Carrera del Darro

Een van de oudste en mooiste straten van Granada is de Carrera del Darro. Aan één kant is een muur en als je daar overheen kijkt, zie je beneden je de rivier de Darro stromen. Aan de andere kant staan huizen uit alle eeuwen. Je ziet er palacios (grote herenhuizen), een klooster, een kerk, een Oudheidkundig Museum, kleine winkeltjes en cafés. En een Arabisch badhuis.

Vorig jaar zijn alle gevels langs de Carrera del Darro door de gemeente gerestaureerd. Eerst moest bij allemaal het pleisterwerk hersteld worden, en daarna zag je bovenop de steigers meisjes in overalls zitten schilderen. Want het was schilderen wat ze deden, niet verven. Eén huis is, blauw, een ander wit, weer een ander roestbruin. De kerk - San Pedro heet hij - is zo beschilderd dat het lijkt of hij van natuursteen is gebouwd. Soms zijn langs deuren en ramen keien geschilderd, met de sporen van de beitel erin. En van een groot herenhuis is de hele gevel één groot schilderij geworden. Met mannen en vrouwen en vazen met bloemen, palmen en vruchten.

Als je naar de overkant kijkt en je blik naar boven laat gaan, zie je daar hoog op een berg het Alhambra liggen. Het Alhambra in Granada is niet een bioscoop maar een Moors paleis. En ook weer niet alleen een paleis, het is ook nog een ommuurde stad en een vesting.

Spanjaarden hebben het bloed van vele volkeren door hun aderen stromen. Eerst waren er de Iberiërs, daarna kwamen de Goten, de Romeinen, de Joden, de Moren en de Zigeuners. Al die volken hebben hun sporen achtergelaten. En niet alleen op de gezichten van de mensen, ook op hun manier van leven.

De Moren heersten acht eeuwen lang in een groot deel van Spanje. Het langst in Granada. Ik denk dat het daardoor komt dat het leven hier zo heel anders is dan in een land in het noorden van Europa. We zijn hier niet alleen heel dichtbij Afrika. Het s hier Afrika.

Bijvoorbeeld zo'n palacio. Aan de buitenkant zie je niet wat het is. Gewoon een grote gevel met ramen met tralies ervoor. Een grote deur, wel drie bij vier meter. Ga je daardoor naar binnen, dan kom je op een binnenplaats. Een patio heet dat, en na het lawaai, de hitte en het stof van de straat lijkt het een oase. Het is er altijd koel, al is het buiten nog zo heet. In het midden is een fontein waar water uit kabbelt. Rondom een galerij met zuilen, en groene planten. Het is er heel stil.

Wat de Moren in Spanje hebben achtergelaten - behalve hun gebouwen, hun muziek, hun zoete gebak en nog zoveel meer - is het genieten. Met al je zintuigen. Daarom hoor je hier overal water ruisen en klateren en kabbelen, ruik je telkens de zoete geur van bloemen, en daarom is 's middags, de tijd van de hoofdmaaltijd, alles drie uur lang gesloten, zowel winkels als kantoren. Daarom begint de school hier 's morgens pas om half tien. Omdat ook slapen genieten is.