GEEN LUSTREIZEN

Redacteur Bas Blokker doet verslag van enkele treinreisjes op zaterdagavond om de indruk te wekken dat de OV-studentenkaart nutteloos zou zijn (NRC Handelsblad, 26 april).

De kaart zou slechts worden gebruikt voor, zoals hij het noemt, "lustreizen': elke student zou zijn OV-kaart alleen maar gebruiken om te gaan stappen of voor een dagje strand. Om dit te illustreren worden studenten geciteerd die geld genoeg zouden hebben (“Wij hebben best wel rijke ouders”), de OV-kaart gemakkelijk zouden kunnen missen, want dan gaan ze wel met de auto naar school.

Dit eenzijdige beeld is in strijd met de waarneeembare werkelijkheid. Inderdaad, op een doordeweekse ochtend zitten vele treinen vol met studenten. Het verschil is dat er onder deze studenten velen zullen zijn die de OV-kaart als pure noodzaak beschouwen. Dit zijn studenten die elke werkdag van het ouderlijk huis naar school moeten reizen (en weer terug), omdat er in hun studiestad geen woonruimte beschikbaar is of omdat het "op kamers gaan' voor hen gewoonweg niet te betalen is. Want als pa en ma toevallig niet rijk zijn, is er geen geld voor een ouderlijke bijdrage, laat staan voor (als de OV-kaart afgeschaft zou worden) een treinabonnement of een auto.

De vergelijking die in het hoofdartikel in NRC Handelsblad van 26 april werd gemaakt van de OV-kaart met een wasserette-abonnement gaat mij wat ver. Ook dit getuigt van een eenzijdige visie, waarin een student als lui wordt afgespiegeld: een student studeert niet, maar doet niets anders dan stappen in Amsterdam en het brengen van vuile was naar huis, op kosten van de heer Ritzen. Een normale student, bij een studieduur van vijf jaar, heeft van maandag tot en met vrijdag geen tijd om dit soort zaken te ondernemen. Daarom is de OV-studentenkaart niet per definitie een paspoort voor pret en vertier. Het zal Blokker (en Ritzen) duidelijk moeten worden dat een OV-kaart in het weekeind overbodig, maar gedurende de week absolute noodzaak is.