veevoeding, mestopslag en het uitrijden van dierlijke mest.

Daar blijft het niet bij. Er komen ook maatregelen die de uitstoot van ammoniak in stallen moeten terugdringen. Daarvoor is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) "Huisvesting Veehouderij' in de maak. De invoerdatum zal waarschijnlijk 1995 zijn. Stallen die vanaf dan nieuw worden gebouwd mogen een nog vast te stellen ammoniakuitstoot per dierplaats niet te boven gaan. In het jaar 2005 zullen alle stallen (oude en nieuwe) aan die nieuwe eisen moeten voldoen.

Ziehier het probleem in een notedop. Wanneer je nu investeert in een nieuwe stal die in 1995 niet aan de eisen blijkt te voldoen, moet je hem uiterlijk in 2005 opnieuw renoveren. Voor een stal die dan technisch nog niet is afgeschreven is dat zonde van het geld. Dus wat doen boeren? Ze wachten tot er duidelijkheid is.

Het probleem is vergelijkbaar met dat van huizenbezitters die maar even met onderhoud wachten omdat de kosten ervan misschien fiscaal aftrekbaar worden. Het is natuurlijk jammer dat veehouders huiverig zijn te investeren in modernere, milieuvriendelijke stallen. Daarom is de overheid met het idee van een Groen Label op de proppen gekomen. Voor stalsystemen waarvan nu al kan worden bewezen dat de ammoniakemissie slechts de helft bedraagt van de huidige norm kan de ontwerper een Groen Label aanvragen. Een boer die volgens zo'n erkend ontwerp bouwt krijgt de garantie dat hij zijn stal tot 2010 niet hoeft aan te passen om de ammoniakemissie te verminderen.

Het Groen Label heeft geen wettelijke basis. Het is uitvloeisel van een begin dit jaar getekend convenant, dat wordt uitgevoerd door een stichting waarin de betrokkenen zitting hebben. Dat zijn de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de provincies (IPO), het Landbouwschap en het Produktschap voor Veevoeder, de stallenbouwers en stalinrichters (verenigd in NVOB en VABU) en de ministeries van landbouw en VROM.

Veehouders zijn blij met het Groen Label; het geeft enige zekerheid. Toch zijn de boeren die nu investeren, vooruitlopend op de milieuregels, niet verlost van alle kopzorgen. Omdat het convenant een wettelijke basis mist, kan elke gemeente haar kont tegen de krib gooien en zeggen dat ze ondanks de aanbevelingen van de VNG het Groen Label niet erkent. Daarnaast geeft een Groen Label geen garantie dat de Bouwvergunning of de Hinderwetvergunning in orde komt. Een derde onzekerheid zit in de verzwaring van de normen voor andere milieu- of welzijnsaspecten. Het Groen Label vrijwaart de boer alleen voor verplichte aanpassingen op het gebied van de ammoniakemissie. Zijn erkende stal blijft dus niet gegarandeerd buiten schot.

Inmiddels heeft de stichting een kleine twintig ontwerpen ontvangen met een aanvraag voor een Groen Label. In principe kan iedereen een ontwerp indienen, maar een niet professionele stallenbouwer zal de moed in de schoenen zakken wanneer hij de benodigde papierwinkel zit. Zo moet de aanvrager meetrapporten overleggen. Ammoniakmetingen kosten erg veel geld. Ook kijkt de stichting verder dan alleen de ammoniakemissie; andere milieu-aspecten zoals de uitstoot van andere stoffen en het energieverbruik worden beoordeeld. Verder gelden er landbouwkundige voorwaarden ten aanzien van bij voorbeeld welzijn.

Eind maart bleken drie ontwerpers de hindernisbaan volledig te hebben afgelegd en mochten ze het begeerde Groene Label in ontvangst nemen. Het eerste systeem heeft betrekking op de mestafvoer in een opfokbiggenstal. Onder de roostervloer van de dieren zit een ondiepe put met een vloer die is voorzien van een waterafstotende epoxyhars coating. Over deze vloer gaat minimaal vier keer per etmaal een stalen schuif met een kunststof strip - de Haglando schuif; bedacht door varkenshouder Jos HAGens uit Grubbenvorst, ontwikkeld door de Limburgse mengvoercoöperatie LANdbouwbelangen samen met DOfra bv in Horst - die de mest snel de stal uitbrengt naar afgesloten opslag. “Minder ammoniak, een gezonder stalklimaat voor mens en dier, een lagere infectiedruk, een lagere ventilatiebehoefte en dus minder stookkosten”, vertelt een opgetogen directeur Theo Douven van Dofra. “Gelukkig een stukje duidelijkheid na drie jaar ontwikkelingswerk.” Inmiddels zijn al ruwweg zestig afdelingen in varkensstallen met dit systeem ingericht. Voor een stuk of dertig is een opdracht gegeven. Met de officiële erkenning op zak, is zijn verkoopverwachting hooggespannen. Maar, zo merkt de directeur op, alles is natuurlijk afhankelijk van het rendement in de sector. Douven hoopt ook een Groen Label te krijgen voor hetzelfde systeem in een vleesvarkenstal en in een zeugenstal met biggen (kraamhokken) en voor zeugen in ligboxen (zonder biggen).

Wat voor andere systemen voor de varkenshouderij ter beoordeling zijn ingediend, wil de stichting niet kwijt. Wel is duidelijk dat ook systemen in ontwikkeling zijn waarbij de mest direct in vloeistof valt of wordt weggespoeld.

De melkveestal die vorige maand een Groen Label ontving bestaat alleen nog op papier. Deze stal heeft een relatief klein vervuild oppervlak van 3 vierkante meter per koe. De vloer heeft een afschot van 3 procent naar een giergootje en is ook voorzien van een coating. Deze mag echter niet zo glad zijn dat de koeien erop kunnen uitglijden. Een schuif en een spoelsysteem brengen vijf maal per dag de mest naar een gesloten opslag. De emissie zal in deze stal van 8,8 kilo ammoniak per dier per jaar teruggebracht worden naar 4,4. De uitvinder is "team Barneveld' van de Dienst Landbouwvoorlichting.

De derde uitvinding is voor een vleeskuikenstal en kent een heel ander principe. De aanvraag is afkomstig van mengvoerfabrikant Hendrix in Boxmeer. In plaats van in strooisel op een betonnen vloer loopt het pluimvee nu op een zwevende vloer. Veertig centimeter boven de oude vloer wordt een roostervloer geconstrueerd met daarop een fijnmazig doek waarop het strooisel ligt. Ventilatoren blazen warme stallucht van boven uit de stal onder het luchtdoorlatende doek. De kuikenmest wordt daardoor gedroogd en de stal stoot 90 procent minder ammoniak uit dan een gangbaar onderkomen voor vleeskuikens.

Eind deze maand is het weer feest. De Stichting hoopt dan opnieuw enkele Groene Labels te kunnen uitreiken. In totaal hoopt secretaris Nico Jonkhof dit jaar op zo'n 25 erkenningen voor stallen of stalonderdelen.