Plato 2

De kerktoren van Chesterfield is zo krom als een hoepel, kromgetrokken over de jaren. Engeland is zó oud. In een buitenwijk staat de Brookfield Community School. Ik dwaal tussen leerlingen die elektronische speeltjes in elkaar solderen. In witgloeiende oventjes ergens in een hoek glazuren twaalfjarigen hun eigengemaakte sieraden. Hoezo toezicht? Er is een windmolen gekoppeld aan een autodynamo, een eindexamenproject. Techniek in Engeland is een schoolvak vanaf de eerste klas lagere school tot en met A-level (= eind vwo).

Dan met Savita mee. Savita is bijna net zo groot als haar brugklassers. Ze is van Indiase afkomst. Ze maakt me een heel klein beetje bang. Vriendelijk maar streng verzoekt ze mij haar les te volgen. Als de klas voor haar zit, uitgerommeld, als het helemaal stil is, als iedereen haar aankijkt, begint ze zacht te praten. Nu gebeurt er iets. Ze krijgt een soort toverglans, een gloed. Dit is een echte.

Kijk eens in zijn schrift daar', zegt ze later. Hij kan niet schrijven.' Kan niet schrijven? Ja, echt! Het jochie zit ongelukkig te friemelen. Wat doe je met analfabeten in de klas? Tja, that's a problem. Bijna alle middelbare scholen in Engeland (er gaan maar heel weinig kinderen naar public schools) zijn comprehensive. Dat zijn dus middenscholen.

Heus, middenscholen in conservatief Engeland. Tot hun zestiende jaar zitten de leerlingen op dezelfde school, dikwijls in heterogene groepen. Dat betekent dat domme en slimme kinderen bij elkaar in de klas zitten. Hoewel. Sommige scholen doen aan grading', waarbij leerlingen op grond van aanleg in bijvoorbeeld drie parallelle stromen worden geplaatst. En er zijn scholen die door locatie en aannamebeleid een meer academisch leerlingenbestand weten op te bouwen.

Terwijl ik rondloop tussen Victoriaans meubilair en ouderwets uitziende kinderen, daagt mij langzamerhand iets. Het schrift, het notebook' (geen klapper te bekennen), speelt een centrale rol in het Engelse onderwijs. Voortdurend moeten de leerlingen aantekeningen maken. Het schrift is het belangrijkste studiemateriaal thuis. De schriften moeten dus smetteloos zijn.

De schriften zijn smetteloos. Hoe krijgen ze het voor elkaar? Truc: ze kijken ze na. Hier verlaat de docent het pand nog ouderwets met een stapel schriften onder de arm.

“Kijken jullie altijd het huiswerk na?”

“Ja, natuurlijk, wat doen jullie dan?”

“Wij niet.”

“En hoe weet je dan of ze hun werk hebben gemaakt?”

“Dat weten we niet.”

“O?”

Wat kan de wereld opeens simpel worden. Je moet gewoon het huiswerk nakijken! Wat dacht u daarvan, collega? Morgen beginnen. Hoezo druk, hoezo geen zin, hoezo moe?

Schoolleiders, knip bovenstaande uit en hang het in de docentenkamer. Maar knip de onderkant er niet af. Mrs. Thomas, de directeur, heeft nog een verfijning op dit systeem. Om de veertien dagen neemt ieder lid van de schoolleiding al het werk van één willekeurig gekozen leerling mee naar huis. Op grond van het werk krijgt de leerling een persoonlijk briefje met bemoedigend commentaar of wordt uitgenodigd voor een kort gesprekje. Ze vechten om de briefjes, zegt Mrs. Thomas. Het systeem levert ook informatie over de docent. Deze krijgt zonodig Engels beschaafd op zijn of haar sodeduvel.