"EG moet dialoog met Oost-Europa verdiepen'

BRUSSEL, 30 APRIL. De Europese Gemeenschap moet de komende jaren haar grenzen sneller openstellen voor Oosteuropese produkten als staal, kleding en voeding dan tot dusver is afgesproken. Ook moet de politieke dialoog met de landen in Midden- en Oost-Europa worden verdiept, onder andere door het houden van gezamenlijke ministerraden.

Die aanbevelingen zal de Europese Commissie, het "dagelijks bestuur' van de EG doen in een notitie aan de EG-ministers van buitenlandse zaken, ter voorbereiding van de komende top van regeringsleiders in Kopenhagen. Op die EG-top zal aandacht worden besteed aan het uitbreiden van de relaties tussen de Gemeenschap en de Midden- en Oosteuropese landen.

De EG heeft zogeheten Europa-akkoorden afgesloten met Polen, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Roemenië en Bulgarije. In die overeenkomsten is vastgelegd dat de EG en de betrokken landen in een periode van tien jaar zullen toewerken naar volledige vrijhandel. In de eerste vijf jaar zal vooral de EG zijn grenzen steeds verder openen, door douanetarieven te verlagen en door importcontigenten te verhogen.

In haar notitie - waaraan Commissie-voorzitter Delors en de commissarissen Van den Broek en Brittan vanochtend nog de laatste hand legden - stelt de Commissie de lidstaten voor om dat proces van marktopening te versnellen. Het gemiddelde niveau van de invoertarieven voor Oosteuropese produkten zou in 2 in plaats van in 4 jaar moeten worden gehalveerd tot 2 procent. Op die manier kan de EG bijdragen aan de economische ontwikkeling, en dus ook aan politieke stabiliteit, in Midden- en Oost-Europa. Bovendien kan daardoor mogelijk massale migratie uit die landen naar West-Europa worden voorkomen.

Op de laatse Europese top, afgelopen december in Edinburg, erkende de EG voor de eerste keer formeel dat de landen waarmee zogeheten Europa-akkoorden zijn afgesloten, ook uitzicht hebben op een volwaardig lidmaatschap van de EG. In Brussel wordt gezegd dat het niet erg realistisch is om te veronderstellen dat zo'n toetreding nog deze eeuw zal plaatsvinden.

Toch vindt de Commissie het van groot belang dat de EG opnieuw een duidelijk politiek signaal geeft dat de betrokken landen op den duur lid kunnen worden. Het vasthouden aan zo'n perspectief is cruciaal om brede ondersteuning vanuit de bevolking te krijgen voor de noodzakelijke en vaak pijnlijke beleidshervormingen, redeneert de Commissie.

Het politieke overleg moet volgens de Commissie gestalte krijgen door gestructureerd ambtelijk overleg en door reguliere bijeenkomsten van ministers. Daarbij zouden niet alleen onderwerpen aan de orde moeten worden gesteld die van wederzijds belang zijn, maar er zou ook overlegd kunnen worden over gezamenlijke standpuntbepaling ten opzichte van ontwikkelingen elders in de wereld. Op die wijze worden de landen uit Midden- en Oost-Europa steeds nauwer betrokken bij het formuleren van het buitenlandse en het veiligheidsbeleid van de EG.

Gezien de huidige moeilijkheden in onder andere de staalindustrie en de landbouwsector, zal het het voorstel om de EG-grenzen sneller open te stellen ongetwijfeld op grote weerstand stuiten bij verschillende lidstaten. In de Europa-akkoorden zijn zogeheten vrijwaringsclausules opgenomen: ondanks afspraken over liberalisering van de handel kan de EG importbeperkende maatregelen nemen indien sprake is van ernstige marktverstoring. Op dit moment ligt juist een voorstel op tafel van de Commissie om de invoer van staal uit Tsjechië en Slowakije de komende drie jaar aan banden te leggen. Sir Leon Brittan noemde dat ingrijpen deze week “inderdaad geen schoolvoorbeeld van vrijhandel”.