Afgrijselijk als de hel zelf; Jose Donoso over chaos en anarchie

José Donoso: Het Landhuis. Uitg. AMBO Novib, 385 blz. Prijs ƒ 37,50

Eén van de gruwelijkste scènes in Het Landhuis van de Chileense schrijver José Donoso is die waarin een achtjarig meisje op de verjaardag van haar vader het hoofd opdient van haar twee jaar jongere zusje, geroosterd in de oven en geserveerd zoals ze diezelfde ochtend de inheemse bevolking een varkenskop heeft zien opdienen: “de afschuwelijke schaterlach van de in haar mond gepropte appel, haar voorhoofd als was het carnaval versierd met takjes peterselie, laurier en schijfjes wortel en citroen, een aanblik die een fractie van een seconde smakelijk was maar onmiddellijk daarop afgrijselijk werd, ja de hele wereld werd op dit moment afgrijselijk, als de hel zelf.”

De bizarre scène zet de toon voor een roman waarvan macht en erotiek de voornaamste componenten zijn. Donoso wordt gefascineerd door gewelddadige veranderingen in de maatschappij en projecteert die in zijn werk meestal op een kleine besloten gemeenschap: een klooster, een bordeel of, in dit geval, het landhuis van een rijke familie uit de hoofdstad.

Drieëndertig neven en nichten brengen onder streng toezicht van ouders en bedienden elk jaar de zomer door in dit landhuis dat wordt omringd door een onafzienbare grasvlakte waar volgens de overlevering menseneters wonen. Met dit (symbolische) gevaar worden de kinderen "zoet' gehouden en sussen de volwassenen zichzelf in slaap zodat zij er niet op bedacht zijn dat juist veranderingen van binnenuit het landhuis ondermijnen. Als de volwassenen een uitstapje maken (van één dag?, van een jaar?) laten ze de kinderen achter met als enig volwassen gezelschap hun krankzinnig verklaarde oom die zit opgesloten in een toren. Met zijn bevrijding breekt een tijdperk aan van chaos en anarchie waarin niets meer zeker is behalve dat de machtsverhoudingen van weleer voorgoed tot de verleden tijd behoren.

Het landhuis staat symbool voor de Chileense maatschappij: gebeurtenissen en personen weerspiegelen de politieke ontwikkelingen van de afgelopen decennia. Toch zijn de thema's die Donoso aansnijdt niet specifiek Latijnsamerikaans, maar kenmerkend voor elk niet-westers land dat zich probeert te ontworstelen aan achterlijke feodale en hiërarchische structuren. Maar dat een politiek-satirische roman uit 1978 in 1992 nog over voldoende zeggingskracht beschikt om in vertaling te worden uitgebracht, heeft minstens evenveel te maken met het literaire gehalte ervan.

Op het eerste gezicht lijkt Het Landhuis een bizar maar tamelijk traditioneel verteld verhaal, totdat het tot de lezer doordringt hoe afstandelijk de toon van het boek is. De personages in Het Landhuis zijn geen mensen van "vlees en bloed' maar "apsychologische, onwaarschijnlijke en kunstmatige wezens'. Niets (on)menselijks is hen vreemd, maar het zijn nu juist geen mensen en dat veroorzaakt het vervreemdende effect dat Donoso nog versterkt door het vertelprocédé. Regelmatig onderbreekt hij zijn rol van alleswetende verteller om als auteur het boek binnen te stappen en uitleg te verschaffen over het hoe en waarom van het geschrevene. Op deze wijze speelt hij met verbeelding en werkelijkheid zonder dat het verhaal aan kracht verliest. In de extreme gemaaktheid van personen en gebeurtenissen ligt een grote overtuigingskracht en in de symboliek een beklemmende waarheid die zich niet beter laat uitdrukken dan in de titel van een eerder vertaald boek van Donoso: deze plaats is overal.

Donoso is een van de auteurs die worden gerekend tot de zogenaamde "boom', de bloeiperiode die de Latijnsamerikaanse literatuur eind jaren zestig doormaakte. Dat hij hier ondanks eerdere vertalingen van zijn werk nooit echt bij het grote publiek is doorgebroken, ligt ten dele aan zijn werk zelf dat raakvlakken vertoont met dat van Juan Rulfo en Jorge Luis Borges. Donoso's boeken zijn niet altijd even toegankelijk, omdat ze een bittere ondertoon hebben die nauwelijks wordt verzacht door wat men in het buitenland bijna als handelsmerk van Latijnsamerikaanse literatuur is gaan zien: het "Latijnsamerikaanse levensgevoel', het exotisch vernis dat armoede en geweld kleurrijk en daardoor verteerbaar maakt.

Een andere verklaring is dat Donoso zich in tegenstelling tot een aantal van zijn illustere collega's altijd wat afzijdig heeft gehouden van politieke activiteiten. In zijn werk is de maatschappijkritiek vooral impliciet aanwezig, maar daarom niet minder doeltreffend.