PvdA kent verdelingsvraagstuk het best

“Als iedereen iets vindt, dan kun je er vergif op innemen dat Komrij het tegenovergestelde beweert”. Met deze lovende karakterisering van De Groene Amsterdammer nog in gedachten las ik diezelfde dag een artikel van Komrij: "De Moor kan gaan' (NRC Handelsblad, 14 april). De kern van het artikel is dat alles waar socialisten materieel naar streefden is bereikt: het socialisme heeft zijn taak volbracht, de PvdA kan gaan.

Het is niet erg dat een kritisch polemist dat zegt. Het is wel erg dat iedereen het zegt en Komrij ook. Is er dan helemaal niemand meer die het socialisme en de sociaal-democratie wenst te verdedigen? Noch degenen die het zouden moeten doen maar nu even niet opportuun vinden - in de PvdA wordt een verwijzing naar oude uitgangspunten en waarden bekeken met de liefdevolle minachting van moeders voor kleine jongetjes - noch degenen, zoals Komrij, die het niet laten kunnen stelling te nemen tegen een al te modieuze trend? Is het dan echt waar? Zou de wereld toch beter af zijn zonder dat ouderwetse socialistische gedachtengoed en de erop gebaseerde partijen?

Voor de afwisseling een heel ander geluid. In Elsevier van 17 april staat een lezenswaardig interview met dr. Ruut Veenhoven van de Erasmusuniversiteit. Hij onderzoekt "geluk', en komt binnenkort met een vergelijkend onderzoek naar het geluk van de bevolking in zo'n vijfenvijftig landen. Volgens hem correspondeert de geluksgraad van landen met de mate waarin de organisatie van een samenleving aansluit bij de basisbehoeften van de mensen. Het is alsof ik Den Uyl hoor spreken. Of Kok.

Veenhoven zegt het zelf nog duidelijker. “Tot na de oorlog was het duidelijk dat de laagste inkomens ongelukkiger waren dan de rest van de bevolking. Na Drees is dat verschil niet of nog nauwelijks zichtbaar”. In zekere zin heeft Komrij dus gelijk. Veel is bereikt. Maar de grote vraag is natuurlijk of het bereikte uit zichzelf kan blijven bestaan, of het bestand zal zijn tegen toekomstige ontwikkelingen, ook zonder politieke machtsvorming van de traditionele beschermers van de zwakste groepen.

De kansen daarop lijken klein. Voorspellen is moeilijk, dat weten we. Maar het lijkt reëel ervan uit te gaan dat het voorbij is met een periode waarin groei vanzelfsprekend en realiseerbaar was. Komende jaren zullen eerder worden gekenmerkt door grenzen aan die groei, door grotere druk op beschikbare goederen, meer mensen waarover de welvaart moet worden verdeeld. Dit alles in een politieke omgeving waarin zeer velen het wel vanzelfsprekend vinden er steeds op vooruit te gaan. In ieder geval zelf. Een gelijkblijvende koek moet over meer worden verdeeld en de zwaksten dreigen er steeds minder van te krijgen.

Kortom, verdelingsvragen hebben de toekomst en het zou onverstandig zijn een partij op te heffen die weliswaar nu niet zo populair is maar in ieder geval nou juist op dit punt een heel betrouwbare record heeft.

Niemand zal beweren dat er door de PvdA geen fouten zijn gemaakt. De partij is opvallend laat geweest met de erkenning van de veiligheid op straat als een belangrijke kwestie en gaat er ook nu nog onhandig mee om. Tot zeer lang toe heeft ze het bestaan en het gevaar van de misbruik van sociale voorzieningen ontkend en zelfs geaccepteerd. Op het gebied van veiligheid en internationale betrekkingen is vaak te gemakkelijk en te slordig gedacht. (Het ontwikkelingsbeleid vormt daarop een uitzondering maar is ook meer een verdelingsvraagstuk.) Verder werd de organisatie gekenmerkt door een vrij lage tolerantie tegenover afwijkende ideeën en volgde men wel eens te gretig populaire stromingen. Dit zijn op zichzelf geen geringe tekortkomingen en ze worden tegenwoordig dan ook terecht breed uitgemeten. Dit heeft op enkele terreinen al tot enige verbetering geleid.

Maar te weinig wordt beseft dat de tekortkomingen van de sociaaldemocratische partijen vooral interne cosequenties hadden en op betrekkelijk soepele wijze konden worden geneutraliseerd door andere partijen in de samenleving. En dat dit in veel mindere mate geldt voor de sterke punten van de sociaal-democratie. De bescherming van de zwakkeren in de samenleving zal niet als vanzelf kunnen worden overgenomen door andere partijen als de PvdA (of een soortgelijke beweging) er niet meer is. En dat vooruitzicht trekt mij niet aan.

Komrij zal door dit soort overwegingen wel niet worden overtuigd. “Ongeluk is literair bezien een interessanter thema dan de staat van welbevinden. Geluk is saai, opent geen perspectieven op kwelling en onvermoede diepten”, zegt Veenhoven in zijn interview. Dat klopt. Ook is het simpele geluk van het klootjesvolk niet de primaire zorg voor een literair polemist. En helaas voor heel veel anderen ook niet. Maar het is wel een nastrevenswaardig doel en uitgangspunt van een politieke partij als de PvdA. Zo'n partij mag worden aangevallen maar mag ook wel eens worden verdedigd.