Cocanesmokkelaars betrokken bij op het oog zeer respectabele ondernemingen

DORDRECHT, 30 APRIL. “Lucrativo” heet het vertrouwelijke rapport dat de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) heeft opgesteld over de financiële activiteiten van een groep Nederlandse en Colombiaanse cocanehandelaren die deze en volgende week terechtstaan voor de rechtbank in Dordrecht.

Om het witwassen van omvangrijke opbrengsten uit drughandel te vergemakkelijken, begon volgens justitie de 45-jarige Amsterdammer Bert H. op 8 juli 1991 zijn eigen wisselkantoor: Dutch Change Office Enigma BV. Het kantoor, dat in een woonhuis werd ondergebracht en van buitenaf niet als wisselwinkel herkenbaar was, deed volgens justitie bijna exclusief zaken voor het eigen drugkartel. “Het totale bedrag van de transacties in de bestaansperiode van het wisselkantoor bedroegen omgerekend in guldens circa 27,5 miljoen gulden”, becijfert forensisch accountant A.J.M. Klunder in zijn op 14 april afgesloten rapport.

Bert H. en zijn 44-jarige broer Joop verzorgden volgens de officier van justitie mr. H.J.M. van Maren-van der Kaaij het witwassen, het vervoer, logies en communicatiemiddelen voor het drugkartel. Vijf Colombianen zorgden voor een omvangrijke aanvoer van verdovende middelen. Bij de aanhouding van de bende in november vorig jaar nam de politie 1.100 kilo cocane in beslag. Dat is de op een na grootste vondst in Nederland.

De strafzaak tegen vier Colombianen werd gisteren afgehandeld. Drie mannen hoorden straffen eisen van vijftien, acht en vijf jaar gevangenis. Een vierde Colombiaan - eis acht jaar - heeft zijn berechting niet afgewacht en nam begin dit jaar de benen uit de gevangenis in Sittard.

Om verdere ontsnappingen te voorkomen was de bewaking van de rechtbank in Dordrecht gisteren uitzonderlijk scherp. Dranghekken voor het gerechtsgebouw, gepantserde wagens, zwaar bewapende agenten en twee detectiepoortjes die bezoekers moesten passeren voor ze de rechtszaal konden betreden.

Ook in de zittingszaal waren met kogelvrij vest en machinegeweren uitgeruste agenten. “Goedkope stemmingmakerij”, schamperde de advocaat van de Colombiaanse verdachte Horacio N. (45), mr. A. Moszkowicz. De raadslieden mochten alleen onder begeleiding door de gangen van de rechtbank lopen. De kantine mochten ze bijvoorbeeld niet betreden. “Een unicum”, aldus Moszkowicz.

Advocate mr. A.G. van der Plas beklaagde zich over de behandeling van de verdachten, van wie de schuld volgens haar door de rechtbank al zonder meer wordt aangenomen. Haar cliënt, de Colombiaanse hoofdverdachte Francisco G. (36), wordt al sinds zijn arrestatie in volledige afzondering opgesloten. Hij mag per dag een half uur luchten, alleen in een kooi. Bezwaren van de advocate tegen deze vorm van detentie worden steevast afgewezen omdat er “zeer geheime” belastende informatie over de Colombiaan zou bestaan.

De CRI zegt in het Lucrativo-rapport niet precies te hebben kunnen becijferen hoe groot het wederrechtelijk verkregen voordeel is dat ieder van de verdachten met drughandel heeft verkregen. Wel blijkt dat de verdachten geen enkele moeite hadden om hun druggeld te stallen.

