Lokale omroep Berkelstroom wil "dienstbaar zijn'

Minister d'Ancona wil de regionale en lokale publieke omroepen laten samengaan. De honderd medewerkers van lokale omroep De Berkelstroom in Zutphen vrezen dat dit hun ondergang betekent. Eerste deel van een tweeluik.

ZUTPHEN, 29 APRIL. “Een kopje koffie, krulspelden en stofzuigen - radio als een stukje achtergrond.” Zo omschrijft presentator Jan-Hein Hoeneveld (42) zijn programma dat via de lokale omroep van Zutphen, De Berkelstroom, wordt uitgezonden.

Hoeneveld, jarenlang vertegenwoordiger en sinds een jaar presentator, ziet de lokale omroep als opstapje naar een betaalde baan bij de radio. Nu is hij nog vrijwilliger, net als de andere veertig medewerkers van radio De Berkelstroom.

Zijn programma Regiozicht wordt drie dagen per week van 10 tot 12 uur uitgezonden, vanuit een tot studio omgebouwde garderobe op de bovenste verdieping van het plaatselijk cultureel centrum.

Vandaag is heeft Hoeneveld een wethouder uit het naburige Warnsveld in het programma. Deze mag vertellen dat er in zijn gemeente een weekmarkt gehouden wordt “met gratis koffie en koek, kortom dat wordt heel gezellig”. Het populairste deel van het programma is volgens Hoeneveld een telefoonspelletje waarbij luisteraars een cryptisch omschreven woord raden.

Vandaag loopt het echter niet storm. Twee mensen bellen, van wie er één elke dag aan de lijn hangt en de ander net zo lang terugbelt totdat ze het woord geraden heeft. Ze krijgt een waardebon van 25 gulden - in te wisselen bij de plaatselijke opticiën.

Het voorstel van minister d'Ancona (WVC) de regionale en lokale publieke omroepen samen te voegen valt niet goed in Zutphen. Hoeneveld vreest de teloorgang van “een stukje bereikbaarheid vanuit het lokale gebeuren naar de consument toe”. Voor de grote regionale broer, Radio Gelderland, heeft hij geen goed woord over. Hij doet de regionale omroep regelmatig suggesties over lokale gebeurtenissen aan de hand, maar ze gaan er nooit op in. “En waarom toch niet?” vraagt Hoeneveld.

Radio Berkelstroom is een van de 334 publieke lokale omroepen die Nederland rijk is. De zender is sinds 1989 in de lucht en maakt 32 uur radio per week. 's Ochtends is er het "gevarieerde praatprogramma' van Hoeneveld, 's avonds een uur nieuws en daarna een twee uur durend jongerenprogramma. En dat drie dagen in de week. De rest van de tijd wordt gevuld door een commerciële muziekzender.

Volgens hoofdredacteur R. de Ruiter, sinds vier maanden werkzaam bij de Berkelstroom, luistert zo'n 25 procent van de bevolking regelmatig naar zijn omroep.

Het ideaal van de werkloze historicus die graag “in de journalistiek aan de slag wil” is een professionele nieuwszender die een geduchte concurrent moet worden van het Zutphens Dagblad. Een "hot topic' bij de Berkelstroom is de dreigende opheffing van de plaatselijke avond-MAVO, vertelt hij.

Televisie maken ze ook bij De Berkelstroom. Met 60 vrijwilligers wordt elke week tweeëneenhalf uur televisie geproduceerd. "Dienstbaarheid', is het sleutelwoord, aldus eindverantwoordelijke T. Westerveld, die er ook nog een baan als bewaker in het huis van bewaring op nahoudt.

De lokale televisie wil een afspiegeling zijn van het maatschappelijke leven in Zutphen. Vandaar veel aandacht voor verenigingen en sportclubs. De programma's zijn razend populair, aldus Westerveld. Hij zegt dat bijna 60 procent van de bevolking regelmatig naar De Berkelstroom kijkt.

Veel pretenties hebben de televisiemakers niet. Ze zijn tevreden met de bescheiden middelen. Van subsidie zien ze liever af. Ook professionele krachten worden geweerd in Zutphen. De amateurs hebben zichtbaar plezier in hun werk. Trots laat Westerveld een videoband zien van het populaire komische duo "De Berkelboys'.

Het best bekeken programma is het journaal, waarin het lokale nieuws de revue passeert. Op het verlanglijstje van Westerveld staat een "autocue': een apparaat dat de voor te lezen nieuwsteksten naast de camera laat zien. Nu moet de nieuwlezer zijn tekst nog voorlezen van een blaadje dat voor hem op tafel ligt.

Helaas is het geld voor een kostbare "autocue' niet voorhanden en dus gaan ze hem “met de vrijwilligers in elkaar knutselen”.