"Een bingo-programma willen we niet'

Minister d'Ancona wil regionale en lokale publieke omroepen laten samengaan. De regionale omroepen voelen er niets voor. Ze zien er geen enkel voordeel in. Tweede deel van een tweeluik.

ASSEN, 30 APRIL. Kinderstemmen klinken opgewonden op de Etherbrink, de tot studiocafé omgebouwde voormalige woonkamer van het oude herenhuis waarin Radio Drenthe is gevestigd. Vanmiddag is er de finale van de scholenquiz. “De leraren zijn nerveuzer dan de kinderen”, grinnikt directeur/hoofdredacteur Klaas de Vries.

Radio Drenthe is de best beluisterde regionale omroep in Nederland. Dagelijks stemmen er 165.000 mensen op af, wat in absolute aantallen niet veel is vergeleken met de 700.000 luisteraars die Radio Rijnmond in Rotterdam weet te halen. Maar het Drentse aantal staat gelijk aan een luisterdichtheid van negen procent. “Een percentage waar menig landelijke omroep jaloers op is”, zegt De Vries.

Hij heeft nog meer mooie cijfers. “Een stabiel marktaandeel van zo'n 33 procent. Dat is hoog. De commerciële radiozenders hebben nauwelijks luisteraars bij ons weggehaald.”

De Drentse cijfers steken ver uit boven de landelijke gemiddelden voor de dertien regionale omroepen, die uit een provinciale heffing en, waar nodig, ook met kijk- en luistergeld worden gefinancierd. Vorig jaar daalde het totale marktaandeel van deze omroepen van 21 procent naar 18 procent en zakte de gemiddelde luisterdichtheid van 4,7 naar 4,0 procent. De dalingen zijn vrijwel geheel het gevolg van de komst van de commerciële muziekzenders RTL Radio, Sky Radio, Radio 10 Gold, Power FM en Hitradio.

“Drenthe is een ideaal gebied voor regionale radio”, zegt De Vries. “Het is overzichtelijk en de Drent vindt alles over zichzelf belangrijk. Ons nieuws wordt zeer goed gevolgd. Een regionale radio moet een "goede buur' zijn. Welnu, zo worden wij opgevat.”

Zo niet de lokale omroepen, die volgens de onderzoeken van de kijk- en luisterdienst van de NOS een zeer marginaal bestaan leiden met een (landelijk) marktaandeel van 3 procent en een luisterdichtheid van 1,1 procent. In Drenthe liggen die cijfers nog lager en dat is voor De Vries een van de redenen met de "lokalen' geen enkele vorm van samenwerking te willen. “We hebben er niets aan”, zegt hij schouderophalend. “Het zijn hobbyisten die een machtiging hebben gekregen en een paar uur per dag wat programma's maken. Vaak zijn het scholieren, althans hier in Drenthe. Omdat het vrijwilligers zijn is het verloop groot. Als er goede mensen hadden gezeten, hadden we ze er allang weggehaald. Wij zijn een professionele instelling die serieus programma's maakt. Ik zie geen enkel voordeel in samenwerking.”

Met twee van de acht lokale omroepen in de provincie heeft Radio Drenthe een overeenkomst: Radio Coevorden en Radio Meppel. De Drentse omroep heeft hun personeel getraind en in ruil zenden de lokale stations programma's uit van Radio Drenthe in de uren dat de "lokalen' niet met hun eigen programma's in de lucht zijn. “De "input' is hoofdzakelijk van ons afkomstig. We krijgen er vrijwel niets voor terug. Maar we zijn er ook niet in echt genteresseerd in hun uitzendingen. Een bingo-programma willen we niet en een live-uitzending van een raadsdebat, tja.”

De ratio achter het bestaan van lokale omroepen ontgaat De Vries geheel. “Ooit is eens bedacht dat lokale omroep de burger dichter bij het gemeentelijk bestuur zou kunnen brengen. Maar een wethouder vijf minuten de kans geven zijn ei kwijt te raken zorgt daar natuurlijk niet voor. Alleen in de grote steden kan lokale omroep een nuttige functie hebben.”

De Vries wijst er op dat de meeste lokale omroepen financieel een zorgelijk bestaan leiden. Voor het serieus binnenhalen van reclame ontbreekt vaak tijd en know-how bij de vrijwilligers. “Het eerste reclamespotje moet ik nog horen”, zegt De Vries. De gemeenten trekken zich na aanvankelijk enthousiasme steeds meer terug.

“Sommige omroepen geven nu, wanneer ze niet zelf met een programma in de lucht zijn, een commerciële muziekzender door. Wij hebben dat aanhangig gemaakt bij het Commissariaat voor de Media, want het mag niet. Er zijn al wat brieven over geschreven, maar het gebeurt gewoon toch. De minister wil het nu ook verbieden, maar het commissariaat beschikt niet over een controleapparaat voor de lokale omroep.”

Interessanter vindt De Vries samenwerking met de landelijke omroepen. Op 1 september moet die meer gestalte krijgen door de "radio-nieuwsredactie' waartoe onlangs werd besloten en waaraan alle omroepen zullen meedoen. “Ik hoop echt dat die redactie van de grond komt”, zegt De Vries. “Als er nu iemand ontsnapt uit de Grittenborgh in Hoogeveen zijn wij er als de kippen bij. Maar gebruikmaken van onze diensten? Ho maar. Binnen een uur staan er drie landelijke omroepen naast ons. Dat steekt me zeer.”