Dank zij de mest van Franse koeien bloeit de grutto op

WORMER, 30 APRIL. De zeldzame kemphaan laat zich slechts via de kijker betrappen, maar kievit, grutto, kluut en tureluur zijn van dichtbij met het blote oog te zien. En vooral te horen, want ze gaan behoorlijk te keer. Er strijkt ook een bruine kiekendief neer en achter het riet ontluikt de ronde zonnedauw, die zich voedt met kleine insekten.

Een middag puur natuur in het Wormer- en Jisperveld noordwestelijk van Amsterdam met oud-minister P. Winsemius in de hoofdrol. Als voorzitter van de Vereniging Natuurmonumenten, die in dit waterrijke laagveen 600 hectare aan eigendommen heeft, lanceert hij een actie onder de titel "Gul voor de grutto', waarbij deze soort als symbool voor alle Nederlandse weidevogels optreedt. De bedoeling is om drie miljoen gulden binnen te krijgen in een poging althans bij Wormer de gestage achteruitgang van de weidevogelstand tot staan te brengen.

Daarvoor is allereerst extra vee nodig, in het bijzonder runderen van het bruinkleurige Franse ras limousin, die de drassige bodem zodanig bemesten en begrazen, dat de vogels er gaarne broeden. Bovendien zijn het "zoogkoeien', die hun uiers slechts beschikbaar stellen voor het eigen nageslacht en dus niet gemolken hoeven te worden. Natuurmonumenten beheert op die manier 200 hectare weiland, maar daar komt weldra een aanzienlijk oppervlak bij, zodat de veestapel met circa honderd exemplaren moet groeien. Verder is er behoefte aan een winterstalling, die volgens de plannen zal verrijzen bij een onlangs verworven boerderij.

Vandaar dat Winsemius de actie inluidt door drie, nog betrekkelijk jonge limousins vanaf een praam het weiland in te loodsen, waar ze dartel hun weg zoeken. “Dank zij de koeien zijn er grutto's”, roept de voorzitter bij dit opbeurende tafereeltje, nadat hij eerder zijn zorg heeft uitgesproken over alles wat er mis gaat met de Nederlandse natuur, maar ook een weg naar herstel heeft gewezen: “De redding moet komen van een maatschappij die haar gedrag verandert.”

Bij dat laatste put hij enige hoop uit de aanhoudende groei van zijn vereniging, die zojuist het 700.000ste lid mocht inschrijven. Daarmee is het bijna de grootste natuurbeschermingsorganisatie ter wereld. Alleen een soortgelijke vereniging in de VS overtreft de Nederlandse club met 30.000 betalende aanhangers, “maar daar komen we nog wel overheen”, voorspelt Winsemius.

Jan van der Geld is opzichter in het Wormer- en Jisperveld, dat hij als een "lappendeken van eilandjes, omzoomd door rietkragen' betitelt. Vroeger, vertelt hij, waren water en bodem brak door overstromingen van de Zuiderzee en daarvan getuigen nog zoutminnende planten als lepelblad en zeebies. Een curiosum in dit natte milieu zijn kleine perceeltjes hei die tussen het riet verscholen liggen, en op diverse plaatsen hebben zich kraggen gevormd: veenachtige aanwassen, die op een modder- of waterlaag drijven.

Ook wat de vogelwereld betreft gooit het Wormer- en Jisperveld hoge ogen met bijna 200 soorten, waarvan er veertien op de rode lijst van bedreigde vogels staan. Baardmannetje, kemphaan en lepelaar horen erbij, maar ook de grutto, die hier enkele enkele honderden broedparen telt. Voor heel Nederland zijn het er naar schatting 80.000 ofwel tachtig procent van de Europese populatie, waarmee ons land een bijzondere verantwoordelijkheid voor deze weidebewoner draagt.

“Wij vinden die vogel heel normaal, maar wist u”, vraagt opzichter Van der Geld, “dat er in Engeland maar dertig paar grutto's broeden? Die worden dan ook permanent bewaakt. En wist u dat er hier bij Wormer meer zonnedauw groeit dan in de hele provincie Utrecht?”

De drie limousins die Winsemius losliet, zijn ondertussen aan het grazen geslagen en één laat er al een aardige klets vallen. Dat is allebei goed ter stimulering van het bodemleven en dus voor de weidevogels, die het van beestjes uit de bodem moeten hebben. Verderop staat een eenzame boer te baggeren, een van de laatsten op dit drassige land, dat in agrarische zin niet meer rendabel te maken is. Natuurmonumenten moet uitkomst brengen. In het Wormer- en Jisperveld is de trend gezet: "grutto's kweken' in plaats van koeien melken.