Meerderheid voor staking O-duitse staal

BONN, 29 APRIL. Een grote meerderheid van de werknemers in de Oostduitse staal- en metaalindustrie, circa een half miljoen, heeft zich de afgelopen dagen in "Urabstimmungen' uitgesproken voor stakingen om naleving af te dwingen van een al twee jaar geleden afgesproken CAO-verbetering met 26 procent per 1 april.

De nu acute stakingsdreiging heeft er toe geleid dat werkgevers en werknemers morgen waarschijnlijk weer gaan onderhandelen.

De IG Metall, met haar 3,4 miljoen leden de grootste vakbond van Europa, kon gisteren een indrukwekkend succes melden. Van de Oostduitse staalwerknemers nam sinds maandag 90 procent deel aan de Urabstimmungen. Van hen bleek 86 procent (vereist wettelijk percentage 75) voor stakingen te zijn, die maandag kunnen beginnen. Metaalwerknemers in Mecklenburg-Voorpommeren en Pommeren spraken zich met respectievelijk 90 en 85 procent uit voor stakingen. Volgens voorzitter Steinkühler had de uitslag “niet beter kunnen zijn”.

Coalitie-politici in Bonn reageerden gisteravond geschrokken. Woordvoerders van de CDU/CSU en de FDP onderstreepten dat stakingen bij de huidige recessie en de nood van de Oostduitse metaal- en staalbedrijven tot meer faillissementen en verlies aan banen zouden leiden. Volgens schattingen van de werkgevers kan het daarbij om 20 procent van de nog resterende 500.000 banen gaan. De oppositionele SPD reageerde tevreden op de uitslag, volgens haar is duidelijk dat de werknemers terecht en principieel weigeren akkoord te gaan met de werkgevers-opzegging van de in 1991 gemaakte CAO-afspraken. Destijds werd afgesproken dat de CAO's in Oost-Duitsland per 1995 door verhogingen met 26 in 1993 en 30 procent in '94 met de Westduitse gelijkgetrokken zouden worden.

Wegens de verslechterde economische situatie hebben de werkgevers, daarin bijgevallen door de coalitiepartijen, die afspraak begin dit jaar opgezegd. Kanselier Kohl zei overigens begin deze week dat de regering zich niet wil mengen in de onderhandelingsvrijheid van de sociale partners en dus ook niet in hun CAO-conflict. Maar hij riep hen wel op, met een verwijzing naar de recessie in Duitsland, alsnog in onderhandelingen tot een oplossing te komen.

Die kant gaat het misschien toch nog op. Uit beide kampen klonken in elk geval gisteravond min of meer verzoenende geluiden. De voorzitter van de werkgevers in de metaal, Hans-Joachim Gotscholl, stelde een nieuw gesprek voor, morgen, en vroeg de IG Metall daarin mee te werken aan een vergelijk dat “economisch draagbaar” is voor de Oostduitse bedrijven. De chef van de IG Metall in Saksen, Hasso Düvel, reageerde daarop voorwaardelijk positief. Als de werkgevers bereid zijn om hun opzegging van de CAO-afspraken in beginsel ongedaan te maken, zijn de werknemers wellicht bereid om de uitvoering van die afspraken over een langere periode te spreiden, zei hij. “Wij zijn niet blind voor de economische werkelijkheid, met ons is wel te praten, maar dan moeten de werkgevers zich haasten”, zei IG-Metallchef Steinkühler. “Anders zijn stakingen zo zeker als het amen in de kerk”, voegde hij eraan toe.