Geschiedenis is levensbloed der beschaving

Voor het eerst sinds twee en half millennium, sinds die Atheense scholieren zich over de tekst van Homerus bogen, zal in Nederland het geheugen van de mensheid worden uitgewist, want minister Ritzen is van plan het vak geschiedenis te degraderen. De scholieren zullen kunnen autorijden en met soft ware omgaan, maar de geest is uit hun school verbannen. Zij zullen nooit meer galant zijn als Paris, snel als Ajax, listig als Odysseus noch wanhopig als Andromache.

Tekst is een verkorte weergave van de toespraak die de auteur vandaag in de Boekmanzaal van het Amsterdamse stadhuis hield bij de presentatie van zijn Geschiedenis van Amsterdam. Dit derde deel bestrijkt de periode van 1900 tot heden.

Bijna drieduizend jaar geleden vertelde Homerus het verhaal van de dramatische gebeurtenissen, die zich enkele generaties tevoren in zijn streken hadden afgespeeld. Hij beschreef heldendaden en misdaden, maar ook kleingeestige ruzies met grote gevolgen, wrok, wraak en trouw in vriendschap en huwelijk; avonturen, listen en wonderen. De karakters en ambities van zijn personen waren duidelijk herkenbaar en zij botsten zoals menselijke karakters en ambities kunnen botsen. Wanneer de gebeurtenissen een onvoorspelbare wending namen, een onheil moest worden afgewend, een verzoening noodzakelijk was, schakelde Homerus de goden in. Zij bemoeiden zich met de mensen, maar tegen het uiteindelijk noodlot stonden ook zij machteloos. Zo beeldde Homerus het menselijk levenslot uit en zo kennen wij het nog steeds: een onberekenbaar samengaan van lotsbestemming, karakter en toeval. Dit was het geschiedverhaal dat aan de wieg van onze beschaving stond.

Een paar honderd jaar later, in de bloeitijd van Athene, vormde het werk van Homerus op school leerstof voor die Atheense kinderen, die hun vrije tijd - hun scholè - konden en mochten besteden aan leren. Zij lazen het verhaal van het verleden, hun verleden, in een taal die voor hen ouderwets was en die in veel opzichten verschilde van hun dagelijkse spreektaal. Het kostte moeite en het schonk voldoening. Zo werd een beschaving geboren door het doen van een stap die moeite kost. Er ontstond een historisch bewustzijn en er ontstond een algemeen aanvaarde culturele bagage en een gemeenschappelijk beleefde vreugde aan het verhaal "hoe het ooit geweest is'. Een referentiekader voor de gemeenschap, de mogelijkheid tot identificatie met personen en situaties. Dit vormt de essentie van wat wij onder cultuur verstaan. Zonder historisch bewustzijn is geen cultuur mogelijk.

Ik ben een geschiedschrijver, die opkomt voor het behoud van deze culturele bagage. De gemeenschappelijk gedeelde kennis van het verleden zal verloren gaan wanneer het onderwijs volgens de huidige plannen het verhaal terzijde schuift. Parate kennis en algemene ontwikkeling worden nu immers uitgebannen ten gunste van wat in het deskundigenjargon heet "kerndoelen'. Zoals H.A. van Wijnen dit op de opiniepagina van NRC Handelsblad aan de kaak stelde: “Het ideaal wordt vervangen door het vreugdeloze kerndoel”. Zo zal Nederland een dubieuze primeur hebben. Voor het eerst sinds twee en half millennium, sinds die Atheense schoolkinderen zich over de tekst van Homerus bogen, zal in Nederland het geheugen van de mensheid worden uitgewist. History is bunk, zei Henry Ford en minister Ritzen schaft het vak geschiedenis af. But Ritzen - om de lijkrede van Marcus Antonius na de moord op Caesar te parafraseren - but Ritzen is an honourable man.

De mens is het enige dier met een geheugen dat zich onbelemmerd buiten de grenzen van zijn persoonlijk bestaan uitstrekt. Dank zij dit geheugen, dat ons historisch bewustzijn inhoud geeft, is Sappho voor ons een dichteres naast Judith Herzberg, Hannibal een generaal naast Norman Schwarzkopf. Geschiedenis is het circulerende levensbloed van de beschaving. Vele deugden worden haar toegeschreven: je leert door haar relativeren, redelijk en humaan denken, tolerantie. Geschiedenis is onverbrekelijk met de mens verbonden, kennis van de geschiedenis is het kenmerk van de welopgevoede, beschaafde mens. Zonder historisch bewustzijn kan geen beschaving bestaan. Wordt er niet óók vaak misbruik gemaakt van de geschiedenis, vooral om machtsmisbruik door de overheid te rechtvaardigen?

