Jeugdtheater in de nissen van een opblaasbare eierstad; Slapstick, porno en dierenliefde

De afgelopen week verrees in Den Bosch dagelijks een merkwaardig bouwwerk naast de Sint Jan. Ter gelegenheid van het tiende Jeugdtheaterfestival werden er elke ochtend tien enorme eieren van gekleurd plastic opgeblazen tot een zacht wiegende luchtkathedraal: de "Eggopolis' van de Engelse ontwerper Alan Parkinson. Op kousevoeten ronddwalend door de wonderlijke ruimtes valt het niet moeilijk de nodige symboliek voor het festival en voor het jeugdtheater anno 1993 te ontdekken.

De installatie ziet er zo intrigerend uit dat zowel kinderen als volwassenen zich door de lage gangen naar binnen wurmen. Daar zijn de ervaringen verrassend en blijft de nieuwsgierigheid naar wat er zich om de volgende bocht zal aandienen. Na een psychedelisch gekleurde ruimte, waar elk gevoel voor verhouding en perspectief verloren gaat, ontdekt de bezoeker een spetterend verlichte nis met maffe versiering of een intiem kapelletje. Soms ook krijgt de festivalganger, die zich theatermoe even in een plastic kuil vleit, het angstige gevoel dat de bodem wel erg zacht en meegevend is.

Zo'n sensatie had ik bij de kleutervoorstelling Zinnerin van het gezelschap Rosa Sonnevanck. In een met tapijt beklede speelkuil verleidt een acteurskwartet het publiek tot een zintuiglijke ontdekkingsreis. We moeten het lied van de rivier horen, ons laten geselen door de hagel en ten onder gaan in de ziedende zee. Dat alles begeleid door harpgeritsel, gezang en ritmische taalflarden, vol herhaling, alliteratie en pretentie: "tomeloos de tuimelingen". De beelden zijn vindingrijk en mooi en de energie van de spelers is onuitputtelijk, maar voor mij kreeg het al snel iets van een antroposofische euritmie-les, overgoten met een overjarige flower-power-saus.

Een voorbeeld van een 'spetterend verlichte nis' is De jongeling van Wederzijds. Uitgangspunt vormt een bonte verzameling volks- en kinderliedjes, waaronder het prachtige titellied "Er was eens een jongeling goedig en trouw/die veel van een meisje hield/wat hem niet wou." Op de plaats van de baseballnetten staan twee enorme tronen in de gymzaal, bezet door grotesk uitgedoste figuren. Over de sekse verkeert het publiek aanvankelijk in onzekerheid, want het ziet wel een rok, maar daar steken verdacht harige benen onderuit. Tussen wat uiteindelijk drie mannen en drie vrouwen blijken te zijn ontrolt zich een spel van aantrekken en afstoten, van verlegenheid, verleidingskunst en macho-gedrag. Vaak lijkt dat volwassen, maar het is ook uitstekend te begrijpen op het niveau van de speelplaats, waar mysterieuze wetten bepalen wie er wel en niet mogen meedoen. De bewegingspatronen zijn breed en woest en er is interactie op alle fronten, zodat je het gevoel krijgt bij een tenniswedstrijd te zitten. Een uur a cappella zingen - simpel en strak unisono of in close harmony met spannende ritmische verschuivingen en dan ook nog in de meest vreemde houdingen - is een bijzondere prestatie. Nog bijzonderder is dat dit niet alleen een interessant liedjesprogramma oplevert, maar ook een opwindend spektakel, waarvoor je ogen en oren te kort komt.

In de categorie 'spetterend' hoort ook het intelligent gemaakte Een dame in de kast van de Vlaamse groep Blauw Vier. Tussen twee enorme kasten schieten drie geschifte figuren in hoog tempo heen en weer, op de maat van opzwepende muziekjes. Als in een bewegend stripverhaal zetten ze losse beelden naast elkaar, waar het klein publiek zelf miniverhaaltjes van kan maken. Sommige elementen keren regelmatig terug, alsof de film even teruggespoeld wordt. De voorgeschotelde taferelen hebben een hoog slapstickgehalte en werken door hun onverwachte wendingen feilloos op de lachspieren. De voorstelling werd tijdens het festival genomineerd voor de Hans Snoeckprijs 1993, samen met Het fluwelen konijn van het Speeltheater en Hendrik de Vijfde van Het Gevolg.

De produktie die achter de Bossche bollen en het pils voor de heftigste discussies zorgde, was Drift van Teneeter, dat zich binnen Eggopolis afspeelt in de verwarrende, 'psychedelisch gekleurde ruimte'. Teneeter heeft geprobeerd op het moeizame gebied van het jongerentheater een forse stap vooruit(?) te zetten, misschien met het idee dat de doelgroep al jaren gewend is aan het harde realisme van film en televisie. In een passend kaal en kil toneelbeeld, met pornoflitsen op het televisiescherm steekt men de hand in eigen kruis, kronkelt en hijgt en gaat uit de kleren. Een jongen loopt van huis weg om het 'echte leven' te ontdekken. Hij komt terecht bij een man en een vrouw die elkaar al jaren in de tang hebben. Hij ontregelt hun orde en moet dat met de dood bekopen. Wat stoort is niet de hardheid of het ronddraven met open broek. Wat stoort is het misverstand dat de pijn en de mislukking van dertigers die van een puber zouden zijn, en meer nog de absolute clichématigheid van Drift. Dat ligt aan de boodschap: het leven kent slechts de driedeling seks, geweld en dood. Dat ligt aan de platheid van de naamloze figuren, die identificatie onmogelijk maakt en die de regie nog eens onderstreept door elke speler vast te pinnen op één soort uitstraling en motoriek. Voor mij resulteerde alle geweld in ongenteresseerdheid en mijn 15-jarige buurvrouw mompelde al vijf minuten na aanvang: "Is dit een voorstelling? Die hebben we al lang gezien!"

Gelukkig vond ik ook het "intieme kapelletje' nog in Het verhaal van paard Parel en boer Dees van Artemis. In een ingenieus, uit strobalen opgetrokken decor vertelt een oude boer over zijn leven, over de vreugde om wat groeit in de zon en het verdriet om het kleine bedrijf onder zijn stuk gewerkte handen af te zien brokkelen. De 75-jarige Sacco van der Made geeft boer Dees gestalte in een mooi naturel gespeelde rol. Met een vermoeid loopje en soms een jenevertje in de hand laat hij ons delen in de liefde voor zijn dieren. Paard Parel, koe Gerda en hond Wispel worden alledrie even vertederend, geestig en geloofwaardig neergezet door acteurs op twee benen. En nadat Parel zijn laatste treurige bries heeft gebriest bij de dood van zijn baas, blijven we nog even zitten in een stil saluut aan de verdwijnende Hollandse keuterboer.