Tweede ijsdwerg voorbij Pluto ontdekt

Amerikaanse astronomen hebben opnieuw een hemellichaam gevonden voorbij de baan van Pluto, de buitenste planeet van ons zonnestelsel.

Het object, voorlopig 1993 FW geheten, heeft een diameter van ongeveer 200 km. De ontdekking versterkt de theorie dat zich voorbij de baan van Pluto nog een grote schare van kleine, ijsachtige hemellichamen verborgen houdt. Slechts af en toe zou een van hen dichter bij de zon kunnen komen en als komeet zichtbaar worden.

De zon wordt omringd door wellicht biljoenen kometen, maar op meestal zulke grote afstanden dat ze niet te zien zijn. Zij bevolken een bolvormig gebied dat zich uitstrekt tot ruwweg halverwege de meest nabije sterren: de Oort-wolk, genoemd naar de vorig jaar overleden Nederlandse astronoom. Af en toe komt zo'n verre bal van ijs in een baan naar de zon, waardoor zijn oppervlak gaat verdampen en hij zich in een wolk van gas en stof hult en een staart ontwikkelt.

Al in 1951 suggereerde de Amerikaans-Nederlandse astronoom G.P. Kuiper dat zich voorbij de baan van Neptunus een extra dichte gordel of schijf van zulke komeetkernen bevindt. Af en en toe zou een komeet uit deze Kuiper-gordel door de aantrekkingskracht van een van de reuzenplaneten worden aangetrokken en in een kleinere, elliptische baan om de zon komen. Zo zou het bestaan van kortperiodieke kometen kunnen worden verklaard: kometen die in minder dan 200 jaar om de zon draaien en dus regelmatig terugkeren.

In 1987 begonnen de Amerikaanse astronomen David Jewitt en Jane Luu naar zulke objecten aan de grenzen van het zonnestelsel te zoeken. Omdat het om heel zwakke lichtpuntjes zou gaan, was daar veel geduld voor nodig. In september vorig jaar werd dat geduld beloond. Zij ontdekten toen een object, 1992 QB1 genoemd, dat een diameter van ongeveer 250 km heeft en in ruwweg 300 jaar om de zon draait. Dat is ongeveer een halve eeuw langer dan de omlooptijd van Pluto, zodat ook de gemiddelde afstand tot de zon groter is.

De hemel is de twee astronomen goed gezind. Toen hun artikel over dit verre lid van het zonnestelsel klaar was, ontdekten zij (begin april) een tweede ijsdwerg. Deze, 1993 FW geheten, heeft een diameter van 200 kilometer en bevindt zich volgens de eerste metingen nog iets verder van de zon. Deze tweede "zwaluw' maakt het nog aannemelijker dat het zonnestelsel inderdaad wordt omringd door een schare van ijsdwergen.

In hun artikel in Nature (22 april) schatten de astronomen het aantal ijsdwergen nog op ruim 1400. Maar de snelle ontdekking van een tweede exemplaar doet vermoeden dat het aantal nog veel groter zal zijn. Pluto en zijn maan Charon, die eigenlijk nooit als volwaardige planeten zijn beschouwd, zouden de grootste leden van deze ijsfamilie zijn. Het merendeel zou echter een diameter van slechts enkele kilometers hebben.