Meel- en strokartonfabrieken als erfgoed

AMSTERDAM, 29 APRIL. Een eeuw lang zijn ze overwegend als afzichtelijke monstruositeiten beschouwd, maar op het symposium Toekomst voor industrieel verleden, gisteren in Amsterdam, werden fabrieken, loodsen, silo's en kalkovens uitbundig om hun schoonheid geprezen. Zelfs het beeld van een rokende schoorsteenpijp - symbool voor aantasting en vervuiling van de natuur - riep nostalgische gevoelens op.

Het Projektbureau Industrieel Erfgoed (PIE) presenteerde in Amsterdam de eerste resultaten van een onderzoek naar industriële gebouwen in Nederland. De doelstellingen van PIE (vorig jaar opgericht op instigatie van het ministerie van WVC) passen geheel in het Deltaplan voor het cultuurbehoud. Naast taken op het gebied van onderzoek en informatievoorziening wordt PIE geacht aan te geven welke industriële gebouwen voor rijksbescherming in aanmerking komen.

Het instituut is momenteel onder meer bezig met een stelselmatige inventarisatie van gemalen, poldermolens en sluizen, voor Nederland zeer kenmerkende objecten van industriëel erfgoed. Die trekken -in het verlengde van de populaire windmolen- inmiddels ook toeristen.

PIE-projectcoördinator H. de Boer schetste over welk industrieel erfgoed Nederland beschikt en hoe daarmee werd omgesprongen. Weerstand tegen industrialisering en de daarbij behorende gebouwen is er altijd geweest. Maar getuige de leuze: “Als de schoorstenen roken bloeit de welvaart in het land” werden fabrieken ook wel als belichaming van de vooruitgang gezien. Tegenover het “lelijk, lelijk, lelijk!!” waarmee Potgieter de Rotterdamse industrie eens beschreef, stelde De Boer de woorden van journalist M.J. Brusse, die hier een “ruige, kloeke schoonheid” in zag.

Zelf hamerde De Boer op het belang om tenminste iets van de wortels van de moderne, industriële samenleving te conserveren. Ook uit toeristisch oogpunt was dat interessant. In een folder over de bezienswaardigheden van Wales was hij twee pagina's over industrieel erfgoed tegengekomen.

De directeur Beleidszaken Cultuurbeheer van WVC Lodder, die als vervanger van minister d'Ancona de eerste PIE-publicaties in ontvangst mocht nemen, maakte nog eens duidelijk dat PIE verondersteld werd “een einde te maken aan de chaotische selectie van industriële monumenten”. WVC hoopt niet alleen te weten te komen welke gebouwen beslist gespaard moeten blijven, maar vooral ook waar zonder wroeging de slopershamer gehanteerd kan worden. “Scherpe selectiecriteria” moeten, aldus Lodder de “beheersbaarheid” garanderen.

De aan Lodder gepresenteerde publicatie - een studie over biernijverheid - geldt als opmaat voor een reeks van acht boeken, waarin verschillende industriële branches systematisch zullen worden behandeld.

De Boer presenteerde een tien punten tellend programma waarin onder meer gesteld werd dat in aanmerking komende monumenten vóór het jaar 2.000 daadwerkelijk moeten worden beschermd. Hij sprak de wens uit 1995 uit te roepen tot Jaar van het Industriële Erfgoed. Dat strokartonfabriek De Toekomst in het Groningse Scheemda (“prachtig, en nog zeldzaam gaaf”) en de Leidse meelfabriek De Sleutels (“een van de vroegste betonconstructies in Nederland”) gespaard moeten blijven, staat voor hem buiten kijf.

In 1995 wil het Projectbureau Industrieel Erfgoed ook gaan samenwerken met de Duitse industriële erfgoed beschermers, die momenteel in de voormalige DDR proberen industriële monumenten voor sloop te behoeden.