Opdringerigheid leidt tot vroeger ondenkbare kritiek; Kerk irriteert veel Polen

KRAKÓW, APRIL. Op de stoep van de Krakówse Kerk van de Goddelijke Transsubstantiatie is het tegenwoordig minder druk dan vroeger. Toen dromden tijdens de zondagse mis tientallen mensen buiten de kerk samen om iets op te vangen van wat er binnen gebeurde. Nu staan er in het voorportaal, net niet binnen, maar ook net niet buiten de kerk, nog geen tien mensen te luisteren naar de preek. Onder hen drie kinderen. Eén zit op een bidstoel die zo lekker bonkt als je je gewicht verplaatst. Een ander, een jongetje van een jaar of twee, omklemt trots een McDonald's-petje. Een derde kleuter, zittend op de schouders van z'n vader, kijkt jaloers toe en dreint “Laten we nou weggaan...” Als de ouders van het McDonald's-kind het kennelijk voor gezien houden wordt het gejengel zo luid dat het achter in de kerk te horen moet zijn. Het jongetje krijgt zijn zin. Z'n ouders maken een korte knielbeweging en staan in de zon.

Het voorval lijkt symptomatisch voor de veranderingen waaraan de houding van de gelovigen in Polen onderhevig is sinds de val van het communisme. Terwijl de kerk tijdens het communisme de enige plaats was waar een Pool zich Pool kon voelen en de enige nationale instelling die nog de vooroorlogse waarden van de civiele samenleving belichaamde en in stand hield, heeft ze nu niet langer het alleenrecht. Omgekeerd kon de Poolse communistische partij zich, anders dan de partijen in de andere bloklanden, dankzij de kracht van de kerk wat minder dogmatisch-communistisch opstellen: zo moesten tal van katholieke publikaties, zij het onder censuur, worden getolereerd. De kerk was immers de meest gezaghebbende instantie voor bijna de hele bevolking.

Uit een recent opinie-onderzoek blijkt dat dat niet langer voetstoots wordt aangenomen. Niet de Poolse kerk, maar het Poolse leger is nu de populairste instelling. Door haar opstelling in diverse maatschappelijke vraagstukken, zoals abortus, heeft de kerk zich impopulair gemaakt en zich blootgesteld aan kritiek die vroeger ondenkbaar was.

Van de Poolse vrouwen bijvoorbeeld is meer dan tachtig procent tegen de nieuwe strenge abortuswet. Kardinaal Józef Glemp gaf duidelijk blijk van zijn steun voor de nieuwe wet door op de dag dat de Sejm, het Poolse parlement, daarover zou stemmen, de afgevaardigden die dat wensten vóór de stemming hoogstpersoonlijk de hostie te komen uitreiken.

Geen wonder dat driekwart van de Poolse bevolking het gevoel heeft dat de kerk zich te zeer mengt in staatsaangelegenheden. Volgens de grondwet bestaat er een scheiding tussen kerk en staat, maar in de praktijk komt daarvan weinig terecht. De morele oordelen van de kerk worden de maatschappij op alle mogelijke manieren ingeprent. De film The Last Temptation of Christ wordt in Polen niet gedraaid, vooral omdat bioscoopbezitters bang zijn hun vergunning te verliezen.

Pag.5: In Gdansk maken een bisschop en een kapelaan de dienst uit

Ook de Poolse televisie is gehouden aan het bewaren van "christelijke waarden', waardoor programmamakers (en hun bazen) zich wel tweemaal bedenken voor ze omstreden produkties uitzenden.

Janusz Grzybowski is een voorbeeld van de sceptische intellectueel. Hij bewoont een moderne flat in een verre buitenwijk van Warschau. “In de communistische tijd was ik een warm voorstander van de kerk”, zegt hij, “maar wat doet ze nu? Precies hetzelfde als vroeger de partij deed: de mensen zoveel mogelijk onder de duim, arm en dom houden. In ons huidige systeem is de priester onze grootste vijand.” Ter illustratie neemt hij me mee naar de kerk in de nieuwbouwwijk, een houten noodkerkje, veel meer dan een schuur met een torentje is het niet. “Miljarden zloty heeft de gemeente in de loop van jaren bij elkaar gebracht voor de bouw van een nieuwe stenen kerk”, vertelt Grzybowski, “maar kijk eens hier achter?” Hij wijst op het villa-achtige gebouw, compleet met twee garages, achter het houten optrekje. “Dat is de woning voor de kapelaan en zijn personeel. En laatst werd de mensen om nog meer geld gevraagd omdat het dak nog niet klaar was!”

