G-7 geeft blijk van nieuw elan

WASHINGTON, 30 APRIL. De positieve toon voor de bijeenkomst van de G-7 in Washington was al begin deze week gezet, toen de Amerikaanse minister van financiën, Lloyd Bentsen, verklaarde dat de Japanse yen niet "excessief' moest fluctueren. De Federal Reserve onderstreepte zijn uitlatingen met interventies die de koers van de yen wat omlaag brachten. Daarmee waren de Japanners, die de Amerikaanse regering eerder hadden verweten de yen omhoog te praten, tevreden gesteld. Dat de Bundesbank een dag tevoren een van haar rentetarieven fors verlaagde was natuurlijk ook geweldig meegenomen.

Geen wonder dat Bentsen gisteren na afloop sprak van een “ontspannen en produktieve” discussie. Nog veelzeggender was de reactie van IMF-topman Camdessus die zich na kennisneming van de slotverklaring "verrukt' toonde over het resultaat.

De afgelopen jaren was er voortdurend onderlinge wrevel in de G-7. De VS kregen te horen dat zij het uit de hand gelopen overheidstekort eindelijk op orde moesten brengen. Duitsland diende de rente te verlagen. Japan werd verzocht zijn economie te stimuleren ten einde het gigantische handelsoverschot te elimineren. Niemand deed iets en het leidde allemaal tot niets. De loze beloftes over voltooiing van de wereldhandelsbesprekingen maakten het nog erger.

Wat is er veranderd dat de G-7 ineens enig elan begint te tonen? In elk geval dat er na jaren weer een geloofwaardige Amerikaanse minister van financiën is, die zich volgens ingewijden bovendien sterk inzet voor de samenwerking. Nu president Clinton zijn voorstellen voor vermindering van het begrotingstekort bij het Congres heeft ingediend, kan Washington met meer gezag ook anderen vragen de noodzakelijke stappen te zetten om de stagnerende wereldeconomie uit het slop te halen. In Duitsland zijn de economische omstandigheden zodanig gewijzigd dat de rente in kleine stapjes omlaag kan. En de Japanse economie had na het uiteenspatten van de door speculatie gevoede "bubble-economie' zelf grote behoefte aan een stimuleringsplan. Zo doet nu ieder eindelijk wat men al die jaren vergeefs van elkaar had gevraagd.

In dit licht klinkt de traditionele frase in het communiqué over het streven naar “herstel van inflatievrije economische groei” minder hol dan bij vorige gelegenheden. Voor het eerst sinds jaren is nu de weg vrij voor een serieuze coördinatie van internationaal economisch beleid. Bij alle partijen lijkt de bereidheid hiertoe de afgelopen maanden sterk gegroeid. De verbreding van de agenda van de G-7, gesymboliseerd in een gezamenlijke studie naar de kosten van de gezondheidszorg en de vergrijzing, vormt hiervoor een aanwijziging. De Duitse minister van financiën, Waigel, pleitte er in Washington voor de samenwerking in de G-7 te verdiepen door regelmatiger bijeenkomsten.

De dreigende wereldrecessie, waarvoor het Internationale Monetaire Fonds (IMF) in zijn jongste World Economic Outlook waarschuwt bij uitblijven van beleidscoördinatie, heeft de G-7 ongetwijfeld ook naar elkaar toegedreven. De G-7 gaat in elk geval in de richting die het IMF heeft aangegeven, al zijn volgens het fonds verdergaande maatregelen nodig ten aanzien van rente en overheidstekorten.

De zeven rijkste industrielanden hebben elkaar tijdens de besprekingen niet de maat genomen. Op Duitsland is geen druk meer uitgeoefend de rente verder te verlagen. Washington heeft Japan ook niet meer verzocht meer in het privatiseringsfonds voor Rusland te storten. Bentsen, die de Japanners er enkele dagen eerder nog wel had aangesproken, zei dat hij een verzoek hierover “aan iedereen” had gericht.

Dat er onderhuidse spanningen tussen de landen blijven, valt wel uit de slotverklaring op te maken. Zo is de passage dat wisselkoersen geen bovenmatige schommelingen moeten vertonen een tegemoetkoming aan Tokio. De passage dat wisselkoersen de "fundamentele' econmische verhoudingen moeten weerspiegelen, is echter weer een formulering die de Japanners minder zal bevallen. De opmerking van Bundesbank-president Schlesinger gisteren dat de recente koersstijging van de yen in het licht van het handelsoverschot en de kracht van de Japanse economie “geen onnatuurlijke beweging” is, lijkt nog de beste interpretatie. En Bentsen noemde in een toelichting het grote Japanse handelssurplus een rem op de economische groei in de wereld, wat ook al wijst op de wens dat de koers van de yen omhoog gaat.

Hoe serieus de poging tot economische coördinatie en groeibevordering werkelijk is, kan het best worden afgemeten aan een succesvolle afsluiting van de "Uruguayronde' over vrijere wereldhandel. De staatshoofden en regeringsleiders van de G-7 krijgen over ruim twee maanden de gelegenheid bij hun top in Tokio.