Van Gogh

William McKinley Runyan heeft over Van Gogh een zeer lezenswaardig artikel geschreven in de Journal of Personality and Social Psychology. Hij bespreekt daarin dertien mogelijkheden om te verklaren waarom deze een deel van zijn linker oor afsneed.

Hij noemt daarbij een aantal spelregels waaraan men zich kan houden om kritisch bepaalde veronderstellingen te toetsen en met name wordt daarin ook de zoektocht naar te eenzijdige uitleg geëvalueerd. Soms is het beter te denken aan een multifactoriële uitleg of met de beschikbare feiten bewust een aantal alternatieve verklaringsmogelijkheden open te houden.

In zekere zin voldoet de theorie van Wilfred Niels Arnold in diens boek, besproken door Wim Köhler (W&O 18 maart), enigszins aan dit laatste gegeven als de hypothese acute intermitterende porfyrie' nog openingen laat voor verschillende symptoomdiagnoses waar b.v. verschijnselen van epilepsie en met name psychotische symptomen in te passen zijn. Het verhaal gaat echter mank aan een andere eis voor goede psychobiografie: de exactheid van de biografische feiten.

Het boek van Arnold ziet er zeer zorgvuldig gedocumenteerd uit en bevat een groot aantal literatuurverwijzingen. Alvorens het boek verscheen had Arnold al enkele artikelen gepubliceerd. Deze artikelen waren voor Jan Hulsker, die het geweten is van alle Van Gogh biografen, aanleiding genoeg om mij in een brief van mei 1992 te schrijven:

“Ik vind die W. Arnold een gevaar voor de Van Gogh-literatuur; hij verwijst naar boeken en brieven waarin wat hij beweert helemaal niet te vinden is”.

Met name ergert Hulsker zich er aan dat hij zelf tot 6 keer toe geciteerd wordt, terwijl hij in het boek Vincent and Theo van Gogh, a dual biography vernietigend over de twee artikelen van Arnold had geschreven. Hulsker brengt in zijn boek de feiten over het alcoholmisbruik van Van Gogh tot de juiste proporties terug.

Voor zover er gegevens zijn die details geven over de sucidepoging door Vincent betreft het geen buikschot maar een schot dat afketst op de vijfde rib links en waarschijnlijk zonder een essentieel orgaan te raken afdaalde in de linker liesstreek, waar hij ook te voelen was.

Doiteau en Leroy schrijven letterlijk: “Il prend son revolver et tire visant le coeur”. Ook Adeline Ravoux beschrijft een wond die nauwelijks bloedde in de buurt van het hart. Zij heeft verder een gedetailleerd verslag van de laatste dagen waarin nergens sprake is van buikpijn. Van voortdurend toezicht' zoals in het artikel van Köhler genoemd wordt door Paul Ferdinand Gachet in Auvers was zeker geen sprake. Vincent beschouwde hem als een vriend, maar had niet zoveel vertrouwen in hem als arts.

Het zwakste deel van Arnold is waarschijnlijk zijn suggestie dat een aantal familieleden van Vincent ook porfyrie zouden kunnen hebben gehad. Wat Theo betreft heb ik onlangs gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift Geneeskunde. De daarop volgende commentaren over de openbaarheid van medische gegevens hebben geen betrekking op mijn publicatie omdat deze niet een gevolg was van hetgeen mij in het kader van hulpverlening of bij de uitoefening van mijn beroep bekend is geworden. Toch wil ik enige terughoudendheid wel respecteren door hier kortheidshalve te verwijzen naar het artikel om te mogen vertellen dat Theo in ieder geval geen porfyrie zal hebben gehad.

Nog minder aanwijzingen zijn er dat dit bij vader Theodoor zou zijn geweest, die aan een beroerte overleed. Het gaat dan wel erg ver om zonder andere gegevens te concluderen: "he led a careful and balanced life in his “post in the wilderness” and may have avoided the precipitating factors that affected three of his six children.'

Het boek van Arnold is vergeleken met veel andere romantiserende of mythologiserende en nog speculatievere theorieën zeker een serieuze poging tot een biologisch psychiatrische hypothese. Deze kan wellicht aansluiten bij de verklaring die uitgaat van het dysfunctioneren van de slaapkwab van de hersenen van Vincent van Gogh waarbij epileptische ontladingen van een deel van het limbische systeem een rol kunnen hebben gespeeld. Maar dit moet dan wel op biografische feiten gebaseerd en zeker niet ermee in strijd zijn.