Bonden Tsjechië laten tanden zien

Politieke en economische liberalisering grijpt in tal van landen om zich heen. Leidt dat ook tot meer vrijheid voor de vakbeweging? Het tweede deel van een serie.

PRAAG, 30 APRIL. Komt er binnenkort een einde aan de sociale vrede in het Tsjechië van premier Klaus? Sinds begin deze maand zijn er tekenen dat de fronten tussen enerzijds werkgevers en werknemers en anderzijds de regering zich verharden. En dat is geen wonder in een post-communistische staat die in snel tempo de overgang doormaakt naar een markteconomie, met alle vaak pijnlijke gevolgen vandien.

Arbeidsonrust in Tsjechië is tot dusver beperkt gebleven tot een enkele protestdemonstratie van zich in hun bestaan bedreigd voelende mijnwerkers, of van zangers in een operakoor die te veel moeten optreden en daardoor hun stemmen forceren.

Maar sinds kort doen zich ernstiger woelingen voor in de nog zo rimpelloze vijver van de consensus die op sociaal gebied bestaat in de Tsjechische republiek. De werkgevers dreigden bijvoorbeeld met blokkades van de stad Praag door vrachtwagens aan de toegangswegen als niet tegemoet wordt gekomen aan de eis het belastingstelsel te hervormen. De regering heeft daaraan snel toegegeven. De bestuurders van de metro in de Tsjechische hoofdstad wilden 70 procent loonsverhoging en dreigen het openbaar vervoer lam te leggen. Ze namen uiteindelijk genoegen met de helft.

Maar de stemming in het tripartite overleg van Tsjechische werkgevers, werknemers en de regering is vooral verslechterd na de bewering van Richard Falbr, de voorzitter van de Tsjechoslowaakse federatie van vakverenigingen, over “onweerlegbare bewijzen” te beschikken dat de Tsjechische regering van plan is een “frontale aanval” te richten op de vakbonden en dat ze wetgeving voorbereidt om “à la Thatcher” de vakbonden te “ontwapenen” en te “liquideren”.

“En dat juist op een moment dat de algemene overeenkomst tussen de drie partijen net is ondertekend, de inkt is nog niet droog”, brieste Falbr door de telefoon. “Als de regering goede betrekkingen met de vakbond wil hebben, dan moet ze eerlijk zijn en niet achter onze rug dat soort wetgeving beramen. Als ze die niet intrekt zal er sociale onrust komen.”

Petr Pavlk, uitvoerend secretaris van de sociaal-economische raad, toont zich verbijsterd over de uitlatingen van Falbr. “Dat soort plannen als waarover de heer Falbr het heeft bestaan helemaal niet, op mijn erewoord. Ik weet niet waarom hij dit zegt, ik weet niet waar hij het vandaan heeft en ik wil verder geen commentaar geven.”

Waarschijnlijk gaat het om een proefversie van mogelijke voorstellen voor wetswijziging die Falbr onder ogen heeft gekregen, maar die geen officiële regeringspolitiek weerspiegelen, laat het ministerie van sociale zaken sussend weten.

Aan de vooravond van de invoering van de wet op het bankroet lijkt het de Tsjechische vakbonden in elk geval tijd te zijn geworden om hun tanden te laten zien. Die wet zal, zo verwachten zowel werknemers- als werkgeversorganisaties, op korte termijn, in elk geval nog voor de zomer, leiden tot verhoging van de werkloosheid van 2,5 tot omstreeks tien procent.

“En daaraan is dit land niet gewend”, zegt Rudolf Baránek, de voorzitter van de Tsjechische werkgeversorganisatie, een self made man van 44 jaar oud, geboren in Zuid-Moravië, dicht bij de Slowaakse grens. “Dat kan sociale problemen veroorzaken”, vreest hij. “Daarom is het des te belangrijker dat de particuliere sector snel tot bloei komt om zoveel mogelijk mensen uit de staatsector die werkloos worden te absorberen.”

Die omstandigheid heeft tot gevolg dat de Tsjechische vakbonden in feite objectieve bondgenoten van de particuliere werkgevers zijn geworden: nu de staat niet langer de rol van enige werkgever kan en wil spelen is het ontluikende particuliere bedrijfsleven de belangrijkste bron voor werkgelegenheid geworden. De vakbond ondersteunt bijvoorbeeld van harte de eis van de werkgevers dat het belastingsysteem wordt veranderd en dat de werkgeversbijdragen voor sociale verzekering en ziektekosten worden verminderd.

