Iedereen in Londen wil naar een musical

"I got rhythm', "Slap that bass'. In de Gershwin-musical Crazy for You leven tapdansers zich uit op het trottoir van Broadway, wordt er gedanst in een woestijndorp en flitsen gevoelens als knipperlichten aan en uit. De meest succesvolle musicals nu in Londen komen weer uit Amerika.

Shaftsbury Theatre, Shaftsbury Avenue WC 2. Inl 09-71 3795399. Prince of Wales, Coventry Street W1. Inl 09-71 8395987. Prince Edward Theatre, Old Compton Street W1, Inl 09-71 7348951. Barbican Theatre, Barbican EC 2. Inl 09-71 6388891.

Om er snel achter te komen voor welke van de Londense musicals nog plaatsen te krijgen zijn, raadplege men de theaterpagina van het dagblad de Independent. Daar staan de voorstellingen van het West End gemerkt met vierkantjes: zwart betekent “uitverkocht maar soms komen er kaartjes terug”, wit is “kaartjes te over”, en half-om-half geeft aan dat het vaak zal lukken hoewel niet voor alle rangen. Ook worden de prijzen van de duurste en de goedkoopste rangen vermeld.

Tot 1970 kwamen alle succesvolle musicals in Londen uit Amerika. Produkten van Engelse bodem stonden bekend als 'sloom'.

Annie Get Your Gun, Kiss Me Kate, Carrousel, Oklahoma, My Fair Lady en West Side Story waren de na-oorlogse voortzetters van de grote traditie die in de jaren twintig in Amerika begonnen was met Rose-Marie, Desert Song en Porgy and Bess. De Amerikanen hadden hun superioriteit verdiend in de volle overtuiging van hun eigen kunnen en door hard te werken. "De musical is onze voornaamste bijdrage aan het theater van de wereld" - dachten zij en schreven zij. De Engelsen konden daar niet tegenop. Die deden het voor de aardigheid, als dilettanten of hoogstens semiprofs.

En toen kwam in de jaren zeventig Andrew Lloyd Webber. Hij veranderde de theatergeschiedenis met musicals als Jesus Christ Superstar, Evita, Cats, The Phantom of the Opera. Sommige ervan lopen nog steeds, Cats nu al twaalf jaar. En als ze al eens van het repertoire worden gehaald, beginnen ze dikwijls een paar jaar later weer opnieuw, zoals op het ogenblik Joseph and the Amazing Technicolor Dreamcoat.

Het ontmoedigende voor de buitenlandse bezoeker is dat er vaak geen plaatsen te krijgen zijn voor deze voorstellingen. The Phantom of the Opera is al zes jaar lang acht keer per week (twee matinees) uitverkocht, aan individuen en aan groepen uit de provincie die hun uitgaansavonden zes maanden van tevoren regelen. Cats is nu wel te doen, na al die jaren; maar daar hoeven wij niet meer voor naar Londen sinds de musical in Carré draait. Eind juni begint Sunset Boulevard, Andrew Lloyd Webbers nieuwste werk, naar Billy Wilders beroemde film uit 1950 met de comeback van Gloria Swanson. Reserveer nu voor de herfst, dat zal nog net kunnen! Anders wordt het volgend jaar.

De best lopende musicals na die van Lloyd Webber zijn eveneens Europees, hoewel niet van Engelse origine: Les Misérables en Miss Saigon door Alain Boublil en Claude-Michel Schomberg zijn in bewerking en de regie is aangepast aan de Engelse smaak. Het succes van Les Misérables is vermoedelijk te danken aan de combinatie van de lichte muziek en de snelle bewegingen van de musicalstijl, met de romantische aankleding en de emotie van de opera. Dat Miss Saigon al drie jaar loopt is minder goed te begrijpen voor iemand die er het geluid in mist van de opera waar de musical op gebaseerd is: Puccini's Madame Butterfly.

Ook al zo succesvol is Blood Brothers. Een musical van Willy Russell (beter bekend van zijn stuk Educating Rita, uit 1980). Dat was een levensechte komedie. De musical, een gekunsteld klein drama, is tegen de verwachting in een degelijke winstmaker geworden. Even lucratief is Five Guys Named Moe, nu in zijn derde jaar. Niet een musical met een verhaal maar een musical show, gebaseerd op de muziek van Louis Jordan. Het publiek wordt uitgenodigd mee te zingen en te dansen, onuitstaanbaar voor de toeschouwer die rustig en contactarm in het theater wil zitten.

Blijft de vraag: wat moet er in Londen aan musicals gezien worden, als de voornaamste uitverkocht, en de andere allang bekend zijn? De laatste tijd zijn het toch weer de Amerikanen die het hardst geprobeerd hebben in de behoefte te voorzien. Zij hebben Kiss of the Spider Woman geleverd (Shaftsbury Theatre) naar de roman van Manuel Puig. De regisseur wist niet goed raad met het gegeven van de homofiele etaleur en de linkse extremist samen in een cel, maar heeft er desondanks een klinkende, vindingrijke voorstelling van gemaakt. Eveneens uit Amerika is City of Angels (Prince of Wales Theatre) dat zich afspeelt in de onderwereld van Los Angeles en het illustere voorbeeld van Guys and Dolls in de herinnering roept. Sommige critici vinden het een stuk dat er wezen mag. Maar het laat nogal eens de holle toon horen waar musicals zo vatbaar voor zijn, wanneer scènes met denderende zwier eindigen zonder dat de toeschouwer iets beleefd heeft. Niemand moet zich verbazen wanneer deze voorstelling (die in New York zes Tony Awards heeft gekregen) binnenkort zal stoppen. Net als twee maanden geleden Grand Hotel, ook een Amerikaanse import die op hoge toon was aangekondigd.

De meest onweerstaanbare Amerikaanse bijdrage van de laatste tijd is Crazy for You (Prince Edward Theatre) van George en Ira Gershwin. Eigenlijk is het een bastaardprodukt. Muziek en songteksten zijn die uit Girl Crazy van zestig jaar geleden, maar de dialoog is nieuw, van Ken Ludwig. Puristen zullen het niet nemen. Anderen beleven er een gevoelvolle avond aan, want de muziek is geen dag ouder geworden en Ludwig heeft met vaste hand een traditioneel onwerkelijk verhaal geschreven, waarin tapdansers zich uitleven op het trottoir van Broadway, balletten gemproviseerd worden in een woestijndorp in Nevada en gevoelens aan- en uitflitsen als knipperlichten. “I got rhythm”, “Naughty baby”, “Nice work if you can get it”, “Slap that bass” - het is al vaak gezegd, maar zo worden ze niet meer gemaakt.

Voor serieuze onderzoekers van de musicalgeschiedenis speelt de Royal Shakespeare Company in het Barbican Theatre de stamvader van het geslacht: John Gays The Beggar's Opera uit 1728, waarvan het verhaal tweehonderd jaar later wereldberoemd is geworden in de versie van Brecht en Weill. Ook deze behandeling van het origineel is niet onberispelijk authentiek - want aangepast en opgefleurd voor een nieuw publiek. Maar er is een zelfverzekerde voorstelling van gemaakt, en wat de RSC op het toneel aan de geschiedenis ontneemt, wordt gecompenseerd door de leerzame toelichtingen in het programmaboek.