Vooral het Nederlandse door de overheid gereguleerde casinowezen biedt uitkomst. Bert H. - die met zijn broer donderdag weer voor de rechtbank moet verschijnen - opent op 5 maart 1990 een zogeheten depotrekening bij Holland Casino's. Op deze depots kunnen spelers geld storten met een minimum-inleg van 25.000 gulden. Tussen januari en mei 1991 stort Bert zeer regelmatig en soms een paar keer per dag duizenden guldens op zijn casinodepot. In vier maanden tijd loopt het saldo op zijn depot - waarover geen rente wordt uitgekeerd - op tot 565.000 gulden. De bedrijfsbeveiliging van het casino zal later verklaren dat ze “grote aarzeling” had over de vraag of dat geld in het casino zou zijn verdiend.

Toch wordt Bert geen strobreed in de weg gelegd als hij even later vraagt vierhonderdduizend gulden van zijn depot over te maken op zijn reguliere bankrekening in Amsterdam. Een deel het geld, 150.000 gulden, gebruikt hij volgens de CRI aan de oprichting van zijn eigen wisselkantoor.

Inmiddels zijn de verdiensten zo hoog opgelopen dat het haast fysiek onmogelijk wordt geld te stallen bij het casino. In 1992 verricht het bedrijf Enigma alleen al zeven wisseltransacties met bedragen van meer dan vierhonderdduizend gulden. Voor het geld worden zonder problemen cheques gekocht bij de kantoren van Thomas Cook in Amsterdam en Londen.

In zijn verhoor bij de politie heeft Bert verklaard zich “nooit te hebben afgevraagd” waar het geld vandaan kwam. “Ik heb een zaak en ik wilde daarmee een boterham verdienen. Wat de redenen zijn van klanten om zich bij mij te vervoegen, daar heb ik verder geen boodschap aan.”

Dat de Colombianen eerst bij hem geld brachten om daarna weer cheques bij Cook te kopen, komt volgens Bert omdat zijn wisselkantoor een afspraak met Thomas Cook had om tegen een gunstige koers - “een middenkoers” - zaken te doen. De bedrijfsleider van Cook heeft dit bij de politie ontkend. De officier van justitie zegt desgevraagd dat Cook niet zal worden vervolgd omdat “daar geen verdachten zijn”. Wel pleitte ze er in haar requistoir voor om wisselkantoren wettelijk te verplichten verdachte transacties bij Justitie te melden.

Justitie verdenkt de cocanebende er ook van met de zeilboot van Joop H. - de oudste in Nederland geregistreerde schoener Gefion uit 1894 - via de Antillen in 1991 1.500 kilo cocaine naar Europa te hebben vervoerd. De drugs hadden op Sail '90 naar Amsterdam moeten worden gebracht, maar het transport liep vertraging op. Deze zending werd volgens justitie mede gefinancieerd door een van de kopstukken van de beruchte Engelse treinroversbende uit 1963, Mike G., en de Nederlander Jack P.

Deze Jack uit Diemen woonde gisteren uiterst ontspannen als toeschouwer het proces bij. Toch wordt hij waarschijnlijk nog door justitie vervolgd omdat in een pand van hem een Porsche 911 in beslag is genomen met in de bagageruimte 126 kilo goud ter waarde van 2,5 miljoen gulden. Jack zegt dat de Porsche met inhoud van de Engelse verdachte is die in de Verenigde Staten vastzit in afwachting van uitlevering.

Uit het onderzoek naar de bende is ook gebleken dat de verdachten betrokken waren bij op het oog zeer respectabele ondernemingen. De Colombiaan Horacio N., afgestudeerd econoom, is naar eigen zeggen directeur van een radiostation en onderdirecteur van een ziekenhuis in Colombia. Hij zou ook oprichter zijn van een Colombiaanse psychiatrische inrichting voor drugverslaafden.

Bert H. is oprichter en penningmeester van de op 14 mei 1990 in het leven geroepen Stichting Onze Kinderen. Volgens de akte houdt deze ideële club zich bezig met het werven van “fondsen en gunsten ten einde daarmee kinderen in tehuizen wat extra's te geven in de vorm van speelgoed, voedsel, reisjes en dergelijke”.

De Colombianen horen op 10 mei het vonnis.