Europa blijft jaren met bom in zijn tuin zitten

BRUSSEL, 30 APRIL. Europa blijft ondanks een omvangrijk hulpprogramma van het Westen nog jaren zitten met een gevaarlijke bom in zijn achtertuin: de onveilige kerncentrales in Oost-Europa. De Europese Gemeenschap, die verreweg het grootste deel van de fondsen voor een betere beveiliging van kerncentrales in de GOS-republieken, Hongarije, Bulgarije, Tsjechië en Slowakije beschikbaar stelt, verbindt daaraan nu niet de voorwaarde dat de gevaarlijkste reactoren direct moeten worden stilgelegd.

Dit blijkt uit een vraaggesprek met prof.mr. L.J. Brinkhorst, directeur-generaal Milieu en nucleaire veiligheid van de EG. Hij adviseert de Europese Commissie over de coördinatie van de Westerse hulpverlening aan Oost-Europa, die aan de EG is opgedragen. Ook is hij verantwoordelijk voor de beleidsvoorbereiding, de opzet van concrete programma's en de uitvoering. Sinds oktober vorig jaar heeft Brinkhorst er een bijbaan bij: als buitengewoon hoogleraar aan de Rijksuniversiteit van Leiden doceert hij Internationaal milieurecht.

In zijn ruime kantoor aan de drukke Rue Beillard in Brussel zegt de directeur-generaal: “Ik ga er persoonlijk vanuit dat de Oosteuropese landen voorlopig kernenergie blijven gebruiken en dat de RBMK-reactoren (Tsjernobyl-type) nog een aantal jaren zullen draaien.”

Een jaar geleden verwoordde Brinkhorst in een hoorzitting van het Europees Parlement nog de opvatting van de Commissie - het dagelijks bestuur van de EG - dat de zestien oudste kernreactoren in Oost-Europa van Sovjet-ontwerp “zo spoedig mogelijk” moeten worden “uitgefaseerd”. Sindsdien heeft Brinkhorst alleen van een concreet voornemen van Oekrane vernomen om de drie RBMK-reactoren in Tsjernobyl die nog stroom produceren, eind dit jaar te sluiten. “Dat zou sneller zijn dan aanvankelijk in de bedoeling lag. Maar door schade en schande wijs geworden zegt ik nu: ik moet het eerst nog zien. Want in veel Oosteuropese gebieden betekent zo'n beslissing letterlijk dat het licht uitgaat.”

De meeste Westeuropese landen hebben een ingebouwde reserve bij de elektriciteitsproduktie (de grote centrales) van zo'n 15 à 20 procent, legt Brinkhorst uit. “Maar in Oost-Europa is dat maar enkele procenten. Voor hun is het dus puur een kosten-baten afweging. Ze moeten eerst een vervangende stroomvoorziening hebben. Zeker middenin een proces van omschakeling naar een markteconomie kun je de industrie niet zonder stroom laten zitten. Vandaar dat ze de beslissing tot sluiting niet zo snel zullen nemen als wij graag zouden willen. Daar komt nog bij dat de Russen met ons van mening verschillen over de RBMK-reactoren. Ze zijn misschien niet zo erg veilig, geven ze toe, maar er valt veel aan te verbeteren. Ze werken daar ook hard aan, ze hebben belangrijke verbeteringen bereikt. Het is niet zo dat wij met onze Westerse programma's als enigen daar bezig zijn.”

Experts van het Internationaal Atoom Energie Agentschap hebben in 1991 vastgesteld dat zestien van de oudste reactoren onveilig zijn en technisch niet aan de Westerse normen kunnen worden aangepast. Moet er dan toch niet meer druk op de Russen worden uitgeoefend, door voorwaarden aan de Westerse financiële hulpverlening te verbinden zoals in het Europees Parlement is bepleit?

Brinkhorst: “Nu Jeltsin op leven en dood vecht in een proces om het begin van democratisering, moeten we daar heel voorzichtig mee omgaan, vind ik. Als we in onverantwoorde situaties terechtkomen, treden er natuurlijk gevolgen op in het hulpbeleid. Maar ik ga ervan uit dat we in de samenwerking die de afgelopen jaren is opgezet, een grotere vertrouwensrelatie krijgen. Alleen in een goede coöperatie zal onze hulp effectief zijn, in de zin dat we geleidelijk groeien naar Westerse veiligheidsnormen voor de kernreactoren. De Oosteuropeanen moeten overtuigd worden. We hebben hier op kantoor nu ook een Russische kerndeskundige, en ik kan u verzekeren dat de discussies vaak behoorlijk vinnig zijn.”

