Studententypen

Behalve de man in het Carlton in Cannes die mij vroeg waarom daar zoveel keurige oudere heren met hun dochter logeerden en zo weinigen met hun vrouw, heb ik nooit een naëver kerel gekend dan minister Ritzen.

Althans de oude Ritzen die geloofde dat de studenten hun OV-jaarkaart vooral gebruikten om colleges aan andere universiteiten te volgen. Je moet er maar opkomen! Iedere ouder weet welke gezellige uitjes de OV-jaarkaart mogelijk maakt, al zal het even recente als expliciete neologisme "lustkilometers' in menige huiskamer wel even de wenkbrauwen hebben doen fronsen. Iedere docent weet dat de gemiddelde student met geen stok te krijgen is naar een collegegebouw dat meer dan vijfhonderd meter van zijn bed ligt. Maar de minister van Onderwijs meent dat een ernstige student uit laten wij zeggen Leiden na een zorgvuldige bestudering van de studiegidsen en een grondige kennismaking met het wetenschappelijk werk van de desbetreffende docenten in de trein naar Groningen stapt om daar de colleges arctische mediëvistiek te gaan volgen. Sancta Simplicitas!

Een veel realistischer kijk op de zieleroerselen van de Nederlandse student kunnen wij vinden in de Keuzegids Hoger Onderwijs die wij, het moet gezegd, ook aan minister Ritzen te danken hebben. Die gids moet de studenten helpen bij de zo belangrijke keuze van de stad van hun studie. En wie kunnen daarbij beter adviseren dan hun medestudenten? Die weten immers waar je naar moet kijken als je ergens gaat studeren. Niet naar wat je er leert natuurlijk, maar hoe het leven er is. De doorsneestudent hanteert, in de taal van deze gids, de volgende criteria bij de keuze van zijn stad van studie: “Een fatsoenlijke prak eten, een betaalbaar dak boven je hoofd, sporten tegen studentenprijzen, stappen in een swingende stad en desgewenst een biertje of een pot thee drinken bij een eigen studentenclub.” Daar gaat het om.

Waar is het dus goed studeren? Daar waar de sportvelden groen zijn, de gymzalen groot, de kamers goedkoop, de mensae smakelijk, de disco's vrolijk, de studentenverenigingen tof, de politie jofel en de hasj goedkoop. Enschede scoort het hoogst op het gebied van het nachtleven en komt dan ook als leukste en dus de beste studentenstad uit de bus. Ook in Tilburg, Groningen en Eindhoven is het goed studeren, althans goed toeven. Zijn deze bevindingen al eigenaardig genoeg, nog verbazingwekkender zijn de plaatsen van voorkeur van HBO-studenten. Hier scoren Leeuwarden, Zwolle en Emmen het hoogst. Emmen! Het meest verrassende is wellicht dat Maastricht bij de Top Vijf ontbreekt, terwijl dat toch de eerste universiteit is geweest die reclame maakte met paginagrote foto's van op terrassen bier drinkende studenten. Vreemd genoeg blijkt ook dat juist in dit gastronomisch centrum van Nederland geen "fatsoenlijke prak eten' is te krijgen.

De gids biedt een boeiend inzicht in het hedendaags studentenhart en draagt een duidelijke boodschap uit: alles is belangrijk behalve de studie. Nu kan men tegenwerpen dat toch ook onderzoek is gedaan naar de kwaliteit van het onderwijs in bepaalde vakken en dat daarbij bijvoorbeeld is gebleken dat voor geschiedenis Leiden de beste opleiding is. Dat is waar en het zal niemand verbazen, maar wat voor waarde moet men aan deze oordelen hechten? Het zijn alweer de opinies van de studenten die de enige basis hiervoor vormen. Deze kunnen echter bijna nooit vergelijken en weten per definitie nog niet wat hun studie waard is. Dat weet je immers pas als je klaar bent. Het is alsof je de leerlingen van een kokschool zou vragen of zij goed les krijgen. Het is leuk als zij ja zeggen, maar het is waarschijnlijk leerzamer na afloop eens bij ze te gaan eten. The proof of the pudding is in the eating, zullen we maar zeggen.

Wat men leert, is bij het universitaire onderwijs in Nederland echter van geen enkel belang. Waar het om gaat, is dat je afstudeert en een titel krijgt. Heb je die niet, dan lig je achter. Vandaar dat HBO'ers in het algemeen minder enthousiast zijn over hun studie dan hun universitaire collega's, zoals wij ook in deze gids kunnen lezen. Vandaar ook dat HBO'ers een halve ton lenen om in één jaar doctorandus te kunnen worden of, liever nog, Bachelor in Business Administration en dat HBO-opleidingen samenwerken met Engelse instellingen om op die manier toch academische graden te kunnen verlenen.

Het omgekeerde is ook waar. Aangezien alleen de titel telt en de studie er niet toe doet, is er geen enkele reden om naar college te gaan behalve voor de gezelligheid. In Rotterdam moesten dan ook de colleges worden gestaakt, omdat de docenten de studenten te veel stoorden bij het converseren, kaarten en krant lezen. Ook lazen wij onlangs dat diezelfde Rotterdamse studenten een onderneming hebben opgezet voor de handel in doctoraalscripties. Een originele variant op de ondernemende universiteit.

Zo worden de studenten al jong calculerende burgers, die bij hun docenten komen met boodschappen als: “Ik wil volgende maand afstuderen maar ze zeggen bij de administratie dat ik nog vier studiepunten moet halen. Kunt U mij achthonderd bladzijden opgeven?” Het meest interessante voorbeeld hiervan dat ik zelf heb meegemaakt, was de student die een boek over de oorzaken van de Eerste Wereldoorlog moest lezen, maar vóór het tentamen vertelde dat hij de laatste dertig bladzijden maar niet had gelezen, omdat hij al “aan zijn zeshonderd bladzijden zat”. Voor hem had de Eerste Wereldoorlog dus nooit plaats.

Afstuderen en doctorandus worden, daar gaat het om, niet alleen voor de studenten maar ook voor de universiteiten want zij worden betaald per student en per diploma. Dit verklaart dat de Universiteit van Amsterdam thans studenten in de bêta-vakken werft in Duitsland. Die studenten brengen de universiteit geld op maar de belastingbetaler niet. Deze betaalt immers niet alleen de reclamecampagne in Duitsland, maar ook het bedrag dat die student kost. Goed voorbeeld doet goed volgen. Wellicht importeren de ziekenhuizen straks zieken uit Zwitserland en de gevangenissen boeven uit België.

Basisbeurs, OV-jaarkaart of Keuzegids, uit alles blijkt dat in Nederland studeren nooit iets serieus is geweest en dat voorlopig ook wel niet zal worden. Wat tot 1945 een privilege van de gegoede klassen was - een paar jaar lummelen vóór je aan het werk moest -, is nu een sociale verworvenheid van velen geworden. De student heet studerende, de Goudse pijp heeft plaats gemaakt voor nederwiet, maar de geest van Klikspaan en Piet Paaltjens is nimmer van de universiteit geweken.