De levensstijl van de clericale nomenklatoera komt meer en meer onder kritiek van Polen die zelf moeite hebben de eindjes aan elkaar te knopen. In Gdansk antwoordt Marek Formela, hoofdredacteur van het liberaal gezinde dagblad Gazeta Gdanska, zonder aarzelen op de vraag wie daar de machtigste figuren in de politiek zijn: “Aartsbisschop Tadeusz Goclówski, de man die geen enkele opening van een nieuwe particuliere bank laat voorbijgaan, en priester Jankowski, de vroegere biechtvader van Walesa, met zijn passie voor de S-klasse van Mercedes, onroerend goed, antiek en Duitse champagne!”

Formela's krant permitteert zich zo nu en dan plaagstootjes, zoals onlangs de kop “Katholieken aller landen...” boven een berichtje over belangstelling van Franse katholieken voor de katholieke uitgeverij Znak, en dat komt zijn dagblad te staan op de veroordeling “links” te zijn.

“God was, is en zal zijn in de Poolse scholen” is de leus van de kerk in de meest recente discussie over de kerk en het onderwijs. Het gaat om de vraag of in klaslokalen het kruis als vast attribuut de muren moet sieren, of bidden in de klas verplicht moet zijn, of cijfers op het rapport moeten staan voor het vak godsdienst. In 1991 zijn dergelijke regels opnieuw ingevoerd, maar ze staan op gespannen voet met de grondwet, die de scheiding tussen kerk en staat vaststelt. Dat althans vond ombudsman Jerzy Zielinski. Volgens hem mag er geen “wettelijke verplichting” zijn “om je geloof te belijden”. Dat zou immers leiden tot het ontstaan van een fundamentalistische staat.

Dat standpunt dreigt Zielinski z'n functie te kosten. Tachtig conservatieve leden van de Sejm hebben al een motie ingediend om hem wegens “herhaalde aanvallen op de kerk” te ontslaan. Het constitutionele hof heeft Zielinski inmiddels in het ongelijk gesteld.

“Het lijkt soms of de kerk bezig is met een poging tot zelfmoord”, zegt een Warschause vader van schoolgaande kinderen. “Ze houdt vast aan de stelling dat je niet goed katholiek bent als je niet onvoorwaardelijk al haar regels opvolgt en predikt een soort intolerantie die we maar al te goed kennen uit het verleden. Vooral intellectuelen raken daardoor vervreemd. Ze worden opgezadeld met een schuldgevoel dat de kerk handig exploiteert. Uiteindelijk zal dat als boemerang werken. Want op den duur zal een groeiend aantal mensen het schuldgevoel gaan vermijden. En dan vermijden ze de kerk.”

“De positie van de kerk is moeilijker geworden”, zegt het liberale parlementslid Jacek Merkel. “Polen is een normaal Europees land aan het worden, een democratisch land. Ik ben natuurlijk voor een strikte scheiding tussen kerk en staat, dat is extreem belangrijk. Op het ogenblik zijn we vergelijkbaar met Ierland, maar we maken een snelle transformatie door. Mijn ideaal is dat we meer op Frankrijk of Spanje gaan lijken.”

Intussen worden tussen Warschau en het Vaticaan onderhandelingen gevoerd over een nieuw concordaat. Het oude, dat dateert van 1925, werd in 1945 opgezegd door de communisten. Merkel verwacht over de inhoud van het nieuwe concordaat een stevig debat in de Sejm. “Als liberalen zijn we niet a priori tegen het sluiten van een concordaat, maar de grote vraag is wat erin komt te staan. Er mag geen inmenging van het Vaticaan mogelijk zijn in binnenlandse aangelegenheden.” Van minister van buitenlandse zaken Krzysztof Skubiszewski zal in elk geval een uiterste aan diplomatie gevergd worden om dat te vermijden. Want de Polen staan wat sceptischer tegenover hun kerk dan vroeger en laten dat ook blijken. Er is inmiddels, sinds deze maand, een heus “Anti-Katholiek Comité” in Polen.