Dat standpunt geeft aardig weer in wat voor tweeslachtige positie de Tsjechische vakbond verkeert. Want de organisatiegraad van werknemers in de particuliere sector, die nu ongeveer 15 tot 20 procent van het Tsjechische bruto nationaal produkt opbrengt, is juist veel geringer dan die van werknemers in de staatssector. De staat is namelijk wél nog altijd de grootste werkgever.

In de communistische tijd was elke werknemer automatisch lid van de vakbond, een organisatie die totaal niets te maken had met datgene waarvoor vakbonden zijn bedoeld: het verbeteren van de arbeidsomstandigheden en -voorwaarden van werknemers. Communistische vakbonden fungeerden eenvoudig als een “transportband” die de politiek van de overheid in de staatsbedrijven moest overbrengen: ze mocht vakantie-oorden opzetten, maar over zaken als salariëring had ze niets te vertellen. Laat staan dat ze tot staken kon oproepen.

Daaraan is direct na de "fluwelen revolutie' van november 1989 een eind gekomen. Met de wet van 1990 over het recht op vrije vakvereniging verdween de oude vakbond. De nieuwe confederatie, waarbij nu zestig vakbonden zijn aangesloten, heeft ongeveer zes miljoen leden, wat neerkomt op een organisatiegraad van 78 procent. Extreem hoog in vergelijking met de tijd tussen de wereldoorlogen, toen ongeveer veertig procent van de werknemers lid was van de vakbond. Maar dat heeft vooral te maken met het feit dat het overgrote deel van de werkende bevolking nog steeds in een staatsbedrijf werkt.

De animo van werknemers die overgaan naar een particulier bedrijf om lid te blijven van de vakbond neemt duidelijk af, laat de eerder genoemde Richard Falbr doorschemeren. “In bedrijven waarbij buitenlandse investeerders betrokken zijn, is de houding tegenover de vakbonden vaak uitgesproken negatief. In sommige gevallen is zelfs sprake van een ontmoedigingsbeleid. Dat is natuurlijk tegen de wet, maar veel mensen zijn bang om hun baan te verliezen als ze lid zijn van de vakbond.”

Cijfers kan Falbr niet geven. “We zijn bezig de organisatiegraad in het particuliere bedrijfsleven in kaart te brengen. De ervaringen met bedrijven waarin Duits kapitaal zit, zoals de Skoda-fabriek in Mlada Boleslav, waarin Volkswagen een groot belang heeft, laten zien dat ze daar een harde, maar correcte houding hebben tegenover de vakbonden.” Maar Falbr onderstreept: “Natuurlijk blijft de benadering van de vakbond tegenover buitenlands kapitaal heel positief.”

Tot dusver was de houding van de vakbond tegenover de hervormingspolitiek van de regering-Klaus zeer loyaal. Nog maar enkele weken geleden noemde Falbr de betrekkingen in het tripartite-overleg “fair” en prees hij de bereidheid van premier Klaus “zijn monetaristische denkbeelden” in sociale richting te “corrigeren”. Maar intussen is Falbr sceptischer geworden, waarschuwt hij dat de vakbonden nooit akkoord zullen gaan met het invoeren van “Angelsaksische methodes”. Volgens Falbr wil de regering bereiken dat de werkgevers de vrije hand krijgen bij de besluitvorming over collectieve arbeidsovereenkomsten in de komende moeilijke periode waarin een groot aantal bedrijven failliet zal gaan.

Afgewacht moet worden of de verharding van de houding van de vakbonden ook gevolgen zal hebben voor andere gevoelige punten in de regeringspolitiek: over tal van controversiële zaken hadden de vakbonden tot dusver standpunten die zeer dicht tegen die van de regering aanlagen. De recente kabinetsbeslissing bijvoorbeeld om de kerncentrale in Temeln in Zuid-Bohemen af te bouwen, waardoor de sluiting van mijnen in Noord-Bohemen kan worden versneld, werd door de vakbonden dan wel niet met gejuich, maar toch met alle begrip ontvangen.

Een man als Falbr sluit zich geheel aan bij het standpunt van de regering dat dat de enige manier is om op een minder vervuilende manier energie te produceren. Falbr: “Eerlijk gezegd, als ik naar Noord-Bohemen kijk en naar de verschrikkelijke verwoesting van het landschap daar, dan ben ik vóór het openen van de kerncentrale, want het is de enige mogelijkheid om de elektriciteitscentrales in het noorden te sluiten of te moderniseren.”

Voor de regering is dat in elk geval het beste bewijs dat de vakbonden bereid zijn constructief mee te werken aan haar politiek om van Tsjechië zo snel mogelijk een modern Europees land te maken.