“Het klinkt wat cynisch”, zegt Brinkhorst, “maar het ongeluk in Tomsk (explosie van een tank van radioactief afval in Siberië) van begin april, helpt ons in zekere zin. Gelukkig waren er niet direct dramatische gevolgen, maar het bewijst dat er een structurele fout zit in het Russische systeem en dat wij bij de verbetering daarvan actief betrokken moeten zijn. Voor die opvatting krijgen we steeds meer steun, ook van de Russen zelf.”

Niettemin accepteren de EG en de andere Westerse landen die meebetalen aan de beveiliging van de Russische kerncentrales, momenteel het latente risico van nieuwe kernrampen, geeft Brinkhorst toe. “Maar ik kan de wereld niet van rond ineens vierkant maken. We doen er alles aan wat in òns vermogen ligt. Evenmin als we 70 jaar communisme ongedaan kunnen maken, kunnen we 50 jaar industriële verloedering corrigeren. Je moet ook niet vergeten: het gaat om zelfbewuste landen, die tot een paar jaar geleden nog zeiden: wij zijn de andere supermacht. En in Moskou heerst ook iets van een houding: het is allemaal wel aardig wat die bureaucraten in Brussel bedenken, en jullie mogen ons best helpen, maar wij bepalen zelf wel wat er gebeurt.”

Sinds de G-7 - de groep van zeven rijkste industrielanden - het vorig jaar in München eens werd over een speciaal fonds voor de Oosteuropese kerncentrales, is een aantal programma's over elkaar heengeschoven. Brinkhorst, die alle activiteiten moet coördineren, geeft een helder overzicht van de stand van zaken. In totaal is nu een bedrag van bijna 500 miljoen ECU (1,1 miljard gulden) toegezegd door het Westen. Tweederde daarvan wordt door de EG betaald (333 miljoen ECU). De Verenigde Staten nemen tot nu toe maar 36 miljoen ECU voor hun rekening en Japan nog minder: 24 miljoen. De overige, grootste donoren zijn Duitsland, dat behalve zijn bijdrage aan de EG-hulp nog eens 35 miljoen ECU betaalt, Italië (21 miljoen bovenop de EG-bijdrage), Canada (20 miljoen) en de Scandinavische landen (13 miljoen). Dat de Amerikanen zo weinig bijdragen heeft in de eerste plaats te maken met hun begrotingsproblemen, zegt Brinkhorst, maar ook met het feit dat Oost-Europa voor Washington "verder van ons bed' ligt dan voor West-Europa.

“Met onze programma's zijn we nu goed op weg in de sfeer van veiligheidsstudies, assistentie van Westerse nucleaire veiligheidsexperts bij de centrales en verbetering van controlesystemen”, aldus de topambtenaar. “Maar het werkelijke grote werk, de aanpassing van de reactoren zelf, moet behalve Kozlodoej in Bulgarije, nog beginnen.” In de Bulgaarse centrale, waar de oudste Russische VVER-230 reactoren staan opgesteld, zorgde de EG voor financiering van een noodprogramma. Reactoren werden tijdelijk stilgelegd en de meest noodzakelijke verbeteringen uitgevoerd.

De grote verbeteringen aan de "hardware' van de reactoren, moeten echter door leningen gefinancierd worden. Daarvoor heeft de Oosteuropa-bank (EBRD) van Attali in Londen nu 60 miljoen ECU (132 miljoen gulden) beschikbaar. Terugbetaling van die leningen hoeft geen struikelblok te zijn, want dat kan in olie, aardgas of kolen gebeuren, aldus Brinkhorst. Begin juli, op de volgende topconferentie van de G-7 landen in Tokio, verwacht hij “een krachtig signaal”: we hebben nu de structuur voor de hulpverlening klaar, het onderzoek is verricht en nu komt het aan op meer activering van het "grote werk'.

Probeert de EG de Russen ook tot omschakeling van kernenergie op andere mogelijkheden voor elektriciteitsopwekking te bewegen? Brinkhorst: “Zeker, dat zit ook in ons programma Phare, net als het bevorderen van een veel zuiniger energie-verbruik. Laat niet het misverstand ontstaan dat wij kernenergie propageren, we proberen de veiligheid te verbeteren.”

Brinkhorst moet in Moskou nogal eens uitleggen dat daarvoor eerst studies moeten worden verricht, en dat in West-Europa publieke verantwoording moet worden afgelegd voor de uitgaven. “De houding van bijvoorbeeld de heer Adamov, uitvinder van de RBMK-reactor, op het Russische ministerie voor atoomenergie, was: wij hebben genoeg technici maar geen goede, moderne apparatuur, geef ons maar geld om dat te kopen. Laat het maar aan ons over want we zijn geen ontwikkelingsland. Maar op die manier zou je geen garantie hebben dat de beste veiligheid wordt bereikt. Wij streven echt naar Westerse normen.”