De verpleegster en de zakenman; Geloofwaardige thriller van Bob Mendes

Bob Mendes: Vergelding. Voorspel tot Saddams oorlog. Uitg. Manteau. 338 blz. Prijs ƒ 29,90

Kort geleden verscheen de Nederlandse vertaling van Prisoner in Bagdad, waarin de Britse verpleegster Daphne Parish verhaalt over haar wedervaren in de gevangenis van Bagdad. Naviteit had haar daar gebracht. Parish werkte in een ziekenhuis in Bagdad op het moment dat een groep buitenlandse journalisten in het land was om de showverkiezingen in Iraaks Koerdistan te verslaan. Eén van hen was Farzad Bazoft, van geboorte Iraniër en als freelance journalist werkzaam voor The Observer. Tijdens het bezoek vond in een fabriek vlak buiten Bagdad een explosie plaats, waarvan de aanwezige journalisten pas op de hoogte kwamen door een artikel in The Independent. In dat artikel werd gesuggereerd dat het een chemische fabriek betrof en dat er honderden slachtoffers waren gevallen. Bazoft, op zoek naar een scoop die hem een vaste baan bij zijn opdrachtgever zou bezorgen, haalde de verpleegster over hem naar de fabriek te rijden. Daar nam Bazoft monsters van de vervuilde grond en maakte er foto's.

Dat is het enige zwakke punt in de vijfde misdaadroman van Bob Mendes. In Vergelding. Voorspel tot Saddams oorlog brengt de Ierse verpleegster Daisy Partridge de Brits-Iraanse freelance journalist Fazoft Barzad (Farzad Bazoft) niet naar de plek des onheils, maar bezorgt hem medische dossiers waaruit blijkt dat de slachtoffers van de explosie aan hoge straling werden blootgesteld. Iets minder waarschijnlijk dan de naëve onderneming van Parish. Bovendien huurt Barzad voor enige duizenden dollars een Irakese piloot om zich in de gelegenheid te stellen luchtopnamen te maken. Nog iets minder waarschijnlijk. In luchtopnamen kan de CIA of de Mossad makkelijker voorzien en zand is eenvoudiger het land uit te smokkelen dan foto's. Maar voor het overige staat de roman als een huis.

Het is die overdrijving, de neiging alles spectaculairder te maken dan het in werkelijkheid is - te spectaculair om geloofwaardig te zijn - die Mendes tot nu toe opbrak. Bob Mendes debuteerde in 1987 als misdaadauteur met Een dag van schaamte, een roman over het Heizeldrama. In dat boek was het bloedbad te Brussel boze opzet, en niet het gevolg van grove nalatigheid: een joint venture tussen de Rode Brigade en het Lybische "Syndicaat' liep uit de hand. Een smakeloos verhaal, met een rammelende plot en stripfiguren als helden. Vervolgens zonk de Herald of Free Enterprise. Op de Belgische radio beweerde een man dat de veerboot door Iraanse terroristen tot zinken was gebracht: hij had papieren met Arabisch schrift in het water zien drijven. In Het Chunnel syndroom gaat Mendes niet zó ver, maar wel ver. Topmanagers van een Engelse rederij zien hun veerdienst bedreigd door de aanleg van de kanaaltunnel. Inderdaad zinkt korte tijd later de Messenger of Freedom enkele meters uit de kust bij Zeebrugge: ook nu is er geen sprake van nalatigheid, maar van misdadige opzet.

Mendes schrijft zogenaamde faction-thrillers, romans waarin feiten worden vermengd met fictie. Voor elk boek verricht de externe accountant veel research. Maar research betekende bij hem tot nu toe vooral dat hij, zoals in Het Chunnel Syndroom, alle termen uit het golfspel in het Engels en cursief afdrukte: out of bounds, tee, marker, driving-range, non-handicapper, honour, hole, style, fairway, rough, Fore! De laatste kreet - "een internationale waarschuwingskreet" - wordt geslaakt omdat een onverlaat met een golfbal een aanslag op de held pleegt. Zoiets als een Hole-in-one. Zijn geweldige kennis van boegdeuren kon niet verhullen dat een aanslag met een golfbal nogal gezocht aandoet.

In Vergelding drukt Mendes alle termen uit het schermspel in het Frans en cursief af, maar nu heeft al die wijsheid een functie in de - subtiele - ontknoping van het verhaal. Het draait allemaal rond de Iraakse "reuzenkanon'-affaire met in de hoofdrol de Amerikaanse wetenschapper Gerald Bull, die in 1990 in Brussel door waarschijnlijk de Mossad werd vermoord. De Belgische industrieel handelsagent Michel Moreels - een fictieve figuur met een betekenisvolle naam - raakt betrokken bij een complot dat de Mossad heeft uitgedacht om Saddam te beletten alleenheerser van het Midden-Oosten te worden. De motieven voor Moreels om zich te lenen voor dit spel, worden geloofwaardig gebracht. En dat is een verdienste: het is niet zo moeilijk een geheim agent op een missie te zenden, bij een vredelievend burger ligt dat anders. Het hoge niveau waarmee Mendes inzet wordt alleen onderbroken door de verpleegster, neergezet als een giechelend schepsel met te felle lippenstift en even goed náást als n het bed - de rol voor vrouwen in misdaadromans. Gelukkig heeft de rol de gepaste lengte: d'r in en d'r uit. Voor het overige maakt Mendes handig gebruik van de mogelijkheden die de noordelijkste bananenrepubliek (België) en de Gek van Bagdad bieden. Maar het is vooral de wijze waarop Michel Moreels zich van zijn taak kwijt, die indruk maakt. Het is één ding hem geloofwaardige motieven voor een missie te geven, het is een ander om hem die missie geloofwaardig te laten volbrengen. Een sterke revanche.