Montenegrijnen vallen uit naar Serviërs Bosnië

PODGORICA, 29 APRIL. Het parlement van Montenegro heeft gisteravond de Bosnische Serviërs opgeroepen, alsnog akkoord te gaan met het vredesplan Vance-Owen voor Bosnië-Herzegovina.

Met alleen de stemmen van een paar Servische extreem-nationalisten tegen, stelde het parlement in Podgorica zich op achter de oproep die dit weekeinde door de Montenegrijnse president Momir Bulatovic, de Servische president Slobodan Milosevic en de Joegoslavische president Dobrica Cosic werd gericht tot het Bosnisch-Servische parlement. In die brief werden de Bosnische Serviërs opgeroepen het vredesplan te accepteren, een advies dat dit parlement maandagochtend negeerde. In de tekst wordt onder meer gezegd dat de Bosnische Serviërs “het recht niet hebben” met hun afwijzing nog scherpere sancties over de Federale Republiek Joegoslavië (Servië en Montenegro) af te roepen.

Bulatovic veroordeelde in het parlement in Podgorica (het vroegere Titograd) de Bosnisch-Servische afwijzing in ongekend scherpe bewoordingen. Hij noemde de politiek van de Bosnische voorman Radovan Karadzic “onbeschaafd” en zei dat deze lijn “geen steun geniet binnen de Federale Republiek Joegoslavië, behalve bij enkele doorgewinterde nationalisten”. Met name de door Karadzic beleden onmogelijkheid voor de Serviërs, nog langer met andere volkeren in Bosnië-Herzegovina samen te leven, werd door Bulatovic sterk gekritiseerd: “Niemand kan geloven dat er geen enkele mogelijkheid meer bestaat met mensen van een ander geloof of natie samen te leven”.

Ook de stelling van Servische nationalisten, dat de hele wereld het voorzien heeft op het Servische volk, keurde Bulatovic af: “Dat kunnen we niet geloven. De huidige wereld is er niet één van samenzweringen, noch tegen grote, noch tegen kleine volkeren”. Ook het parlement van Servië stelde zich gisteren achter de brief van de drie presidenten op.

Het kleine Montenegro was de afgelopen jaren een trouw bondgenoot van Servië, waarmee het een jaar geleden het nieuwe, "Derde' Joegoslavië oprichtte. De laatste tijd worden in Montenegro echter steeds meer kritische geluiden vernomen, onder andere omdat de sancties de voor 67 procent van het nationaal inkomen van contact met de rest van de wereld afhankelijke Montenegrijnse economie bijzonder hard treffen. Ook nemen door het optreden van extremisten de spanningen tussen de verschillende bevolkingsgroepen in Montenegro toe, ondanks op nationale harmonie gerichte beleid van president Bulatovic en zijn regerende partij, de Partij van Democratisch Socialisten (DPS).