Opvolgingsstrijd in Turkije

ANKARA, 29 APRIL. In Turkije is een politieke strijd losgebarsten rondom de opvolging van president Turgut Özal, die eerder deze maand aan een hartaanval overleed. Aanvankelijk leek het zo goed als zeker dat premier Süleyman Demirel (68) de negende president van Turkije zou worden, maar zijn positie is de afgelopen dagen verzwakt. De oppositiepartijen hebben zich in een anti-Demirelfront verenigd. Zelfs de sociaal-democratische coalitiepartner voelt er weinig voor een eventuele kandidatuur van Demirel te steunen.

De irritatie ontstond toen de Partij van het Juiste Pad premier Demirel vrijdag - de dag nadat Özal in Istanbul was begraven - onmiddellijk nomineerde voor het presidentschap. Zowel de oppositiepartijen als de sociaal-democraten vinden dat er eerst wel wat meer overleg had kunnen worden gepleegd voordat de voordracht van Demirel wereldkundig werd gemaakt. Want als deze naar het presidentiële paleis vertrekt, is immers ook zijn opvolging als premier en als leider van de Partij van het Juiste Pad in het geding.

De Sociaal-Democratische Volkspartij van professor Erdal Inüon heeft van het begin af aan laten weten dat het de voortgang van de coalitieregering van het allergrootste belang acht. Dat impliceert dat Demirel als premier moet aanblijven omdat er volgens de sociaal-democraten anders weinig terecht zal komen van de verdere democratisering van Turkije. Niet alleen de presidentsverkiezingen gaan weken duren, maar ook de opvolging van Demirel als premier en partijleider zal de nodige tijd vergen. Hierdoor wordt de politieke besluitvorming in Turkije aanzienlijk vertraagd, gevolgd door het zomerreces van het parlement. En daarna bepalen de begrotingssprekingen de politieke agenda, zodat er tot diep in de herfst nauwelijks tijd is voor nieuwe beleidsvoorstellen.

Het is bovendien twijfelachtig of een Partij van het Juiste Pad zonder Demirel nog wel bereid zal zijn om het democratiseringsprogramma verder gestalte te geven. De 182 parlementariërs van deze partij hebben in de ruim 500 dagen dat de coalitieregering aan de macht is, geen enkele vaart gezet achter de democratische hervormingen. Zich beroepend op de (Koerdische) terreur werden wetsvoorstellen en wetswijzigingen juist afgezwakt. De sociaal-democraten vrezen dat een verdere verrechtsing van de Partij van het Juiste Pad op de lange duur ook hun eigen imago aantast. Met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen die begin volgend jaar worden gehouden, zouden zij dan ook het liefst zien dat er een andere kandidaat dan Demirel wordt gevonden. Anders kan de Sociaal-Democratische Volkspartij wel eens besluiten om Inüon als tegenkandidaat naar voren te schuiven. Inüon zelf voelt hier overigens weinig voor.

De oppositiepartijen op hun beurt buiten de verdeeldheid in het coalitiefront uit door de rijen te sluiten om zo de verkiezing van Demirel tot president te torpederen. Want mocht deze er in de vier stemmingsronden in het parlement niet in slagen om het presidentschap in de wacht te slepen, dan moeten er nieuwe parlementsverkiezingen worden uitgeschreven. En dat is precies waar de oppositie, aangevoerd door Mesut Yilmaz van de Moederlandpartij, op aanstuurt. Daarbij wordt het argument gebruikt dat Demirel eerst een consensus in het parlement had moeten zoeken, voordat zijn partij tot zijn nominatie besloot. Want was de kritiek van Demirel, toen Özal zich in 1989 met slechts de stemmen van zijn partijgenoten tot president liet kiezen, niet juist dat een president moet kunnen bogen op een brede steun van de Turkse bevolking?

Het toekomstige presidentschap van Demirel ligt zo voor een belangrijk deel in handen van de sociaal-democraten. Steunen zij uiteindelijk toch zijn kandidatuur of laten zij het op parlementsverkiezingen aankomen? Over dat laatste zijn de meningen in de Sociaal-Democratische Volkspartij vooralsnog verdeeld. Want het is nog maar de vraag of vervroegde verkiezingen de sociaal-democraten winst zullen opleveren nu er nog slechts aarzelend een begin is gemaakt met de uitvoering van het democratiseringsprogramma. Het bedrijfsleven heeft zich bovendien al uitgesproken voor een rechtse coalitie: de Partij van het Juiste Pad samen met de Moederlandpartij.