Wanneer de leerprogramma's op school worden veranderd, zullen bepaalde "sociale vaardigheden' worden aangekweekt. Dit betekent, dat de leerlingen niet meer kennis maken met het doorlopende geschiedverhaal. Hun geheugen zal niet meer worden gemeubileerd met het begrip van opkomst en ondergang van beschavingen en cultuurperioden. Wat zegt hun dan nog een titel als "Decline and Fall of the Roman Empire' of dichter bij huis "The Rise of the Dutch Republic'? Het Romeinse Rijk zegt hun niets en zij zullen waarschijnlijk nooit hebben gehoord, dat ons land ooit De Republiek werd genoemd.

Wat zij wel zullen leren werd ons laatst via een openbaar debat duidelijk gemaakt: zij zullen de "vaardigheid' moeten ontwikkelen om uit te zoeken waarom Caesar werd vermoord, zonder ooit te hebben geleerd wie Caesar was en welke betekenis zijn figuur heeft voor de hele geschiedenis.

Deze scholieren zullen genoeg leren om te kunnen autorijden, zij zullen recreëren in Center Parcs en overwinteren in Benidorm, en met soft ware kunnen omgaan. Maar de geest is uit hun school verbannen. Zij zullen niet meer galant zijn als Paris, snel als Ajax, listig als Odysseus; noch wanhopig als Andromache en trouw als Penelope. Het is minister Ritzen, die de geest uit de school heeft verbannen en hij is, wat Shakespeare Marcus Antonius laat zeggen over de moordenaars van Caesar: he is an honourable man.

Geschiedschrijven lijkt onbegrijpelijke hoogmoed. Waar haal je het lef vandaan, op eigen gezag het materiaal te selecteren, te interpreteren en vorm te geven? Terwijl je heel goed weet dat er veel meer materiaal is dan jij ook maar kan vermoeden en dat jouw interpretatie niet anders dan subjectief gekleurd kan zijn? En, ten slotte, dat jouw vormgeving van het verleden voor lange tijd bepalend zal zijn voor het beeld dat de beschaafde medemens heeft van de beschreven periode?

Dat weten wij allemaal. En toch kunnen we het niet laten. Het verleden stelt ons de onontkoombare eis, dat het beschreven wil worden. De stof meldt zich aan, de geschiedschrijver zwicht voor de vloed die hem zal overstelpen als hij hem niet temt.

“Ik ga een werk aan, dat opgeleid is van lotswissel en menigerlei geval; gruwzaam van veldslagen, waterstrijden, belegeringen; bitter van twist, warrig van muiterij, beklad van moorddaad buiten de baan des krijgs; wrang van wreedheid, zelfs in pais.” P.C. Hooft wist wat hij begon, maar hij moest het doen. Hij temde de vloed en schiep het verhaal van de Tachtigjarige Oorlog. "Tachtigjarige Oorlog? Nooit van gehoord', luidde de kop van een artikel over het moderne onderwijs in NRC Handelsblad. Want het verhaal van die oorlog waarin ons land geboren werd, wordt onze kinderen onthouden. De minister heeft dit op zijn geweten en - mijn verhaal wordt eentonig - de minister is an honourable man.

Is de geschiedenis naar het woord van professor Geyl een discussie zonder eind? Laat ik het zo zeggen: zij behoort het te zijn, en alleen dàn is zij het circulerende levensbloed van de cultuur. In totalitaire landen is de geschiedenis echter een werktuig in handen van de macht en dient zij om machtsmisbruik en volkerenmoord van een zogenaamde rechtvaardiging te voorzien. Wanneer de beleidsmakers in Den Haag nog een nuttigheidsargument kunnen gebruiken om ons geschiedenisonderwijs van de ondergang te redden, dan zou het dit zijn: houd de geschiedenis als discussie zonder eind aan de gang. Alleen goed opgevoede burgers, die zich bewust zijn waar ze staan in de wereld en in de tijd, zullen in staat zijn weerstand te bieden aan alle vormen van ideologisch bedrog.

We hebben in Nederland een traditie van geschiedschrijvers, die ook opinieleiders zijn, of zijn geweest. Publikaties van Brugmans, Geyl, Huizinga, Jan en Annie Romein, Presser - en van de levenden Loe de Jong hebben steeds het publieke debat benvloed en soms beheerst.

Nu de regering het geschiedenisonderwijs beknot en het aankweken van historisch bewustzijn overbodig noemt, rust op de huidige historici de plicht van het protest. Blom in Amsterdam, Wesseling in Leiden en Von der Dunk in Utrecht laten zich in dezen niet onbetuigd, en ik heb nog niet iedereen genoemd.