Het woonhuis van de Kroller-Mullers heropend; Bekering tussen baksteen

Een lastig mens, voor zichzelf en voor anderen: dat was Helène Kröller-Müller. Haar lijfspreuk "Ik geloof aan het volmaakte van al het gebeuren' liet zij niet alleen op haar grafsteen beitelen. In haar jachtslot op de Hoge Veluwe, gebouwd door Berlage en tot in de kleinste details genspireerd op het leven van de Heilige Hubertus, streefde Helène compromisloze perfectie na. Het slot wordt dit weekend weer geopend voor publiek.

Jachtslot Sint Hubertus, Stichting Het Nationale Park De Hoge Veluwe, Otterlo. Inl 05786-1441. Rondleidingen dagelijks vanaf 1 mei van 11-13u en van 14-16u30, ieder half uur.

In de torenkamer dronk Helène haar thee, terwijl ze genoot van het uitzicht over haar landgoed op de Hoge Veluwe. Helène Kröller-Müller bereikte de 37 meter hoge toren met een voor die tijd uiterst geavanceerd hulpmiddel: een electrische lift. Butler Jacob volgde met dienblad, langs de trap.

Vanaf museum Kröller-Müller slingert een pad door het bos, langs metershoge rododendronstruiken. Plotseling is er een open vlakte, een langgerekte vijver en aan de overkant een merkwaardig huis. Een middeleeuws aandoend complex van hoofd- en bijgebouwen, daken en schoorstenen, overschaduwd door een toren. Het is het jachtslot Sint Hubertus, buitenverblijf en later woonhuis van het verzamelaarsechtpaar Kröller-Müller.

Een bezoeker van het Nationale Park de Hoge Veluwe zal het Kröller-Müller museum niet snel overslaan. Park, beeldentuin en museum gaan immers bijna ongemerkt in elkaar over. Het jachtslot Sint Hubertus is daarentegen een minder vanzelfsprekende trekpleister. Verscholen in het noorden van het park, oogt het kasteeltje ongenaakbaar. Bevreemdend. Niet van deze tijd.

De ontwerper van het slot, de architect H.P. Berlage, liet zich tot in de kleinste details inspireren door de legende van de heilige Hubertus, een meedogenloze jager die zich bekeert tot het christendom, al zijn bezittingen onder de armen verdeelt en zich terugtrekt in een klooster. Zelden is een verhaal zo consequent in een bouwwerk doorgevoerd: het grondplan van het jachtslot heeft met zijn twee kromgebogen zijvleugels de vorm van een hertengewei. De toren staat voor het lichtend kruis. En de oplettende bezoeker vindt niet alleen het kruismotief ingemetseld in de muren, ingeweven in de bekleding en in het tafellinnen, en gegraveerd in het bestek. Ook in de door Berlage ontworpen verlichting, in zichtbare ijzeren constructies en hoekverbindingen en in de bronzen deurknoppen is steeds een gestileerd kruis te herkennen.

De volgorde van de vertrekken weerspiegelt de legende: de duistere hal symboliseert de periode dat Hubertus "dwaalde'; de ruime eetzaal staat voor het deel van Hubertus' leven waarin wijsheid en godsvrucht de boventoon voeren. Hier wordt Berlages credo, eenheid in veelheid, aanschouwelijk. Hoewel de inrichting overdadig aandoet, ervaart de bezoeker harmonie. Het laaghangend cassettenplafond van geglazuurde steentjes in zachtblauw, aarderood en matglanzend geel stelt de hemel voor, met sterren en zon. De vloer van gemêleerd groen-en-zwart glasmozaëk verbeeldt de aarde, "de landouwen waarop de rijke edelman Hubertus jaagde', aldus een bijschrift in de gids. De beheerders van het slot worden niet moe te wijzen op minder voor de hand liggende details uit de Hubertuslegende. De bekleding van de stoelen bijvoorbeeld, is bruin-vuilwit, "als de gestreepte vacht van jonge everzwijnen'. Zeven ramen kijken uit op de watervlakte voor het huis. Bij de juiste weersomstandigheden (zon, wind) speelt het licht een spelletje met de glanzend gekleurde bakstenen binnen.

Het huis is van een exorbitante luxe en voorzien van gemakken die tussen 1914 en 1920, de periode waarin het werd gebouwd, peperduur waren. Een lift, centrale verwarming (onzichtbaar weggewerkt achter gietijzeren schermen), een centraal stofzuigsysteem en electrische ventilatie. Het huis en zijn inrichting: ze zijn beeldschoon. Waar komt dat gevoel van onbehagen dan vandaan, dat de bezoeker ervaart die over de drempel van het jachthuis stapt? Is het afgunst op de opeenstapeling van kostbaarheden?

Ik geloof van niet. De extreme strengheid van Berlages ontwerp heeft iets ongemakkelijks. "Dictatoriale architectuur, waarin glas-in-lood, glasmozaëken en wandmotieven een eenheid vormen die geen inbreuk van buiten verdraagt', staat in het Hubertusboekje dat je ter plaatse kunt kopen. Geen vlek op het vloerkleed, geen porseleinen kopje valt uit de toon. Het is perfect, precies zoals Helène Kröller-Müller het wilde. Staat niet op haar graf te lezen "Ik geloof aan het volmaakte van al het gebeuren'?

Een puzzel, deze vrouw. Lastig voor zichzelf, lastig voor anderen. Behept met een "waarachtige feodale instelling'. Zij zorgde, zo gaat het verhaal, vaak beter voor haar paarden en honden dan voor haar personeel. Het feit dat Berlage na zes jaar zijn contract met de Kröller-Müllers verbrak, is veelzeggend. Daarmee liet hij de kans om een groot museum te ontwerpen en te bouwen, lopen.

Helène Kröller-Müller stond bekend als ernstig, compromisloos en idealistisch. In haar bibliotheek las ze romantische dichters: Goethe, Schiller en Lessing. Het halfronde vertrek met de kleine, hooggeplaatste vensters ademt de sfeer van de kloostercel waarin Hubertus leefde. De theekamer, aan de andere kant van de eetzaal, baadt in licht dat door de grote ramen binnenvalt. Van hieruit wordt de bezoeker een blik gegund in de Blauwe kamer, de kamer van "mevrouw'. Het is het lichtste vertrek van het huis, de enige kamer ook, waar wèl schilderijen uit de kunstverzameling aan de muren hangen. Een gezicht op de Middellandse Zee van Van Rijsselbergen, een havengezicht van Signac en een streng portret van Helène zelf. Deze kamer symboliseert de laatste fase van Hubertus' leven, waarin de mysticus tot wijsheid en inzicht is gekomen. Hier, in deze intiemste kamer van het slot, vind ik de verklaring voor het sluimerende gevoel van ongenoegen: Helène Kröller-Müller verheerlijkte zichzelf door zich met de heilige Hubertus te identificeren.